Kamer betwijfelt nut van beperking verkoop softdrugs

DEN HAAG, 13 MAART. De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 betwijfelen ernstig of een verlaging van de maximale hoeveelheid softdrugs, die coffeeshops mogen verkopen, zinvol is. Het kabinet wil die verkoopnorm verlagen van dertig gram tot vijf gram per klant.

De Tweede Kamer twijfelt vooral aan de voorgestelde maatregel omdat de gebruikersnorm - de maximale hoeveelheid die iemand in bezit mag hebben - op dertig gram zal blijven. “Daar zit duidelijk een inconsistentie”, zegt De Graaf (D66). “Die verlaagde norm lijkt een positieve uitstraling te hebben naar het buitenland, maar in de praktijk zal het betekenen dat iemand zes keer in dezelfde coffeeshop, of in verschillende coffeeshops de maximale hoeveelheid zal kopen. Bovendien is die norm niet te handhaven.”

De PvdA'er Oudkerk noemt het voorstel in de drugsnota van het kabinet, waarover de Kamer volgende week debatteert, “een charme-offensief naar het buitenland”. Ook Korthals (VVD) betwijfelt of de verlaging van de norm een positief effect zal sorteren, al ziet hij er wel het signaal naar het buitenland in dat Nederland de drugsoverlast “serieus neemt”. In politie- en justitiekringen is de laatste maanden herhaaldelijk gezegd dat de norm van vijf gram per klant uiterst moeilijk te handhaven is door de politie.

Eergisteren stelde de ambtelijke commissie Veiligheid en Verslavingszorg in een advies aan het kabinet dat de normverlaging die het kabinet voorstelt tot meer overlast in de grensstreken zal leiden. Daardoor wordt een groter beroep op de politiecapaciteit in die gebieden verwacht. Het kabinet wil met de verlaging van de norm de “export van gebruikersvoorraden softdrugs naar naburige landen afremmen”, aldus de drugsnota.

Intussen schuift het Belgische drugsbeleid steeds meer op richting opvang van verslaafden en preventie. Volgens de Belgische minister van Binnenlandse Zaken, Vande Lanotte, zijn het Nederlandse en het Belgische drugsbeleid “voor negentig procent hetzelfde”.

De vier grootste fracties vinden dat de Nederlandse regering moet blijven proberen met Frankrijk in gesprek te komen over de verschillen van opvatting over het drugsbeleid. “Ik denk dat de toon die Frankrijk aanslaat niet altijd de meest geslaagde is, maar alleen een open dialoog brengt ons verder. Met respect voor wat de ander vindt”, zegt Korthals (VVD). De Kamer pleit voor een onafhankelijk internationaal onderzoek dat gegevens over het drugsgebruik, verslaving, aantallen drugsdoden en HIV-besmetting moet opleveren. “De discussie over verdovende middelen moet worden gevoerd op basis van de feiten en niet op basis van ideologie”, zegt De Graaf (D66).