Japan overweegt klacht bij WTO tegen Jakarta

JAKARTA, 13 MAART. De Indonesische minister van industrie en handel Tunky Ariwibowo zal zich “zo spoedig mogelijk” verstaan met de Japanse ambassadeur in Jakarta om tekst en uitleg te geven over de jongste instructie van president Soeharto inzake de ontwikkeling van een 'nationale' auto-industrie.

De Japanse regering onderzoekt momenteel in hoeverre de nieuwe Indonesische regelgeving strijdig is met internationale afspraken over vrije handel.

Tokio overweegt deze kwestie voor te leggen aan de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zo meldde een woordvoerder van het Japanse ministerie van handel en industrie (MITI) afgelopen maandag.

De Japanse automobielindustrie heeft sinds de jaren zeventig een sterke positie op de Indonesische markt.

Het straatbeeld in Jakarta en andere grote steden wordt beheerst door personen- en bedrijfsauto's met merken als Toyota, Suzuki, Mazda, Honda en Mitsubishi.

Die worden ter plaatse geassembleerd door Indonesische licentiehouders uit merendeels geïmporteerde componenten.

Minister Tunky zei gisteren nog niet precies te weten wat Japan Indonesië ten laste wil leggen tegenover de WTO, maar meldde dat de regering doende is een team rechtskundige adviseurs samen te stellen voor het geval het tot een formele aanklacht komt.

Op 19 februari vaardigde president Soeharto de instructie nr. 2/1996 uit, die mikt op de ontwikkeling van een 'nationale' auto-industrie. Indonesische automobielproducenten die kunnen aantonen dat hun bedrijf voor honderd procent in nationale handen is, die een auto op de markt brengen onder een Indonesische merknaam en het aandeel ingevoerde componenten binnen drie jaar terugbrengen tot ten hoogste 40 procent, komen voortaan in aanmerking voor vrijstelling van het hoge belastingtarief voor luxe artikelen en van alle invoerheffingen op ingevoerde onderdelen.

De eerste en vooralsnog enige producent die deze 'nationale' status heeft verworven, is PT Timor Putra, een nieuw bedrijf dat voor 35 procent in handen is van Hutomo ('Tommy') Mandala Putera, de jongste zoon van Soeharto.

In de zakenwereld wordt het 'nationale' karakter van PT Timor Putra in twijfel getrokken en rept men van “discriminatie”. Dertig procent van de aandelen is in handen van het Zuidkoreaanse bedrijf KIA Motor Company, dat het ontwerp en de technologie levert voor Tommy's 'nationale' auto, de 'Timor'.

Intussen hebben zich drie nieuwe gegadigden gemeld voor de status van 'nationale autobouwer'. Alledrie de bedrijven assembleren op dit moment buitenlandse merken. Twee van de drie ondernemers zijn familie van president Soeharto: zijn tweede zoon Bambang Trihatmojo en zijn halfbroer Probosutedjo. Bambangs conglomeraat, Bimantara Citra, is alleenvertegenwoordiger in Indonesië voor de Zuidkoreaanse firma Hyundai.