In leger dreigt tekort aan artsen

DEN HAAG, 13 MAART. De krijgsmacht komt een kwart van de benodigde artsen voor de eerste opvang tekort. Dit heeft staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) gisteren schriftelijk geantwoord op vragen van de Tweede Kamer over de reorganisatie van de krijgsmacht.

Het tekort aan medisch personeel is volgens Gmelich Meijling te wijten aan de overgang van een leger met dienstplichtigen naar een beroepsleger. De Koninklijke Landmacht heeft nog elf dienstplichtige artsen die op 31 augustus afzwaaien en voor wie beroepsmilitairen in de plaats moeten komen. Gmelich Meijling geeft in zijn brief aan de Kamer aan dat “extra maatregelen worden genomen voor de werving van beroepsartsen”.

Volgens de staatssecretaris levert het opschorten van de opkomstplicht alleen voor de landmacht problemen op. Dit krijgsmachtdeel heeft voor ruim 900 functies nog geen mensen. Door het aanpassen van oefeningen, het huren van extra capaciteit en het langer laten dienen van dienstplichtigen, hoopt Defensie de gevolgen van het tekort zo klein mogelijk te houden.

Hoewel er nu nog problemen zijn door een tekort aan mensen, verwacht de staatssecretaris dat in de loop van de reorganisatie 1.000 gedwongen ontslagen zullen vallen. Tot en met het jaar 2000 moeten 3.300 functies zijn afgestoten. Driehonderd daarvan zullen verdwijnen door de samenvoeging van twee ondersteunende medische diensten. Vandaag besloot Gmelich Meijling het Centraal Militair Hospitaal (CMH) in Utrecht en het Militair Revalidatiecentrum (MRC) om te vormen tot een nieuw in te richten Geneeskundig Logistiek Centrum (GLC).