Griekenland kan in enkele jaren aan EMU-criteria voldoen; Drie 'Papas' saneren Griekse economie

ATHENE, 13 MAART. Tijdens zijn recente bezoek aan Brussel verraste de nieuwe Griekse premier Kostas Simitis menigeen met het uitspreken van de verwachting dat zijn land binnen enkele jaren zal voldoen aan drie van de vier normen die de Europese Unie stelt voor de toelating tot de Europese Monetaire Unie. Alleen wat de staatsschuld betreft zal dit niet het geval zijn, maar hiervoor zal een politieke oplossing voor kunnen worden gevonden.

In Maastricht is immers in Maastricht dat als dit cijfer zich gestaag en gunstig ontwikkelt, aan de rechtstreeks gestelde norm niet meteen hoeft te worden voldaan. Die norm luidt: zestig procent van het bruto nationaal produkt (BNP), waaraan momenteel slechts enkele lidstaten nog voldoen. België en Italië vertonen een percentage dat nog ongunstiger is dan dat van Griekenland. Dat laatste bedraagt iets meer dan honderdveertien procent, en volgens de prognose van de EU-expert zal dat eind 1997 op zijn best met slechts een procent zijn gedaald.

De Griekse economie gold tot voor kort als die van de 'zieke man' binnen de EU en daardoor verraste de verklaring van de premier. Toch was al eerder vanuit de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO )en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een verbetering geconstateerd en een Brusselse woordvoerder stelde de Griekse politiek van de laatste paar jaar zelfs ten voorbeeld aan andere lidstaten. De drie Papa's, Andonis Papandoniou van economische planning, Alekos Papadopoulos van financiën en Loukas Papadimos als directeur van de Bank van Griekenland hebben sinds 1994 in goede samenwerking een consequente versoberingspolitiek kunnen doorzetten die geheel was gebaseerd op het streven naar convergentie binnen de EU. Gezegd moet worden dat deze politiek alleen kon worden gevoerd onder de vlag van de charismatische premier Andreas Papandreou, en zijn minder vereerde opvolger Simitis, die het drietal zonder aarzelen heeft aangehouden, zal er nog genoeg repercussies van ondervinden.

Het grootste succes was de terugdringing van de inflatie, die onder de rechtse regering van Mitsotakis nog ruim veertien procent bedroeg maar nu is gezakt tot 8,4 procent. Dit is nog altijd het hoogste van de EU - die voor het eind van deze eeuw ongeveer drie procent eist - en erger is dat zij de laatste paar maanden weer een lichte verhoging vertoont. Het streefcijfer van zes voor het eind van dit jaar zal dan ook waarschijnlijk niet worden gehaald.

Een ander gunstig resultaat werd bereikt met de daling van het begrotingstekort, dat volgens de EU drie procent van het BNP moet worden. Het staat nu op 8,9 procent, een val van bijna een procent sinds vorig jaar. De minister van financiën claimt successen op het gebied van belastingheffing, vanouds op enorme schaal ontdoken. Hij pakte de vrije beroepen aan met objectieve criteria in plaats van hun eigen inkomensopgaven, en begon ook aan de tot nu toe vrijwel ongemoeide agrariërs.

Onder andere in de vermaakscentra jaagde hij op de 'zwarte economie' die op veertig procent van de officiële wordt geschat. Van de op handen zijnde automatisering bij de belastinginning verwacht hij nóg betere resultaten voor de komende jaren, ook wat de btw betreft. Protestacties van advocaten en medici wist de regering in eerste instantie succesvol te trotseren. De ernstigste slachtoffers vindt men echter bij de middenstand, waar over een regelrechte crisis wordt geklaagd.

De regering hoopt ook deze te boven te komen dankzij een politiek van 'goedkoper geld', de daling van de rentevoet. Van bijna 21 procent in 1994 is deze nu gezakt tot ruim dertien procent, maar net als bij de inflatie wordt verdere teruggang voor dit jaar onwaarschijnlijk geacht. De economische groei, in 1993 nog negatief was twee procent vorig jaar en zou dit jaar 2,8 kunnen worden.

Gejuicht wordt verder door Papadoniou over een verbeterd investeringsklimaat, een succesvolle verdediging van de opmerkelijk harde drachme, een record hoeveelheid buitenlandse valuta in kas - ruim zeventien miljard dollar - en zelfs perspectieven op een lichte daling van de werkloosheid, die nu op 19,6 procent staat, veel meer dan de gemiddelde 11 procent in de EU . De vele ontevredenen echter referen aan de woorden van de overleden politicus Jorgos Papandreou uit de jaren zestig dat in Griekenland 'de cijfers floreren maar het volk lijdt'. De versoberingspolitiek stuit op toenemende protesten, vooral nu Papandopolous onlangs heeft verklaard dat het beleid de rest van deze eeuw zal worden voortgezet.

Een voor de arbeidsvrede gunstige ontwikkeling eerder deze maand was dat in de particuliere sector werkgevers en werknemers tot overeenstemming kwamen over een loonsverhoging van 7,5 procent, hoger dus dan het voor dit jaar nagestreefde inflatiecijfer van 6 procent. Maar in de openbare sector wil de regering absoluut niet verder gaan dan tweemaal drie procent (in twee fasen) en dat geldt ook voor de gepensioneerden, die aantonen dat zij er de laatste twaalf jaar gestaag op achteruit zijn gegaan (de werknemers trouwens ook, ander dan in de overige EU-landen).

Volgende week komen de gepensioneerden, in wier organisaties de communistische partij nog een traditioneel sterke positie inneemt, weer massaal op straat. Dit veroorzaakte precies een jaar geleden zeer treurige toestanden, waarbij door de politie traangas werd gebruikt en bejaarden flauwvielen. Ongetwijfeld zal ook nu worden geprobeerd, zulke stuitende taferelen te provoceren, die op de televisiestations breed worden uitgemeten.

De prille regering zal er politiek schade van ondervinden, net als van de ook weer begonnen protestacties van boeren overal in het land, die klagen over de lage afzetprijzen, iets dat ook weer deels op de EU kan worden afgeschoven. “Griekse soldaten krijgen kaas uit Turkije”, ontdekte onlangs een oppositiekrant. Zowat alle provinciale pleinen van het land zijn al ruimschoots met melk overgoten door woedende veehouders die hun produkt niet kwijtraken, ceremonies die vaak worden 'opgeluisterd' met de slachting van overtollige schapen.

De armoede in Griekenland is intussen nog verscholen en de buitenstaander die hier geregeld komt krijgt eerder een indruk van toenemende rijkdom, of hij nu naar de nachtelijke orden des vermaaks trekt of overdag constateert dat er weer tienduizend auto's zijn bijgekomen. Dat toenemend consumentaristisch gedrag is intussen ook een fenomeen dat de drie Papa's en vooral de directeur van de Bank van Griekenland met zorg vervult.

Laatstgenoemde heeft onlangs nog op een persconferentie bekendgemaakt dat de consumentenleningen over 1995 met maar liefst 79 procent waren gestegen ten opzichte van 1994, en hij zei er bij dat deze stijging dit jaar niet meer dan dertig procent zal mogen belopen. Hier ligt weer een verband met een van de ongunstigste cijfers die Griekenland nu vertoont: het tekort op de betalingsbalans is over 1995 groter dan drie miljard dollar tegen slechts 126 miljoen het jaar tevoren. Dit is voor een groot deel terug te voeren op de nog ongunstiger handelsbalans, waar importcijfers omhoogschoten terwijl de export slechts matig toenam.

Een ander probleem dat door de rechtse oppositie breed wordt uitgemeten is dat het de regering Papandreou grote moeite kostte de beschikbare gelden van de EU te 'absorberen'. Het beginnen van de 'grote werken' die op het programma staan is door bureaucratische obstakels een zwak punt.

Van de 'superminister' voor Ontwikkeling in de nieuwe regering mevrouw Vaso Papandreou - nog een Papa, geen familie van de oud-premier - wordt gehoopt dat ze gordiaanse knopen weet door te hakken, en hetzelfde geldt voor de privatisering van staatsbedrijven - scheepswerven voorop - die tot nu toe evenmin van de grond kwamen.