Getuigen steunen Oltmans voor rechter

DEN HAAG, 13 MAART. “Ik ben overgeleverd aan de mafia”, schreeuwde W. Oltmans gisteren in de rechtszaal halverwege de zitting. De geïrriteerde rechtbank-president B. Punt keek de free-lance journalist na zijn zoveelste uitbarsting al niet meer aan: “Meneer Oltmans, u weet nou toch wel zo langzamerhand hoe u zich hier dient te gedragen.”

Vandaag is het vijf jaar geleden dat Oltmans een proces tegen de Staat der Nederlanden aanspande. Hij meent bij zijn journalistieke werk veertig jaar lang structureel te zijn gedwarsboomd door de Nederlandse overheid, vooral door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Met een van de oud-ministers van dat departement, Luns, is het wat Oltmans betreft allemaal begonnen. Luns waarschuwde zijn mensen op het ministerie geen toenadering te zoeken tot het 'staatsgevaarlijke sujet'.

Gisteren werden een oud-Kamerlid, een hoofdredacteur en een voormalig first-lady gehoord in 'de Staat tegen Oltmans'. Oltmans en zijn advocaten zijn uit op kleine anekdotes, penseelstreken eigenlijk, die als bewijs kunnen dienen voor de tegenwerking die de journalist al die jaren heeft ondervonden. Aan Ria Lubbers bleek het verhalen over kleine incidenten gisteren wel toevertrouwd. Ze vertelde over een vliegreis naar Indonesië in april 1994, waarbij haar man, oud-premier Lubbers, zomaar een praatje was gaan maken met de meegereisde journalist. Toen Oltmans dat Ria Lubbers gisteren hoorde vertellen, vouwde hij de handen ineen en keek met dankbare blik naar boven. Elke positieve mededeling, hoe minuscuul ook, brengt hem mogelijk dichter bij het volledige eerherstel en de 2,8 miljoen gulden schadevergoeding waar het hem om te doen is.

De volgens mevouw Lubbers weinig diplomatieke wijze waarop de vroegere Nederlandse ambassadeur in Indonesië, J. van Roijen, Oltmans uit de ambassade in Jakarta verwijderde, kwam laatstgenoemde eveneens goed van pas. “De ambassadeur ging dwars door mij heen om een grijze duif aan te vallen”, vertelde Lubbers doelend op de witte haardos van Oltmans. “We gaan Van Roijen ook oproepen”, riep Oltmans daarop uit.

De als getuige opgeroepen hoofdredacteur van de Volkskrant, P. Broertjes, vertelde dat Oltmans een goede indruk had gemaakt op prinses Margriet die aan voorlichtster van het Koninklijk Huis J. van Vonderen had gevraagd: “Wat was ook alweer precies de reden dat wij niet van de heer Oltmans mochten houden?” Een anekdote die Oltmans door zowel prinses Margriet als Van Vonderen ook nog aan de rechter wil laten vertellen.

Het meest content was Oltmans met de getuigeverklaring van oud-Tweede Kamerlid P. Stoffelen die overtuigd is van Oltmans' gelijk. De PvdA'er Stoffelen had in 1993 als voorzitter van de vaste Kamercommissie Binnenlandse Zaken aan de toenmalige directeur van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, A. Docters van Leeuwen, gevraagd of er een 'BVD dossier-Oltmans' bestond. Docters ontkende, terwijl dit dossier wel degelijk bestond en bestaat. Oltmans heeft nog een kort geding lopen om het dossier in te mogen zien. “Docters van Leeuwen heeft dus gewoon gelogen”, was de conclusie van een tevreden Oltmans na afloop van de getuigenverhoren, “en niet tegen zo maar iemand, maar tegen een Kamerlid.”

De zaak is wat de journalist betreft nog lang niet afgelopen. De ene getuigeverklaring lijkt de volgende dan ook op te roepen. Financieel redt hij het naar eigen zeggen met zijn bijstanduitkering en de Nederlandse Vereniging van Journalisten betaalt zijn advocaten. “We gaan gewoon door”, zegt Oltmans, “ze zullen allemaal in de rechtszaal komen.”

Met 'ze' heeft de 71-jarige journalist niet de minsten op het oog. “Na de verklaringen van vandaag natuurlijk Docters van Leeuwen, meneer Van Roijen, prinses Margriet en haar voorlichtster Van Vonderen. En dan nog Van Mierlo (minister van Buitenlandse Zaken), Van den Broek (oud-minister), premier Kok, prins Claus nog een keer en als het echt niet anders kan ook koningin Beatrix.”

Omdat de zaak-Oltmans een civiele procedure is, moeten getuigen altijd verschijnen. Artikel 191 van het Wetboek van Burgelijk Rechtsvordering maakt daarbij geen uitzondering voor leden van het Koninklijk Huis. Desnoods kan een weigerende getuige worden opgehaald door de politie. Een getuige kan wegblijven als hij geheimhoudingsplicht heeft (een arts bijvoorbeeld) of als een verklaring voor hemzelf nadelig zou kunnen uitpakken. Ook zou een getuige kunnen verzoeken achter gesloten deuren te worden gehoord, zoals prins Claus in 1981 bedong in een rechtszaak met Oltmans. De rechter beslist over de weigering om te verschijnen of over het verzoek om achter gesloten deuren te worden gehoord.

Oltmans beweert een geweldige stok achter de deur te hebben om ook de koningin voor rechter Punt te laten verschijnen. “We hadden dezelfde gouvernante en Beatrix heeft mij zóveel verteld. Ik houd mijn mond nu nog stijf dicht, maar er is natuurlijk een grens.”