Drama tussen lava en ijs

Children of Nature (Börn Náttúrunnar). Regie: Fridrik Thor Fridriksson. Met: Gísli Halldórsson, Sigríour Hagalín, Baldvin Halldórsson, Bruno Ganz, Björn Karlsson. In: Amsterdam, Kriterion; Den Haag, Haags Filmhuis; Nijmegen, Cinemariënburg.

Op het erf van een boerderij, in een godverlaten streek, schiet een oude man zijn oude hond dood. Hij gaat naar binnen, verbrandt een stapeltje foto's, stopt zijn kleren en wat andere spullen in een koffer, en kamt zorgvuldig zijn haar. Als hij de deur uitloopt lijkt hij zich te bedenken; hij gaat terug de kamer in, haalt de hangklok van de wand, neemt hem onder zijn arm en loopt bepakt en bezakt naar de verderop gelegen bushalte.

Het dialoogloze begin van Children of Nature, een speelfilm van de IJslander Fridrik Thor Fridriksson, spreekt duidelijke taal: dit is een man die afscheid neemt van zijn oude leven. De Noord-IJslandse boer Thorgeir (Gísli Halldórsson) reist met zijn hebben en houwen naar Reykjavik en klopt aan bij zijn dochter. Maar een onbekommerde oude dag is hem daar niet gegund: al na korte tijd laaien de irritaties tussen hem en zijn onuitstaanbare kleindochter op.

Thorgeir wordt bij een bejaardentehuis gebracht, om zoals zijn dochter het fijntjes uitdrukt 'oud te worden tussen zijn gelijken'.

Tot en met Thorgeirs eerste dagen in het bejaardenhuis doet Children of Nature nog het meest denken aan een strak gefilmde documentaire over de onbeholpen manier waarop de moderne maatschappij met haar ouden van dagen omgaat: een soort Schmidt & Doebele in IJsland. Maar de film verandert - en wint aan tempo - wanneer Thorgeir in het tehuis zijn jeugdliefde Stella (Sigríour Hagalín) ontmoet en met haar in een gestolen jeep terug naar het noorden vlucht.

Achtervolgd door de politie reizen ze naar het uitgestorven dorp van hun kindertijd, waar ze een zomerhuisje kraken en het rozevingerige verleden herbeleven - tot de dood hen scheidt.

IJsland is op zijn koudst en ruigst in Children of Nature, dat in 1991 (!) genomineerd werd voor de Oscar voor de beste buitenlandse film. Tegen de achtergrond van sneeuw en gestold lava situeerde Fridriksson een romantisch drama, dat mooie beelden en goed spel biedt, maar jammer genoeg door stijlbreuken ontsierd wordt. Het lijkt alsof de regisseur niet precies wist wat hij met zijn verhaal aanmoest. Na het documentaire begin wordt de film even een road movie, waarna hij eindigt als een magisch-realistische elegie.

Als in de voorlaatste scène plotseling Bruno Ganz ten tonele verschijnt als de engel die we nog kennen uit Der Himmel über Berlin, dan weet je eigenlijk niet of Fridriksson zijn personages nog serieus neemt.

Anderhalf uur lang werkt hij op je gevoelens; maar uiteindelijk weet hij niet echt te ontroeren.