Dole's opmars

WEINIG ZAKEN LENEN zich zo goed voor publicitaire 'hype' als de eerste fase van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Deelstaten die in het normale leven geen bijzondere politieke of economische betekenis hebben, gelden plotseling als barometer voor de hele natie. Een reputatie als geslaagd generaal en de publicatie van een boek veroorzaakten rondom Colin Powell electorale heisa nog voor het circus van de voorverkiezingen overeind stond. Inmiddels hebben zich daar mannen als de miljonair Forbes en de reactionair Buchanan voorgesteld en zijn er een bekende senator van Texas en een onbekende gouverneur van Tennessee ten onder gegaan. De grote naam en straks in november waarschijnlijk de Republikeinse uitdager van president Clinton is sinds gisteren Bob Dole, de man die op Super Tuesday in zeven staten de voorverkiezingen won.

De Amerikaanse media kunnen nu weer met hun voeten op de grond terugkeren. De natie als geheel mag het accent rechts van het midden plaatsen, daarvan profiteert een ultra als de publicist en voormalige Nixon-medewerker Buchanan maar zeer ten dele. Zelfs in de categorieën die hem het meest nabij staan, de isolationisten, de pro-life-activisten en de christen-fundamentalisten, scoort hij niet als eerste. Buchanans ontdekking van de nood van de over de rand geduwde blauwe en witte boorden en zijn verwijten wegens a-sociaal gedrag aan grote ondernemingen die in hun zucht naar rendement tienduizenden tegelijk ontslaan, leverden hem weliswaar extra aanhang op, maar nu ook Dole zich gevoelig heeft getoond voor die problematiek blijken de samenbindende capaciteiten van deze gematigd conservatieve leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat toch de doorslag te geven.

ZIJN RECENTE ZEGES in volkrijke staten als New York, Florida en Texas hebben de zwakke start van Dole naar de achtergrond gedrongen. Goede organisatie, ruime financiering en steun van strategisch geplaatste partijgenoten verlenen de senator nu een voorsprong in de afvaardigingen van de deelstaten naar de Republikeinse conventie waar de partij komende zomer haar definitieve kandidaat voor het Witte Huis zal nomineren. Het Republikeinse establishment blijkt de partij nog in zijn greep te hebben en het is dan ook zeer de vraag of het in de een of andere vorm aan outsider Buchanan concessies wil doen. De laatste wil het met een volgehouden campagne wel daarop aansturen, maar het ziet er niet naar uit dat 1996 opnieuw een ultra-rechtse revolutie te zien zal geven. Voor Buchanan zelf lijkt er geen kandidatuur voor het vice-presidentschap meer in te zitten.

Van alle Republikeinse kandidaten scoort Dole tegenover president Clinton het best, maar dat betekent niet dat hij ook een goede kans maakt. Het economisch nieuws en vooral de stijgende werkgelegenheid komen de zittende president goed van pas. Als internationale crises en de verschillende schandalen die Bill en Hillary Clinton achtervolgen, het presidentspaar geen parten spelen, zijn de beste kansen voor de Democraten. Het gaat dit jaar om het veroveren van het midden, waar normen en waarden en sociaal-economische ontwikkelingen met gevoel voor nuances worden beschouwd. Clinton heeft bewezen daar een overtuigende campagne te kunnen voeren. Zijn zwaktes zijn tegen die van Dole weg te strepen.