Communiceren met de voorouders op Mbira-festival

Mbira: 14/3 t/m 17/3 in IJsbreker, Soeterijn en Melkweg Amsterdam. Inf.: 020-6681805.

Eens in ons koloniale verleden heeft een nogal onwetende Europeaan ons opgescheept met de raadselachtige term 'duimpiano'. Hiermee wordt een Afrikaans muziekinstrument aangeduid, dat, in tegenstelling tot een echte piano, geen snaren heeft. In plaats daarvan zijn er een of meer rijen dunne platte strips van metaal of hout, die elk hun eigen toon hebben. De strips worden niet met toetsen bespeeld, maar met de duimen en soms met de wijsvingers. Om elke overeenkomst met de piano teniet te doen is de resonator met klankbord (vaak een kalebas) en lamellen gemakkelijk met twee handen op te tillen - als het moet met één.

Drie Amsterdamse podia wijden tot en met zondag concerten, lezingen, films en workshops aan deze duimpiano, die eigenlijk mbira heet. De mbira is wellicht het meest karakteristieke muziekinstrument van Afrika beneden de Sahara. Bij het Shona-volk in Zimbabwe heeft de mbira de hoogste vorm bereikt. Hier vervaardigden ijzersmeden de lamellen, variërend van drie tot 52 stuks, reeds lang voordat hier in de vijftiende eeuw de Portugezen arriveerden.

De constructie van de mbira, die officieel te boek staat als 'lamellofoon', is bij alle verschijningsvormen vergelijkbaar, maar de klankrijkdom is opvallend geschakeerd. Zo heeft elke stam een unieke stemming voor verschillende mbira-types, die gegraveerd lijken te zijn in het hoofd van de ervaren speler. Er zijn verschillende gevallen bekend van mbira-spelers die jaren ver van huis verbleven, maar na al die tijd nog geen kwarttoon van de stemming van hun stam afweken. Dat gebeurde zonder de hulp van stemvorken, want alleen etnomusicologen hadden die in tientallen soorten en maten ter beschikking om de mbira-stemmingen in kaart te brengen.

Een ander geheim van de mbiraklank schuilt in de kunst om het geluid van de vibrerende tongen te verstoren. Voor musici en publiek is de klank van de lamellofoon, maar ook van Afrikaanse xylofoons en snaarinstrumenten, vaak niet compleet zonder het geruis van de ringetjes die om de lamellen zitten of het snorrende gezoem van flessedopjes, ja zelfs van spinnewebben in de resonator. Deze 'witte ruis' staat ver af van het Europese ideaal van een heldere en 'schone' klank, maar geeft de mbiraspeler de mogelijkheid het ritme in zijn spel te benadrukken.

In één gebied bestaan vaak verschillende varianten van de mbira, die elk voor verschillende gelegenheden worden gebruikt en een eigen naam hebben. De muziek varieert van vrolijke, onbezorgde spotliederen, tot complexe, trance verwekkende vlechtwerken van melodieën en ritmes, die soms rechtstreeks lijken te zijn ingegeven door hogere geesten. Het mbiragenre is immers bij uitstek het lied van de voorouders, waarin mensen communiceren met de geesten van overleden familieleden.

Beauler Dyoko, een van de weinige vrouwelijke mbiraspelers, kan hierover meepraten. Zij kreeg als ernstig zieke puber tijdens een traditioneel genezingsritueel van haar overleden vader te horen, dat ze haar leven aan de mbira moest wijden. Ze bleek prompt het instrument te beheersen en van haar ziekte genezen.

Nu, enige decennia later, kunnen we er in Amsterdam getuige van zijn dat Dyoko, inmiddels de oermoeder van de mbira, nog steeds de wens van haar vader volbrengt. Behalve haar traditionele ensemble is tijdens de concerten ook de geëngageerde mbirapop van Thomas Mapfumo te horen. Verder zal Chaka Chawasarira de confrontatie aangaan met eigentijdse Nederlandse muziek.

In de jaren dertig rapporteerde een pionier in de studie van de Afrikaanse muziek het wegkwijnen van de traditie van het maken en bespelen van de 'mbira dze Midzumi', wat letterlijk 'noten van de vooroudergeesten' betekent. Maar de populaire vermaaksvariant heeft nog steeds toekomst, zo blijkt uit het Amsterdamse mbira-evenement.