Boeiend portret van Bolkestein

“Een ongeautoriseerde biografie”, zó kondigde de KRO in advertenties zijn portret van Frits Bolkestein aan. Dat rook naar opzienbarende onthullingen, verongelijkte ontkenningen (Wiegel: “Ik sta wel degelijk vierkant achter Frits”) en geknakte reputaties. Het bleek mee te vallen - voor Bolkestein en de VVD.

Het gisteravond uitgezonden portret van Bolkestein bevatte geen schokkende, nieuwe feiten, maar toch was het een boeiende produktie van Ton F. van Dijk, Steven de Vogel en Marc Josten. Zij bewezen weer eens het nut van gedegen onderzoeksjournalistiek. Politici worden in Nederland eerder geïnterviewd dan geportretteerd. Die interviews leveren doorgaans betrekkelijk weinig op, omdat politici er steeds beter in getraind raken valkuilen te vermijden.

Met profilerende journalistiek, waarbij de omgeving van 'het onderwerp' wordt afgegraasd, kom je in zulke gevallen vaak verder. Maar het is een tijdrovende benadering die daarom ook bij de schrijvende pers niet ècht populair is. Over Bolkestein, toch een buitengewoon interessant fenomeen aan het politieke firmament, bestond tot dusver slechts één goed profiel: De jonge jaren van Bolkestein in HP/De Tijd van september vorig jaar.

Op dat artikel leunden ook de KRO-mensen voor wat betreft het eerste deel van hun documentaire. Zij voegden over deze periode één belangrijk aspect toe: Bolkestein zou voor Shell in Indonesië niet flexibel genoeg zijn opgetreden en daarom zijn teruggehaald naar Europa. Het verblijf in Indonesië zou voor Bolkestein zelfs dermate traumatisch zijn geweest, dat hij er later als bewindsman niet meer naar wilde terugkeren.

Vergelijkbare kritiek kwam verderop in de documentaire ter sprake. Toen hij staatssecretaris buitenlandse handel was, bereikten het VNO klachten dat hij zich niet sociaal genoeg gedroeg. Hij isoleerde zich in gezelschap, zat liever op zijn kamer een boek te lezen dan een borrel te drinken aan de bar. “Het verontrustte mij”, gaf G. Zoutendijk, oud-fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer, toe.

Dat was de grootste verdienste van deze documentaire: dat hij inzicht verschafte in het karakter van Bolkestein. Hij kwam eruit naar voren als een nogal eenzelvig mens, weinig gesteld op 'gezelligheid' en vrijblijvende, sociale contacten. Een vriend zei: “Hij is altijd niet thuis in de groep waarin hij zich bevindt.” Jeugdvriend Erik van Bruggen was nog explicieter: “Hij is toch een beetje een aso. Hij gedraagt zich soms asociaal. Hij kan zeker bot zijn. Bijvoorbeeld een uitgestoken hand laten zitten en in zijn krant blijven kijken.”

Het zijn karaktertrekken die Bolkestein kennelijk ook bij de opvoeding van zijn kinderen parten hebben gespeeld. Een voormalig schoolhoofd in Indonesië vertelde hoe Bolkestein ten einde raad bij hem was gekomen, nadat zijn kinderen vernielingen in zijn huis hadden aangericht. Hoe moest hij ze aanpakken? “Zitten ze wel eens op je rug?” vroeg het schoolhoofd. “Wat moeten ze nou op mijn rug doen?” vroeg Bolkestein verbijsterd.

Er heeft altijd de nodige mist gehangen boven de overgang van Bolkestein van Shell naar de Nederlandse politiek. Had Shell er belang bij hem in de politiek te parachuteren? De documentairemakers suggereerden van wel, maar ze onderbouwden dat onvoldoende. Bolkestein heeft een door Shell betaalde mediatraining gehad, en volgens een vriend geniet hij momenteel van een Shell-pensioen. Die zaken heeft Bolkestein zelf al eens in een interview in NRC Handelsblad bevestigd - hij sprak daarin van 'een gouden handdruk ' -, maar daarmee is nog niet aangetoond dat Bolkestein als een verlengstuk van Shell naar de politiek is verhuisd.

Overtuigender was dat deel van de documentaire waarin de politieke opmars van Bolkestein werd gereconstrueerd. Misschien dat Bolkestein geen sociaal dier is, een berekenend politicus die goed gebruik maakt van de zwakten van zijn rivalen, is hij in ieder geval wèl. Eén voor één zette hij hen buitenspel: Nijpels, Voorhoeve, Wiegel. Tegen Nijpels hield hij in een fractievergadering zelfs een veertig minuten durend 'requisitoir'. “Ik zou het onder vier ogen hebben gedaan”, zei Wiegel droogjes.

Er bleek nog opvallend veel oud zeer tegen Bolkestein te bestaan in zijn eigen VVD. Het wordt hem vooral kwalijk genomen - onder anderen door Neelie Kroes - dat hij als minister van defensie het kabinet (van Lubbers) de rug toekeerde. (Aan Lubbers zou Bolkestein, volgens een vriend, altijd een grote hekel hebben gehad.)

Wiegel heeft nog altijd moeite om niet te knarsetanden als de naam van Bolkestein valt. Linschoten en De Grave hadden hem - met Bolkestein als regisseur op de achtergrond - het fractievoorzitterschap in de Eerste Kamer aangeboden, mits hij zich verder niet teveel met de politiek bemoeide. “Alsof de twee heren daarover gingen”, schamperde Wiegel. Wiegel wilde overigens niet uitsluiten dat hij als premier in de politiek terugkeert. Ik vrees voor hem dat dit alleen kan gebeuren via het stoffelijk overschot van Bolkestein.

Was het, alles bij elkaar, een voor Bolkestein gunstig portret dat hier geschetst werd? Ach, wat is gunstig? Als mens kwam hij wat dichterbij, en dat kan voor hem een gunstig effect hebben. Als politicus bleek hij - hoewel hij wel eens de indruk van het tegendeel wekt - even verzot op macht, en de daarbij behorende spelletjes, als zijn rivalen.

Wat Bolkestein in ieder geval siert is, dat hij deze journalistieke produktie niet heeft proberen te torpederen, zoals Hans van Mierlo deed met een biografie over zijn leven. Daarmee zijn we meteen beland bij het volgende onderwerp voor de KRO-jongens: Hans van Mierlo.