België tegen louter repressie van drugs

ANTWERPEN, 13 MAART. In hun niet aflatende kritiek op het Nederlands drugsbeleid nemen de Franse bewindslieden België soms in een bijzin mee. In de havens van Rotterdam èn Antwerpen wordt te weinig gecontroleerd op drugs, verklaarde gisteren de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Jean Louis Debré, in een interview met Le Parisien.

De Belgische minister van Binnenlandse Zaken, Johan vande Lanotte, heeft onmiddellijk na die aantijging fel uitgehaald. In België worden ten minste evenveel drugs onderschept als in Frankrijk, reageerde hij. “Wij gebruiken andere methodes, zoals gecontroleerde levering. En die leveren goede resultaten op.” Hij hekelde de voortdurende kritiek uit Parijs op het drugsbeleid van buurlanden. “Je kunt geen Franse minister meer tegen komen of ze beginnen erover.”

Tussen het Nederlandse en Belgische drugsbeleid bestaan steeds meer overeenkomsten. “Het beleid verschuift richting opvang en preventie”, beaamt een woordvoerder van het Belgische ministerie van Binnenlandse Zaken. “Het is zeer belangrijk dat we het preventiewerk kunnen uitbouwen en uit de criminele sfeer halen”, zei gisteren ook de Vlaamse minister van Volksgezondheid, Wivina Demeester, in een debat in Antwerpen over het Belgisch drugsbeleid. Ze pleitte voor “een milde houding in het ganse hulpverleningspakket.”

De verschuiving van repressie naar een mildere houding tegenover drugsverslaafden, die meer worden gezien als patiënt dan als delinquent, blijkt duidelijk uit het vorig jaar verschenen drugsplan van de federale overheid. Acht van de tien punten in dit programma zijn gericht op verzorging en preventie. Zo is er een spuitenruilprogramma naar Nederlands voorbeeld voorzien, evenals negen opvangcentra voor verslaafden, die in de loop van dit jaar in de grote steden worden geopend.

De Nederlandse minister van Justitie, Winnie Sorgdrager, verklaarde eind vorig jaar al dat het Belgische tienpuntenprogramma niet wezenlijk verschilt van de Nederlandse drugsnota, “dit dus in tegenstelling met de indruk dat er ter hoogte van Hazeldonk een enorme beleidskloof zou gapen”. Ook minister Vande Lanotte erkende tegenover NRC Handelsblad: “Het Belgisch en het Nederlands drugsbeleid is voor 90 procent hetzelfde.”

Inmiddels heeft de Belgische senaat afgelopen december ook een wetsvoorstel goedgekeurd om methadonverstrekking aan verslaafden te legaliseren. Sinds 1993 werd dat al gedoogd, maar in de jaren tachtig belandde een arts nog in de gevangenis omdat hij methadon had voorschreven. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting binnenkort goedgekeurd door het parlement. Het aantal verslaafden aan harddrugs in België is ongeveer even groot als in Nederland: naar schatting 1,7 per duizend inwoners.

Ondanks de groeiende aandacht voor preventie en opvang in het Belgische drugsbeleid, blijft er één groot verschil met Nederland: in België wordt geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs en er bestaat geen gedoogbeleid. Alle verdovende middelen zijn er verboden. Terwijl in Nederland het gebruik van softdrugs wordt gedoogd, veroorzaakte minister Vande Lanotte onlangs een relletje door toe te geven dat hij wel eens een stickie had gerookt. In België wordt overigens wel een de facto gedoogbeleid gevoerd: personen die worden aangehouden met kleine hoeveelheden softdrugs worden meestal niet vervolgd. Maar ook iemand met drie gram hasj op zak wordt soms achter de tralies gezet.

Voor gedogen of legaliseren van drugs pleit vrijwel geen Belgisch politicus. Van de grote partijen gaan alleen in de Waalse Parti Socialiste soms stemmen op om het gebruik van softdrugs te legaliseren. Maar Vlaamse socialisten als Vande Lanotte zijn fel gekant tegen zelfs maar gedogen. In de Belgische media toont alleen het dagblad De Morgen begrip voor het Nederlandse gedoogbeleid. “Het strekt minister van Justitie Sorgdrager tot eer dat ze niet toegeeft aan de steeds groeiende Europese druk, en koppig het Nederlandse model blijft verdedigen”, schreef vorige week hoofdredacteur Yves Desmet.

Hoewel ze zich niet kunnen vinden in het Nederlandse gedoogbeleid, schieten Belgische bewindslieden Nederland steeds vaker te hulp tegen de felle kritiek uit Frankrijk. De Belgische premier Jean-Luc Dehaene hekelde vorige week het Franse verzet tegen het Nederlandse gedoogbeleid. President Chirac grijpt volgens Dehaene terug naar methodes “die ons verder afbrengen van de oplossing”. Ook minister Vande Lanotte verwijt Parijs regelmatig het Nederlands drugsbeleid als alibi te gebruiken om de controle aan de grenzen te handhaven. “Ook al heb ik een aantal kritieken op het Nederlands drugsbeleid”, aldus Vande Lanotte, “dat geeft me niet het recht om, zoals de Fransen doen, eens uit te leggen hoe het moet.”