Twee boezemvrienden met één vriendin

Vrienden waren het, boezemvrienden. Drieëndertig jaar lang. Ze hadden nog samen op de kunstacademie gezeten. De een was later kunstschilder geworden, de ander kwam in het maatschappelijk werk terecht.

Twee jaar geleden was de vriendschap opeens voorbij. Er was een vrouw tussengekomen.

Nu staat één van de twee terecht voor de rechtbank van 's-Hertogenbosch. Lodewijk Partens is een 61-jarige man, gebrild en met grijs, dunnend haar en een baardje. Hij maakt een wat verstrooide, laconieke indruk. Partens wordt ervan beschuldigd op 16 september 1995 het schildersatelier van zijn gewezen vriend Hans Ledelaar in brand te hebben gestoken. Ook zou hij Ledelaar telefonisch bedreigd hebben.

Omstreeks twee uur in de nacht van 16 op 17 september trof de brandweer in de bosrijke omgeving van een Brabants dorp een volledig uitgebrand schildersatelier aan. Drie kwartier later ging de telefoon in huize Ledelaar. Een stem die verdacht veel op die van Partens leek, zei op het bandje van het telefonische antwoordapparaat: “Als je doorgaat mijn vrouw te neuken, steek ik je woning ook nog in de fik.”

“Heeft u het zo ingesproken?” vraagt de voorzittende rechter, mevrouw mr. M. Meijer.

“Ik kan het me niet herinneren, maar ik neem het zonder meer aan”, zegt Partens. Hij ziet het dreigement meer 'als een metafoor'. “Het is hetzelfde als wanneer je zegt: ik sla je dood.”

Er zat een misleidende fout in Partens' dreigement. Met 'mijn vrouw' bedoelde hij niet zijn eigen vrouw, maar Ada, de vriendin die hij een jaar of drie volledig - tot en met trioseks aan toe - met Ledelaar had gedeeld. Ada was vijfendertig jaar jonger dan beide vrienden. Ze moeten zo ongeveer verslaafd aan haar zijn geweest.

Partens had zelfs met haar samengewoond, maar beladen met schuldgevoelens was hij toch weer naar zijn vrouw teruggekeerd. Het was ook voor Ada de beste oplossing, vond hij. Hij had gehoopt dat ook Ledelaar - eveneens getrouwd - afstand zou nemen van Ada, maar diens libido bleek net iets volhardender. “Ik wil wel van hem af”, had Ada tegen Partens gezegd, “maar Hans oefent zo'n druk op me uit.”

Arme Ada. Ze kwam volledig klem te zitten tussen de twee vrienden, en het gevolg is dat ze nu met een groot alcohol- en drugsprobleem kampt. Partens heeft daarom óók schuldgevoelens ten opzichte van Ada. Zo blijft een mens bezig.

De rechter probeert Partens' geheugen tevergeefs te repareren voor wat betreft de feiten van de brand. Partens beroept zich erop dat hij die nacht volledig bezopen moet zijn geweest. Hij kan zich niet voorstellen dat hij de brand gesticht heeft, maar anderen vinden dat niet zo onwaarschijnlijk. Zijn vrouw bijvoorbeeld. Zij vond dat de waarheid - inclusief Ada vermoedelijk - nu maar eens boven water moest komen.

Mevrouw Partens was bereid het toch al gammele alibi van haar man - een kroegentocht in de bewuste nacht - te ondermijnen. Ze gaf de politie op hoe lang haar man precies was weggeweest. Bovendien had ze de kilometerstand van zijn auto gecontroleerd, omdat ze terecht vermoedde dat hij weer contact met Ada had. De kilometerstand kwam overeen met de afstand tussen Partens' woning en het uitgebrande atelier. Mevrouw Partens bevestigde ook dat de dreigende stem op het telefoonbandje inderdaad die van haar man is.

Er zullen momenten zijn waarop zelfs Partens moeite zal hebben in zijn onschuld te geloven. Zijn zoon Wim zal hem er niet bij helpen. Die had tegen de politie gezegd: “Mijn vader drinkt heel veel, en dan is hij tot alles in staat: ook tot brandstichting en bedreiging.”

Dan zijn er ook nog vóór en na de brand anonieme brieven gestuurd naar mevrouw Ledelaar. Ze bevatten ondermeer een naakt- en portretfoto van Ada. Ledelaar bewaarde de foto's in zijn atelier, waarvan Partens een sleutel had.

“U heeft die brieven gestuurd?” vraagt de rechter.

“Ja, ik zal het wel gedaan hebben. Ik was toen in een roes. Het is voor mij allemaal heel vaag.”

“Kent u de naaktfoto van Ada?”

“Dit soort foto's verstopte ik thuis op zolder. Maar ik ben net een eekhoorn: ik weet nooit waar ik mijn eikeltjes laat.”

Ada herinnerde zich bij de politie dat Partens haar maar bleef vragen of ze nog steeds seks met Ledelaar had. De figuur van Ledelaar, een getalenteerd erotomaan, leek Partens na drieëndertig jaar nog steeds te obsederen. “In die ruim dertig jaar vriendschap heb ik hem vanwege zijn escapades nogal eens uit de puree moeten helpen”, zegt hij.

“Kan u het accepteren dat hij nog contact heeft met Ada?” vraagt de rechter.

“In september vorig jaar nog niet. Maar ik voel nu geen rancune meer, ik wil gewoon niets meer met ze te maken hebben.”

Twaalf jaar geleden begon Partens stevig te drinken. Hij was toen nota bene nog maatschappelijk werker, belast met de hulpverlening op het gebied van alcohol en drugs. Een toegewijde, gedreven hulpverlener, daar is iedereen het - zonder ironie - over eens. Ooit was hij graficus, maar met veel zelfstudie bekwaamde hij zich in het maatschappelijk werk.

Op 57-jarige leeftijd werd hij wegens een reorganisatie vervroegd gepensioneerd. Hij viel in een diep gat. Zijn vier kinderen waren de deur uit, zijn huwelijk was slecht. Hij zocht voortaan de gezelligheid in de kroeg. Daar vond hij ook Ada. De verhouding duurde drie jaar. Toen trok hij zich terug met een nogal ambivalente afspraak: ze kon hem altijd om hulp vragen.

“Ik ben mijn leven lang bezig geweest met andermans problemen”, zegt Partens, “maar voor mijn eigen problemen vluchtte ik in de alcohol.”

Onderzoekers schetsen hem als een begaafde, intelligente man met 'kinderlijk onrijpe afhankelijkheidsgevoelens'. Een verbitterd man ook met weinig zelfkennis.

“Was u hulpverlener geworden als dit rapport over u vóór die tijd was opgesteld?” vraagt de officier van justitie, mr. A. Willemsen.

“Met zo'n rapport had ik beter timmerman kunnen worden. Ik heb over mijn werk vaak gedacht: voor wie doe ik het? Ik heb het ook altijd aan sollicitanten gevraagd: waarom wil je hulpverlener worden?”

“Had dat ook niet aan u gevraagd moeten worden? Die relatie met dat meisje was toch puur voor uw eigen ego?”

“Dat is ook zo, maar het ging allemaal onder invloed van alcohol.”

De officier eist een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar met voortzetting van een therapie om van de drank af te komen. Partens en zijn advocate vragen om opheffing van de voorlopige hechtenis. Het leven tussen de gedetineerden valt hem zeer zwaar, temeer omdat hij een hartkwaal heeft. Maar de rechters wijzen het verzoek af.

(Het vonnis, twee weken later: een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk.) De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.