Nederland grootste investeerder op Curaçao

De economie van Curaçao biedt een gemengd beeld. Het traditionele cruise-toerisme loopt terug, maar het aantal toeristen uit Nederland is de laatste jaren sterk toegenomen. De olieraffinaderij die Shell in 1985 sloot, krabbelt langzaam op. De financiële sector bloeit en er is zelfs een beetje export. Maar de overheid op Curaçao heeft enorme schulden. Het bedrijfsleven vreest een terugslag van bezuinigingen en nieuwe belastingen. “Dat zal zeker een dip geven.”

Als de jeugdige steelband zijn vrolijke muziek op de kade laat horen, weten de voorbijgangers in Punda dat er een cruise-schip in de haven van Willemstad is afgemeerd. Punda is het deel van Curaçao's 'hoofdstad' dat het historische centrum omvat, met zijn charmante oude huizen, tientallen winkels met hun belastingvrije waren en hier een daar een pleintje met terrasjes. De band begint te spelen als de eerste cruise-passagiers, overwegend bejaarde Amerikanen, de schipbrug bereiken die Punda verbindt met Otrabanda ('andere kant'), waar de minder bedeelde Curaçaoënaars doorgaans hun inkopen doen. Voor de cruise-passagiers zijn de winkels in Punda altijd open, ook op zondag, want deze vorm van toerisme is een van de kurken waarop de plaatselijke middenstand en de economie van Curaçao drijft.

De koopkrachtige cruise-passagiers geven tijdens zo'n dagje Curaçao gemiddeld 78 dollar per persoon uit, zegt Edward Pietersz, regionaal manager van het Curaçaose Toeristenbureau in de Verenigde Staten. Vooral gouden en zilveren sieraden en andere (belastingvrije) luxe-artikelen zijn populair bij deze vakantievierende consumenten. Cruise-passagiers die de kennismaking met Curaçao bevalt, komen vaak voor een langer verblijf terug en daar moeten de hotels van het eiland en de overige toeristenbedrijven het van hebben. De overheid pikt een graantje mee met een speciale belasting (head tax) die drie dollar per persoon bedraagt.

Ondanks de vrolijke muziek nabij de nieuw aangelegde terasjes en de zorgvuldig schoon gehouden voetgangerszone in het oude centrum van Punda gaat het Curaçao in de cruise-industrie - zoals het verschijnsel in Amerika heet - niet voor de wind. Het aantal bezoekers daalde van 190.000 in het seizoen (oktober-april) 1993-94 tot 165.000 het jaar daarop. De belangrijkste reden is dat cruise-passagiers in het Caraïbische Zeegebied met zijn talloze eilanden, steeds vaker voor korte trips kiezen. Curaçao ligt ver van Miami, van waaruit vrijwel alle cruiseschepen vertrekken en komt dus bij korte trips minder of niet meer aan de beurt. Bovendien worden de cruiseschepen steeds groter en dus ook hoger, zo hoog dat ze in de toekomst niet meer onder de verkeersbrug door kunnen die de St. Annabaai, de fraaie natuurlijke diepzeehaven van Willemstad, overspant.

Het grootste schip dat Curaçao nu regelmatig aan doet, de 70.000 ton metende Legend of the Seas (1800 passagiers) van Carnival Cruise Line, de grootste cruisemaatschappij ter wereld, kan nu nog net onder de brug door. Maar in het jaar 2000 zullen naar verwachting drie grote maatschappijen de cruise-industrie in het Caraïbische Zeegebied domineren met een nieuwe generatie schepen van ca 100.000 ton. De haven die deze zeekastelen met hun 3.500 passagiers niet kan accomoderen, wordt overgeslagen. Curaçao heeft plannen voor de aanleg van een mega-pier voor deze enorme cruise-schepen, buitengaats bij Otrabanda, maar wel vlak bij Willemstads historische centrum, de belangrijkste attractie voor de cruise-vaarders. Dat vergt een investering van tien miljoen Antilliaanse guldens die het eiland maar ten dele zelf kan opbrengen. “We hopen op investeringen uit Nederland”, zegt Richard Lopez Ramirez, directeur van de haven van Willemstad.

Curaçao, met 150.000 inwoners verrewege het grootste van de vijf Nederlandse Antillen en ook beduidend groter dan het 'aparte' koninkrijksdeel Aruba (80.000 inoners), is een typische importeconomie. De Verenigde Staten (38 procent) en Nederland (20 procent) zijn de belangrijkste leveranciers van goederen en diensten en het overgrote deel van de levensmiddelen (er is vrijwel geen landbouw of veeteelt op de Antillen). De import wordt betaald met deviezen die worden verdiend met toerisme, met de financiële dienstverlening (er zijn ruim 30.000 offshore companies, merendeels trustfondsen, op Curaçao geregistreerd en banken als ABN Amro en ING hebben daar een aardige boterham aan), de verwerking van ruwe olie (in de voormalige Shell-raffinaderij die sinds 1985 is verhuurd aan de Venezolaanse staatoliemaatschappij PdVSA en nu ISLA heet, de Curaçaose Dokmaatschappij die een groot droogdok in de haven exploiteert en de bescheiden lokale industrie die pas sinds vier of vijf jaar probeert haar produkten elders en dan vooral in de Verenigde Staten te verkopen.

Tegenover de langzame vermindering van het cruise-toerisme staat de snel toegenomen populariteit van Curaçao als vakantiebestemming in Nederland. in 1987 kreeg Curaçao in totaal 79.000 toeristen die langer dan één nacht bleven, in 1992 was dat aantal gestegen tot ruim 200.000. Vorig jaar kwam ca 80 procent van alle toeristen die meer dan een dag bleven (ofwel ruim 77.000 mensen in de eerste elf maanden van het jaar) uit Nederland. Daarbij speelt het Van der Valk-concern een belangrijke rol: het torenflat-hotel (254 kamers) dat Fort Amsterdam in Willemstad overschaduwt, is doorgaans goed gevuld met veelal bejaarde Nederlanders die van de felle Caraïbische zon en de glasheldere zee willen genieten. Het concern dat ook een hotel op het veel kleinere Bonaire exploiteert, heeft vergevorde plannen voor de bouw van een tweede hotel ten westen van Willemstad. Er zijn ook talrijke projecten, veelal van Nederlandse investeerders, voor dure appartementen en villa's voor mensen die meer dan een keer per keer of semi-permanent op Curaçao willen blijven.

Behalve ongeveer 250 cruise-schepen ontvangt de haven van Willemstad, een andere economische kurk van de eiland-economie, jaarlijks een kleine 5000 schepen. De omzet bedroeg vorig jaar 900.000 ton vracht in bulk en stukgoed en 75.000 teu's (de maat voor 20 voets-containers) waarvan 20.000 als transshipment. De containerterminal behoort volgens directeur Karel Aster qua efficiëncy tot de top drie in de regio, terwijl de tarieven lager zijn dan in Port of Spain (Trinidad) en Manzanio nabij Panama, de belangrijkste concurrenten. Niettemin heeft Willemstad vorig jaar een flink stuk lading verloren omdat een aantal grote scheepvaartmaatschappijen, waaronder Nedlloyd, besloten alleen nog de nieuwe Panamse terminal Manzanio te gebruiken. Ook in het tradionele scheepvaartverkeer tussen Latijns- en Noord-Amerika heeft Curaçao aan betekenis ingeboet omdat verladers de voorkeur geven aan Port of Spain. Het wegvallen van het containervervoer is grotendeels gecompenseerd door de aan- en afvoer van rijst, in bulk en containers, uit Suriname en Guyana die in rijstmolens op Curacao wordt bewerkt en vervolgens naar Nederland wordt geëxporteerd.

Veel schepen die Willemstad aandoen, vervoeren ruwe olie en olieprodukten die worden verwerkt, resp. geëxporteerd door de olieraffinaderij die in 1964 nog de grootste ter wereld was en nog steeds de haven en de wijde omgeving domineert. Curaçao werd voor één gulden eigenaar van de raffinaderij die Shell als verouderd wilde sluiten, doopte het bedrijf om in ISLA en verhuurde het voor 15 miljoen dollar per jaar aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA (Petroleos de Venezuela S.A.).

De raffinaderij ging aanvankelijk door een diep dal, maar volgens Hensey Beaujon, manager van de scheepsagent Kroonvlag Inc., is de situatie nu gestabiliseerd. Er werken ca 400 mensen bij de raffinaderij die voornamelijk zware olieprodukten als stookolie voor schepen en de plaatselijke elektrische centrale produceert. De afgeleide werkgelegenheid is met ruim 3000 arbeidsplaatsen veel groter. De Venezolanen hebben aangekondigd dat ze 600 à 800 miljoen dollar willen investeren in upgrading van de verouderde installaties, die hun rookgassen ongezuiverd de lucht inblazen - zoals de toeristen ruiken in de dure hotels die onder de permanente verkoelende noordoostenwind liggen. Het aantal vaste arbeidsplaatsen zou na de investeringen tot 800 kunnen toenemen. Voorts komt er een nieuwe elektrciteitscentrale voor o.a. de raffinaderij. Nederland levert het benodigde kapitaal (50 miljoen gulden), zo deelde minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse Zaken) eind januari in Willemstad mee. Het project is voor Curaçao van groot belang omdat de centrale, die zal worden geëxploiteerd door vier Nederlandse energiebedrijven, 30 procent goedkoper zou kunnen produceren dan de bestaande verouderde installatie. De prijs voor elektriciteit zou dus flink naar beneden kunnen gaan. Hetzelfde zou gelden voor drinkwater dat nu bijna even duur is als benzine, omdat het uit zeewater wordt gewonnen, een proces dat veel energie kost.

Naast de raffinaderij bevindt zich het grote droogdok, waar onderhoud en reparatie aan schepen wordt uitgevoerd. Deze Curaçaose onderneming maakte vorig jaar vijf miljoen dollar winst - scheepseigenaren profiteerden van het aantrekken van de conjunctuur en betere prijzen om lang uitgesteld onderhoud te laten uitvoeren.

Tenslotte is er nabij de haven de zgn. free zone waar bedrijven zich tegen gunstige voorwaarden kunnen vestigen - 0 procent invoerrechten op grondstoffen die verwerkt worden en 2 procent winstbelasting mits ze 75 procent van hun produktie exporteren. Sinds de opening van de free zone in 1980 hebben zich hier een kleine honderd bedrijven gevestigd en het gebied is daarmee praktisch vol. Nabij het vliegveld Hato wordt over twee maanden een nieuwe free zone van 40 hectare geopend die naar verwachting de vijf á zeven jaar in de behoefte zal kunnen voorzien. De exportsector is echter nog steeds klein. Volgens de Ierse business-consultant Alf Monaghan telt Curaçao tweehonderd op export gerichte ondernemingen met in totaal 3000 á 4000 werknemers. De export bedraagt in totaal 400 á 500 miljoen gulden per jaar. De inkomsten van de overheid uit de free zone blijven beperkt tot circa 100 miljoen NA-guldens.

Het Curaçaose bedrijfsleven is niet gerust op de gevolgen van de sanering die de overheid van de Antillen en die van Curaçao in het bijzonder moeten uitvoeren om de staatsschuld te verminderen. De schuld van de landoverheid en van de vijf eilanden samen groeide in de afgelopen twintig jaar tot 3,5 miljard NA-guldens waarvan het leeuwendeel voor rekening van Curaçao komt. Daarmee is Curaçao 'technisch failliet', zoals Gedeputeerde (eilandbestuurder) Etienne Ys onlangs ruiterlijk erkende. De regering moet, simpel gezegd, de uitgaven verminderen en de inkomsten verhogen en dat gedurende een ruim aantal jaren. Er zijn enkele maatregelen genomen - zoals ontslag voor overtollige werknemers van de zwaar verlies lijdende Antilliaanse luchtvaartmaatschappij ALM en verhoding van de prijs van benzine - maar dat is maar een begin. Over meer ingrijpende aanpassingen in het overheidsbeleid wordt nog steeds onderhandeld, met Nederland - 90 procent van de Antilliaanse staatsschuld bestaat uit Nederlandse leningen - en het Internationale Monetaire Fonds (IMF), dat advies over een 'stabilisatieprogramma' heeft uitgebracht. Overeenstemming tussen de Antillen en het IMF over dit programma is voorwaarde voor De Nederlandsche Bank om het rijksdeel een speciale zachte lening te verstrekken voor het bijspijkeren van de deviezenpositie.

De regering overweegt invoering van een beperkte omzetbelasting en 'dat zal zeker een dip geven', zegt Hensey Beaujon van Kroonvlag, een bedrijf dat behoort tot de Maduro Groep, een conglomeraat van 150 bedrijven dat tot de grootste en oudste en zeker ook invloedrijkste economische 'spelers' op Curaçao behoort. Invoering van indirecte belastingen zal de koopkracht van de bevolking aantasten en die is toch al niet zo groot. Werklozen - ongeveer veertien procent van de beroepsbevolking - moeten zien rond te komen van 1000 NAgulden per maand en dat is weinig gezien het Antilliaanse prijspeil dat ongeveer even hoog is als het Nederlandse. “Het bedrijfsleven is er niettemin van overtuigd dat harde maatregelen nodig zijn”, zegt Eduard Mendes de Gouvea, directeur van Curaçao, Inc., een organisatie van buitenlandse investeerders probeert aan te trekken. Deze uitspraak is opmerkelijk omdat Mendes de Gouveia jarenlang als Gedeputeerde van financien op Curaçao mede-verantwoordelijk is geweest voor monetaire financiering van de overheidsuitgaven. De Antilliaanse minister van Financiën Harold Henriquez trekt op zijn beurt ook een 'grens die niet overschreden' mag worden: “Er mag geen sociale onrust ontstaan.”

Nederland speelt een steeds belangrijker rol in de economische ontwikkeling op Curaçao en niet alleen als schuldeiser van de Antilliaansde overheid. Ernest ('Jacky') Voges, president van Curaçao, Inc. en een bekend ondernemer en zakenman op het eiland, stelt vast dat 80 à 90 procent van alle investeringen op Curaçao de laatste acht jaar uit Nederland kwam. Voges: “De binding met Nederland is veel sterker geworden, economisch en politiek.”