Meer kapitaal naar Derde Wereld

WASHINGTON, 11 MAART. De directe buitenlandse investeringen in de ontwikkelingslanden zijn in 1995 ondanks de problemen in Mexico met 13 procent gestegen tot een recordbedrag van negentig miljard dollar (bijna 150 miljard gulden). De verschillen tussen de diverse regio's bleef groot.

Vooral Oost-Azië trok veel investeringen aan, mede door de verschuiving van produktie naar deze sterk groeiende regio. De toch al geringe aantrekkingskracht van Afrika nam verder af. Tegelijkertijd stagneerde ook de ontwikkelingshulp aan deze regio.

Uit de vandaag gepubliceerde jaarlijkse World Debt Tables van de Wereldbank blijkt dat de rechtstreekse buitenlandse investeringen in de ontwikkelingslanden de afgelopen vijf jaar ruimschoots zijn verdrievoudigd. Het aandeel van de Derde Wereld in het wereldtotaal aan buitenlandse investeringen steeg van 12 procent in 1990 tot 38 procent vorig jaar. Privatiseringen in ontwikkelingslanden trokken in die periode ongeveer 40 miljard dollar aan buitenlands kapitaal aan.

Volgens de Wereldbank hebben investeerders zich vorig jaar niet laten beïnvloeden door de eind 1994 uitgebroken crisis rond de peso in Mexico. Vooral landen met een solide economisch beleid konden blijven rekenen op een gestage groei van de geldstroom. Dat de rechtstreekse investeringen in de Derde Wereld blijven groeien, heeft verder te maken met de globalisering van de produktie.

Steeds meer bedrijven verplaatsen produktie van rijke landen naar ontwikkelingslanden om dichter bij afzetmarkten te zitten en de loonkosten te drukken. Ook de toenemende integratie van ontwikkelingslanden in de wereldhandel stimuleert de investeringen, aldus de bank.

China kreeg vorig jaar verreweg de meeste rechtstreekse investeringen. Het ging om 38 miljard dollar ofwel 42 procent van het totaal voor de Derde Wereld. Maleisië was op ruime afstand tweede. In Zuid-Azië namen de buitenlandse investeringen toe met 65 procent, met een groei van 50 procent voor India. De investeringen in Oost-Europa en Centraal-Azië stegen met bijna 50 procent tot 12 miljard dollar. Het toch al magere aandeel van Afrika nam verder af. In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara was er een forse vermindering van de investeringen met een derde tot twee miljard dollar.

De totale particuliere kapitaalstroom naar de Derde Wereld (behalve rechtstreekse investeringen ook beleggingen en kredietverlening) steeg vorig jaar met 5 procent tot 167 miljard dollar. Dat is een laag groeipercentage in vergelijking met de periode 1990-1993, toen er sprake was van een verdrievoudiging.

De hoofdoorzaak is een vermindering van de beleggingen van 84 miljard dollar in 1993 tot 56 miljard dollar vorig jaar. De Wereldbank vindt deze ontwikkeling niet verrassend. Doordat de koersen van effecten op markten in de Derde Wereld inmiddels een hoog niveau hebben bereikt, valt er voor buitenlandse (institutionele) beleggers minder rendement te behalen. Verder droeg de crisis in Mexico ertoe bij dat de beleggingen in ontwikkelingslanden vorig jaar aanvankelijk een duidelijke vermindering lieten zien. In het tweede kwartaal van 1995 trad echter een krachtig herstel op, aldus de Werelbank.

De totale geldstroom naar de Derde Wereld nam vorig jaar met 11,5 procent toe tot een record van 231 miljard dollar. Het bedrag aan niet-particulier kapitaal (ontwikkelingshulp van regeringen en leningen van internationale instellingen) ging met een derde omhoog tot 64 miljard dollar. Dat was echter bijna volledig toe te schrijven aan de miljardensteun voor Mexico, waarin het Internationaal Monetair Fonds een groot aandeel had.

De ontwikkelingshulp van de rijke landen stagneerde vorig jaar doordat regeringen voorrang bleven geven aan het saneren van hun begrotingen. De Wereldbank maakt zich daarover ernstige zorgen.

In 1994 nam de ontwikkelingshulp van overheden af met 6 procent en bedroeg die nog maar 0,29 procent van het gezamenlijke bruto nationaal produkt van de rijke landen, het laagste peil sinds 1973. De norm van de Verenigde Naties voor ontwikkelingshulp ligt op 0,7 procent. Slechts een handvol landen, waaronder Nederland, voldoet daaraan.

De totale buitenlandse schuld van de ontwikkelingslanden groeide vorig jaar met 8 procent tot 2100 miljard dollar. Dat was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het steunpakket voor Mexico. De verhouding tussen de betalingen van rente en aflossing door de ontwikkelingslanden en hun exportinkomsten, de “debt ratio”, daalde van 163 procent tot 150 procent. In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara ging het percentage verder omhoog naar 270. De groep landen met de grootste schulden bleven zitten op “een onhoudbaar hoog” niveau van 565 procent, aldus de Wereldbank. De bank vindt het hard nodig dat de internationale financiële gemeenschap de problemen van deze landen aanpakt. (ANP)