Kabinet wil thuisteelt van cannabis gedogen; 'Drugsgebruiker is vooral patiënt';Drugsbeleid

Volgende week bespreekt de Tweede Kamer de drugsnota van het kabinet. In een korte serie over drugsbeleid vandaag de Nederlandse uitgangspunten.

DEN HAAG, 12 MAART. “Schandalig”, liet Jacques Chirac zich vorig jaar ontvallen over het Nederlandse drugsbeleid. Als burgemeester van Parijs en later als Franse president is Chirac het afgelopen jaar de personificatie geweest van de kritiek op de Nederlandse openheid. De coffeeshops, de nederwiet, de drugsrunners: Nederland moet om, terug naar een (Franse) repressieve aanpak. Het kabinet-Kok vond zijn reactie weliswaar onjuist en zwaar overtrokken, maar het gaf Chirac ten dele gelijk, getuige de drugsnota die vlak voor Prinsjesdag 1995 werd gepresenteerd. De uitgangspunten van het beleid blijven gelijk, de uitwassen ervan zullen krachtig worden bestreden.

Kenmerkend voor het Nederlandse drugsbeleid sinds de jaren '70 is dat de overheid het gebruik van verdovende middelen in de eerste plaats ziet als een volksgezondheidsprobleem. Zo is binnen het kabinet de minister van Volksgezondheid in eerste instantie verantwoordelijk. De overheid wil allereerst voorkomen dat met name jongeren drugs gaan gebruiken. Harm reduction is het sleutelwoord. Daarnaast moet er voldoende medische en sociale hulp zijn voor problematische (hard-) drugsgebruikers, “ter leniging van hun nood”, zoals het kabinet het formuleerde. “De harddrugsgebruiker wordt eerder als patiënt dan als crimineel beschouwd”, aldus de drugsnota.

Het typisch Nederlandse onderscheid tussen hard- en softdrugs is dan ook gebaseerd op de gezondheidsrisico's die de verschillende soorten drugs veroorzaken. Het gebruik van hennepprodukten wordt minder schadelijk geacht dan harddrugs. Eén van de belangrijkste kritiekpunten in het buitenland op dat onderscheid is de aanname dat softdrugsgebruikers gemakkelijk kunnen overstappen op harddrugs. Deze stepping stone-theorie noemt de Nederlandse regering “één van de vele mythen die over het gebruik van drugs de ronde doen”. Het kabinet redeneert zelfs precies omgekeerd: zodra soft- en harddrugs over één kam worden geschoren neemt het risico toe dat hennep-rokers met de veel schadelijker harddrugs in aanraking komen. Volgens het kabinet heeft onderzoek uitgewezen dat de overstap van soft- naar harddrugs geen fysiologische oorzaak heeft, maar veel meer een sociale. Als die twee markten zich beide in de illegaliteit bevinden blijft het verschil tussen de beide soorten drugs vaag. Het gedogen van coffeeshops, waar uitsluitend softdrugs mogen worden verkocht, is juist een waarborg voor de scheiding van die markten, zo luidt de redenering.

En dat heeft succes gehad, blijft het kabinet in vele talen uitdragen. Volgens schattingen gebruikt 1,6 promille van de Nederlandse bevolking harddrugs. Duitsland en België liggen ongeveer gelijk, in Frankrijk is dat promillage ongeveer 2,6. Het aantal drugsdoden per 100.000 inwoners is volgens de overheid in Nederland ten minste twee keer zo laag als in andere landen.

Zelfkritiek uitte de Nederlandse regering overigens ook in de nota. Zo werd erkend dat de georganiseerde misdaad een stevige poot aan de grond heeft gekregen, mede aangetrokken door het liberale beleid. Hun jaarlijkse winst in Nederland wordt geschat op zo'n tien miljard gulden.

Een ander probleem is de overlast en de gevoelens van onveiligheid onder burgers in wijken waar verdovende middelen worden gebruikt of verhandeld. Gemeenten werden onder druk van klachten van bewoners steeds minder tolerant. Dealers en overlastgevende gebruikers in en bij drugspanden en coffeeshops werden door de politie - en soms door de bewoners zelf, zoals vorige zomer in Rotterdam - hard aangepakt.

Het derde dilemma vormen de gevolgen van het drugsbeleid voor het buitenland. Hoewel veel lokale overheden in Duitsland, België en Frankrijk alle begrip en waardering hebben voor de pragmatische aanpak, zwelt de kritiek van regeringen nog steeds aan. Nederland speelt volgens Frankrijk zelfs een sleutelrol bij de Franse binnenlandse drugshandel. Bovendien trekken Franse jongeren naar Nederland om zich tegoed te doen aan allerlei soorten verdovende middelen. Borst en Sorgdrager konden niet anders dan erkennen dat “Nederlanders onmiskenbaar een meer dan proportionele positie” innemen in de internationale drugsproduktie en -handel, met name softdrugs, amfetamine en XTC.

Het kabinet wil juist daar de komende jaren de strijd mee aangaan. Volgens de nota moet de grootschalige handel in alle soorten drugs strenger worden aangepakt. Ook wordt de overlast voor burgers met meer inzet bestreden, bijvoorbeeld met nieuwe wetgeving die burgemeesters in staat stelt drugspanden sneller te sluiten. Als het aan het kabinet ligt wordt het aantal coffeeshops in Nederland, nu geschat op ongeveer 1.200, gehalveerd. De hoeveelheid softdrugs die een coffeeshophouder per klant mag verkopen wordt beperkt van dertig tot vijf gram. Buitenlandse drugstoeristen die overlast veroorzaken worden actief opgespoord en zo snel mogelijk het land uitgezet. De uitvoer van elke hoeveelheid softdrugs - ook minder dan dertig gram - blijft een misdrijf.

Een twistpunt tijdens de Kamerdebatten van volgende week wordt de aanvoer van softdrugs naar coffeeshops. Voor deze 'achterdeurproblematiek' vond het kabinet geen concrete oplossing. Legalisering van de teelt is niet aan de orde wegens een aantal internationale verdragen die Nederland heeft ondertekend. Een vergunningenstelsel voor gecontroleerde produktie en aanvoer is om dezelfde reden onhaalbaar. Om criminele organisaties toch zoveel mogelijk dwars te zitten wil het kabinet de kleinschalige teelt en aanvoer van cannabis door zogenoemde huistelers gedogen. De naar schatting 35.000 Nederlandse huistelers zouden “met elk een zeer bescheiden teelt van enkele planten de binnenlandse vraag naar cannabis dekken”, menen de ministers Borst en Sorgdrager. Omdat het verbod op huisteelt in de praktijk toch al nauwelijks te handhaven is zal het Openbaar Ministerie er “geen hoge opsporingsprioriteit” aan geven, zoals de officiële Justitie-term voor 'gedogen' luidt.