'Ik raad u ten sterkste af dit college te volgen!'

Nederland telt 14 universiteiten waar een ontelbaar aantal colleges wordt gegeven door 2450 professoren. Wie zijn zij? Waar hebben zij het over? En wat kunnen wij van ze leren?

Twee nieuwsgierige academici terug in de college-banken.

Collegezaal 007 met zijn tafels en stoelen in een carré heeft iets weg van een benepen vergaderzaaltje waar menige groepstherapie heeft plaatsgevonden. Alleen het schoolbord verraadt een onderwijsinstelling.

Het is woensdagochtend tien over negen, gebouw 1173 van de Universiteit van Leiden, de faculteit voor Wijsbegeerte en het domein van professor dr. Th.C.W. Oudemans. Deze filosofie-professor, zo gaat het gerucht, is omstreden vanwege zijn opmerkelijke colleges. Reden genoeg om aanwezig te zijn bij de tweede bijeenkomst Wijsgerige Antropologie die Oudemans vandaag geeft aan een twintigtal propedeuse-studenten.

We verwachten een ouwe excentrieke pluisbaard, maar zien een corporaal geklede veertiger met een vrolijk gezicht, pretoogjes en een rossige snor. Om kwart over negen is het academisch kwartiertje voorbij en Oudemans staat te popelen. Nog vlug een sarcastische opmerking voor drie laatkomers en hij steekt van wal.

“Om na te kunnen denken over hoe de mens in elkaar zit, kortom wijsgerige antropologie, moeten we ons eerst afvragen: wat is nadenken?”

Het antwoord hierop lijkt ons voordehandliggend, maar voor we er erg in hebben, tovert Oudemans termen uit zijn hoed als predikaat, subject en apriori en bevinden wij ons plotseling in de wereld van lmmanuel Kant. Oudemans praat razendsnel en net als de studenten beginnen we als bezetenen te schrijven.

“Wat de meeste mensen menen dat denken is, dat is het helaas niet. Wat zij als denken aanduiden, is slechts het in kaart brengen van de werkelijkheid door deze te beschrijven aan de hand van reeds bestaande rasters zoals meetbaarheid en toetsbaarheld. Dat, beste aanwezigen, is niet denken maar herhalen. En niets meer dan dat!”

Iedereen is er stil van. Wij ook. Wij dachten toch op z'n minst te kunnen denken. Wat bedoelt deze man? Een student verbreekt de stilte: “Maar wat is denken dan wèl?”

Meteen lik op stuk. “Dat is geen goeie vraag! Denken kan ik u niet leren. Want als ik het u kon leren, dan draag ik informatie over, die u vervolgens gaat herhalen, en dat is nu juist nièt wat denken is.” Oudemans is nu zo bevlogen dat zijn luide stem overslaat.

“En waarom zouden we eigenlijk echt gaan nadenken?” vraagt Oudemans. “Immers, het bestaande systeem waarin wij de werkelijkheid begrijpen loopt gesmeerd! Als ik een steen loslaat - oorzaak - valt hij naar beneden - gevolg -, zo is onze wereld totaal begrijpelijk. Maar ook dit is herhaling, wij herhalen knarsend de waarheden die ons al tijden bekend zijn.” Oudemans gooit zijn conclusie de zaal in: “Echt nadenken is doén, niet herhalen wat ik of een andere docent toevallig beweer.”

Weer stilte. De irritatie is voelbaar. Een vaag gevoel van onheil is neergedaald over de aanwezigen. Het is niet leuk om te horen dat je nog nooit hebt nagedacht. En toch is het dàt wat Oudemans ons probeert duidelijk te maken.

Opnieuw doet een moedige student een poging: “lk begrijp het eerlijk gezegd niet.”

Oudemans veert op. “Dat is een goed begin! U hoeft niets te begrijpen! lk ben geen docent die gortdroog uitweidt over ouwe koek die de student opneemt en vervolgens ophoest, of liever gezegd uitkotst tijdens het tentamen. Totale saaiheid! Totale verveling! En totale onzin dus!” roept hij.

“lk ga u niks leren. Als u dat zoekt, dan zit u verkeerd. lk raad u dan ook ten sterkste af dit college te volgen! Want mocht u na deze colleges werkelijk gaan nadenken, dan zult u maatschappelijk niets meer waard zijn. U komt dan los van al die vastgeroeste rasters waarin u nu denkt. En daarmee komt u los van uzelf, immers, u bestaat uit deze rasters. Dus nogmaals, waarom zou u gaan denken, alles loopt toch als een tiet?!”

We zijn buiten adem. Gelukkig is het pauze. Maar ook tijdens de koffie houdt Oudemans ons in zijn greep. Onverschillig blijven is blijkbaar onmogelijk.

Na een kwartier gaat hij met volle energie door: “Maar besluit u de colleges te blijven volgen, dan zal ik eerst al uw rasters afbranden om u vervolgens opnieuw te ontginnen. U heeft Sartre gelezen en denkt het allemaal te weten? Nou, u weet helemaal niets! Pas als u dat ten volle beseft, kan ik u een weg wijzen naar werkelijk denken. Het is als een poging de horizon te bereiken. Zo'n poging kan niet slagen, want een horizon wijkt altijd. Maar tijdens de poging is er wel sprake van een beweging. En deze beweging, dames en heren, dat is nu denken.” Opgelucht halen we adem. We begrijpen het. Denken we.

“Mijn betoog,” zo beweert Oudemans niet zonder trots, “wordt door geen enkele andere universitair docent in Nederland gedeeld. Voor mij is filosofie geen wetenschap, laat staan dat ze de koningin der wetenschap zou zijn. Wetenschap beschrijft slechts dat wat meetbaar en toetsbaar is. Maar de werkelijkheid is méér, namelijk ook dat wat niet-meetbaar en niet-toetsbaar is. Filosofie moet ook daar iets over zeggen, en kan hierbij geen gebruik maken van de wetenschappelijke gereedschappen. Wil je nu als filosoof niet 'ins blaue hinein' lullen maar zinvolle uitspraken doen, dan moet je eerst iets anders leren. En dat - is nadenken.”