Generaal Yusuf onthult details over gebeurtenissen in '66; Geschiedschrijving in Indonesië

Na 30 jaar heeft een Indonesische generaal onthuld hoe president Soekarno in 1966 door de toenmalige generaal Soeharto werd gedwongen tot een 'bijzondere volmacht'. Deze geboorteakte van de Nieuwe Orde bleef tot op heden een mysterie.

JAKARTA, 12 MAART. Drie decennia zweeg hij over het voorval. Misschien uit piëteit tegenover wijlen president Soekarno, wellicht uit loyaliteit jegens zijn opdrachtgever, Soeharto. Gisteren publiceerde het dagblad Suara Karya een opmerkelijk stukje van zijn hand. Generaal b.d. Andi Mohammad Yusuf Amir (67), een Boeginese prins uit Zuid-Sulawesi, gewezen chef-staf van de strijdkrachten en ex-minister van Defensie, is tegenwoordig ambteloos burger. Hij werkt aan zijn memoires en heeft tegen een voorschotje kennelijk geen bezwaar meer.

Ze waren met z'n drieën: de generaals Mohammad Yusuf, Basuki Rachmat - hij stierf in 1969 - en de vorig jaar overleden Amir Machmud. Op 11 maart 1966 togen zij naar Soekarno's buitenverblijf in Bogor, zestig kilometer bezuiden Jakarta. Na zes uur enerverend onderhandelen tekende president Soekarno twee velletjes papier die de loop der Indonesische geschiedenis zouden veranderen. In het document machtigde hij luitenant-generaal Soeharto, op dat moment chef-staf van de landmacht, “alle maatregelen te nemen die hij nodig acht om rust en orde te verzekeren, stabiliteit van landsbestuur en revolutie te waarborgen, de persoonlijke veiligheid en het gezag van de president/opperbevelhebber/grote leider van de revolutie te garanderen, in het belang van de eenheid van de Republiek Indonesië, en alle lessen van de Grote Leider der Revolutie uit te voeren.”

Soeharto greep de machtiging aan om de communistische partij PKI te ontbinden en vijftien leden van Soekarno's kabinet te arresteren. Voor Indonesië betekende dit het begin van een Nieuwe Orde, waarin de militairen de dienst uitmaakten. Volgens Soeharto's memoires van 1989 zouden de drie generaals op eigen initiatief naar Bogor zijn gereisd om Soekarno te verzekeren dat het leger het niet op hem had gemunt. Ze zouden van Soeharto alleen de groeten hebben meegekregen en Soekarno die avond thuis hebben opgezocht. Yusufs relaas duidt veeleer op een vooropgezet plan om Soekarno de machtiging te ontfutselen.

Soeharto, die vijf maanden eerder als commandant van de Strategische Reserve korte metten had gemaakt met een couppoging van linkse officieren, beschouwde de PKI als het brein achter die coup en verweet Soekarno dat hij de PKI de hand boven het hoofd hield. De president moest machteloos toezien hoe legereenheden in het najaar van 1965 op Java en Bali voorgingen in een slachtpartij onder leden en sympthisanten van de PKI. Hij weigerde echter, ondanks krachtig aandringen van de legertop, de partij te ontbinden.

In de ochtend van 11 maart 1966 kwam het kabinet op verzoek van Soekarno bijeen in het presidentiële paleis aan het Vrijheidsplein van Jakarta. Buiten klonken leuzen van studenten die met instemming van landmachtofficieren demonstreerden tegen Soekarno en zijn kabinet. De president was een uur aan het woord toen hij werd onderbroken door de commandant van de paleiswacht, die hem toefluisterde dat het gebouw was omsingeld door militairen zonder insignes. Het waren paracommando's onder bevel van Soeharto-getrouwe officieren. Zij hadden de dag tevoren opdracht gekregen om enkele kabinetsleden, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Soebandrio, die door Soeharto werd verdacht van betrokkenheid bij de mislukte coup, in te rekenen.

Soekarno aarzelde geen moment. Hij sloot de vergadering en begaf zich in allerijl naar de paleistuin, waar een helikopter klaarstond die hem met Soebandrio en twee andere leden van het kabinetspresidium naar het buitenverblijf in Bogor vloog. Soebandrio had tijdens de vergadering zijn schoenen uitgedaan en zich niet de tijd gegund ze weer aan te trekken.

Slechts twee kabinetsleden bleven in het gebouw achter: brigade-generaal Yusuf, minister van lichte industrie, en generaal-majoor Basuki Rachmat, minister van veteranenzaken. Zij kregen gezelschap van brigade-generaal Amir Machmud, de commandant van Jakarta. Het drietal besloot verslag uit te brengen aan Soeharto, het enige kabinetslid dat de zitting niet had bijgewoond.

Soeharto ontving de drie generaals in zijn privé-woning in de villawijk Menteng. Hij droeg hen op Soekarno op te zoeken in Bogor en gaf hun mondelinge instructies mee waarvan de details tot op heden onbekend zijn. Yusuf, de enige nog levende van de drie, vat ze als volgt samen: “Soeharto was bereid om de verantwoordelijkheid voor de stabiliteit en veiligheid van de staat op zich te nemen”. Daarop vertrokken de drie generaals per auto naar Bogor waar zij rond het middaguur arriveerden en te horen kregen dat de president een middagdutje deed. Om half drie begonnen de onderhandelingen, waarover generaal Yusuf alleen wil loslaten dat ze “openhartig, maar nogal gespannen” waren.

Om negen uur 's avonds tekende Soekarno een stuk, dat de drie generaals tevreden stelde. Amir Machmud vertelde ooit dat het pas tijdens de terugrit naar Jakarta tot hen doordrong dat de inhoud niets minder was dan “een overdracht van de macht”. Amir noemde het document bij die gelegenheid een “godswonder”. Gezien Yusufs relaas over een “moeilijke dialoog”, waarbij ieder woord werd gewogen, was er geen sprake van een verrassing. Yusuf: “Wij waren ons bewust van de zware verantwoordelijkheid die Pak (vader) Harto ons had toevertrouwd. We beseften ten volle dat we niets meer of minder bespraken dan een overgang van het ene tijdperk naar het andere.” De heren hadden kennelijk instructies om aan de machtsovername een constitutioneel tintje te geven in de vorm van een presidentiële handtekening.

Diezelfde avond overhandigden de drie generaals het stuk aan Soeharto, die op dat moment niet thuis was, maar een spoedberaad voorzat van hoge officieren. Om 23.20 uur tekende de landmachtchef een besluit tot ontbinding van de communistische partij (PKI), dat de volgende dag van kracht werd. Binnen een week werden vijftien leden van Soekarno's kabinet gearresteerd.

Toen Soekarno de volgende dag vernam over het verbod van de PKI, was hij woedend. In zijn jaarlijkse rede voor onafhankelijkheidsdag, op 17 augustus 1966, zei hij: “In de brief van 11 maart gaf ik opdracht om orde en veiligheid te herstellen. Er is geen sprake van dat ik daarmee de bestuursmacht overdroeg.”. Een jaar later ontdeed een door het leger zorgvuldig samengesteld Volkscongres Soekarno van al zijn macht en werd Soeharto waarnemend president.

In 1991 onthulde de regering dat het document in haar bezit niet de originele 'volmacht van de elfde maart' was, maar een kortere versie. Tijdens een hoorzitting van het parlement in 1994 zei Moerdiono, kabinetschef van de president, niet te weten waar het origineel uithing. Jarenlang ging het gerucht dat het stuk was opgeborgen in de kluis van generaal Yusuf, die dit ontkende noch bevestigde. Vorig jaar verbrak hij zijn stilzwijgen. In een televisieuitzending zei Yusuf: “Ik kan u verzekeren dat het origineel niet in mijn handen is en als ik nee zeg, is dat de waarheid”. Sindsdien ligt de bewijslast bij de man in wiens opdracht de drie generaals naar Bogor togen en aan wie zij het stuk ter hand stelden: Soeharto.