Franse minister bezorgd over doorvoer drugs via Rotterdam

ROTTERDAM, 12 MAART. De Franse minister van binnenlandse zaken, Jean Louis Debré, zegt vandaag in een vraaggesprek met het Franse dagblad Le Parisien dat hij bezorgd is over de grote ladingen drugs die via de haven van Rotterdam in Frankrijk terechtkomen.

De Franse minister adviseert Rotterdam 'scanners' te gebruiken om drugsladingen te controleren. “Frankrijk heeft effectieve middelen in stellling gebracht om de invoer van drugs in havens te bestrijden, met name in Le Havre. (...) De Nederlanders moeten dat in Rotterdam ook gaan doen”, aldus Debré. Hij zegt in het vraaggesprek dat Frankrijk de situatie in Rotterdam “niet langer kan accepteren zonder te reageren”.

De Rotterdamse commissaris Bakker die verantwoordelijk is voor de drugsbestrijding, zei vorige week tegenover deze krant al dat hij van het Franse advies om in de Rotterdamse haven een 'scanner' in te richten niet onder de indruk was. “Je ziet daaraan dat de Fransen geen idee hebben wat het is om te werken in de grootste haven ter wereld waar jaarlijks drie miljoen containers binnenkomen”, aldus Bakker.

Hij zei dat de politiesamenwerking met Frankrijk “verschrikkelijk moeilijk” is en weet dat ondermeer aan het bestaan van vier verschillende politie-diensten in Frankrijk, met elk een andere competentie. De Franse politiediensten zouden volgens hem geen gezamenlijk aanspreekpunt kunnen vormen. Maar Franse specialisten hebben in een reactie op de kritiek van Bakker tegenover het Franse persbureau AFP verklaard dat “de Fransen altijd blijk hebben gegeven van de wil om samen te werken met de Nederlandse politie in de bestrijding van de drugshandel”.

Bakker hekelde ook de Franse hiërarchie, die tot gevolg heeft dat lokale Franse politiediensten geen beslissing kunnen nemen zonder toestemming van Parijs. Zijn collega's in de Noordfranse steden Duinkerken en Tourcoing erkenden dit probleem. AFP meldt dat bronnen in Parijs het juist bezwaarlijk vinden dat de Nederlandse Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) geen macht heeft over de regionale politiekorpsen in Nederland, die volgens hen bovendien niet altijd samenwerken. De Fransen spreken ook Bakkers kritiek tegen dat er “weinig sprake is van coördinatie” bij de Franse politie. Het Franse Centrale Bureau voor de Bestrijding van Illegale Drugshandel (OCRTIS) coördineert volgens hen de drugsbestrijding juist wel en de Fransen betreuren het dat Nederland zo'n centrale dienst nìet kent. “De CRI is een informatie-dienst en geen overkoepelende onderzoeks-dienst”, zeggen zij.

Het Nederlandse Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA) noemde het “zeer verrassend” dat de politiesamenwerking tussen Nederland en Frankrijk zo moeizaam gaat. “De zaken zijn rooskleuriger voorgesteld dan ze zijn”, aldus het Kamerlid. Hij wil dat het onderwerp tijdens het drugsdebat, volgende week, wordt behandeld. Maar D66-Kamerlid De Graaf vindt dat minister Sorgdrager de Kamer twee weken geleden niet verkeerd heeft voorgelicht door te melden dat tussen Lille en Rotterdam “goede bilaterale contacten” bestaan. Volgens De Graaf is algemeen bekend dat de samenwerking met Frankrijk moeilijk gaat.