Er zijn ten minste acht alternatieve relatievormen; Overheid moet niet alleen het homo-huwelijk regelen

De Emancipatieraad bepleit afschaffing van het huwelijk, althans vervanging daarvan door een stel notariëel vastgelegde afspraken tussen iedere combinatie van personen die uiting willen geven aan hun verbondenheid met elkaar. De rol van de overheid daarbij zou dan hooguit moeten zijn om aan te geven wat partijen beslist moeten regelen als zij tegenover de notaris hebben plaatsgenomen.

De partijen die gezamenlijk dit paarse kabinet steunen hebben daarentegen overeenstemming bereikt over een voorstel het instituut huwelijk uit te breiden door het ook mogelijk te maken voor personen van hetzelfde geslacht. Veel begrip voor mensen die deze uitbreiding niet zien zitten schijnen de voorstanders niet te hebben, want volgens Trouw van 24 februari bestaat er binnen de betreffende PvdA-commissie “grote verontwaardiging” over de opstelling van het PvdA-Kamerlid Apostolou. Als enige van de fractie is Apostolou namelijk tegen het voorstel. Staatssecretaris Schmitz van Justitie neemt in ieder geval het voorstel serieus want zij heeft aangekondigd de juridische mogelijkheden van invoering te zullen onderzoeken.

De verontwaardiging over de opstelling van Apostolou is, zo blijkt uit het artikel in Trouw, vooral hierop gebaseerd dat zijn opvatting in strijd zou zijn met het beginsel van gelijke behandeling. Uit dit beginsel zou voortvloeien dat de ene samenlevingsvorm wettelijk niet anders behandeld mag worden dan andere, zogenaamde alternatieve samenlevingsvormen. Een lid van de PvdA-commissie vermoedt dat de bezwaren van Apostolou mogelijk verband houden met zijn 'allochtone' afkomst: in deze kringen zou - wat niet ontkend kan worden - meer tegenstand leven tegen homorelaties en dus meer verzet rijzen tegen het wettelijk gelijkstellen van deze relaties met het huwelijk.

Apostolou van zijn kant stelt dat zijn bezwaren hier niets mee te maken hebben. Zijn partijgenoten die bij wijze van gelijkberechtiging zich beijveren voor het openstellen van het huwelijk voor homo- (en lesbo-)paren verwijt hij op zijn beurt dat zij weinig oog hebben voor de problematiek dat vooral bij etnische minderheidsgroepen sprake is van een gevarieerdheid van samenlevingsvormen. Men zou zich volgens Apostolou eerst moeten buigen over de vraag of het wenselijk is het huwelijk voor al die alternatieve samenlevingsvormen open te stellen alvorens een wettelijke openstelling van het huwelijk voor slechts één van die samenlevingsvormen te bepleiten.

Ik vind dat het Kamerlid Apostolou met zijn opmerking de spijker op zijn kop slaat. Al jarenlang wordt uit de monden van welhaast alle politici vernomen dat Nederland “thans een multiculturele samenleving is geworden”. Die multiculturaliteit komt, behalve in andere vormen en waardenstelsels, eetgewoonten onder andere ook tot uitdrukking in een aantal samenlevingsvormen, die nieuw werden geïntroduceerd in de Nederlandse samenleving.

Wat opvalt bij zowel het voorstel van de Emancipatieraad als van de paarse regeringspartijen is dat zij geen notie schijnen te hebben van de gevarieerdheid aan samenlevingsvormen die Nederland thans rijk is. Een wettelijke regeling van slechts één alternatieve samenlevingsvorm als thans wordt bepleit zal natuurlijk repercussies hebben op de andere samenlevingsvormen omdat die zich op hun beurt gediscrimineerd zullen voelen.

Het probleem dat Apostolou opwerpt is daarom volkomen legitiem. Men zal eerst alle binnen de Nederlandse samenleving bestaande alternatieve samenlevingsvormen in kaart moeten brengen en aan de hand van een bepaald criterium de vraag moeten beantwoorden of zij allen, en zo niet, welke daarvan en op welke grond(en) in aanmerking komen wettelijk geregeld te worden en welke niet.

Dit is geen theoretische kwestie, maar ook een kwestie van groot praktisch belang. Onlangs wees het ministerie van Justitie namelijk een verzoek om naturalisatie tot Nederlander van een hier al jaren wonende moslim af op grond van de volgende overwegingen: “Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bepaalt dat slechts één man met één vrouw gehuwd mag zijn. Monogamie is derhalve een fundamenteel beginsel van de Nederlandse civiele openbare orde. Omdat aanvrager met meerdere vrouwen is 'getrouwd', is zijn situatie niet in overeenstemming met de Nederlandse civiele openbare orde en is hij daarom onvoldoende ingeburgerd”. Dit wordt gesteld niettegenstaande het feit dat de islam al geruime tijd de tweede godsdienst in Nederland is geworden.

Ik heb aan de hand van mijn ervaringen als advocaat in Amsterdam, de stad met de grootste concentratie van verschillende etnische minderheden, een inventarisatie gemaakt van de zowel bij hen als bij autochtone Nederlanders voorkomende 'alternatieve samenlevingsvormen'. Ze bleken in twee hoofdgroepen te kunnen worden onderverdeeld: samenlevingsvormen tussen personen van verschillend en samenlevingsvormen van personen van gelijk geslacht. Deze beide vormen kunnen weer worden onderverdeeld in tweepersonen- (oftewel paarrelaties') en meerpersonenrelaties. Bij deze beide groepen van relaties kan weer onderscheid worden gemaakt tussen relaties waarbij sprake is van een economische eenheid en relaties waarbij daarvan geen sprake is.

Zo kunnen we vier alternatieve relaties onderscheiden die op dit moment in de Nederlandse samenleving aan te treffen zijn bij personen van gelijk geslacht en van verschillende geslacht: samenwonenden, lat-relaties, 'visiting relations', en communes. In totaal dus acht alternatieve relatievormen.

Van deze relaties is een aantal meer geëmancipeerd, dat wil zeggen: maatschappelijk meer geaccepteerd dan de andere. Dat geldt voor de homoseksuele paarrelaties, die een economische eenheid vormen, en voor de verschillend geslachtelijke paarrelaties, die eveneens een economische eenheid vormen, de samenwoners.

Goed op weg om maatschappelijk geaccepteerd te worden zijn de gelijk- en de verschillende geslachtelijke lat-relaties. De meerparen-relaties hetzij van verschillend (een moslims 'huwelijk', bepaalde Caribische samenlevingsvormen), hetzij van gelijk geslacht (bijvoorbeeld homocommunes) zijn op dit moment, anders dan verschillende vrouwen (of mannen) na elkaar, maatschappelijk minder geaccepteerd.

Het is duidelijk dat wie zich beijvert om het huwelijk ook open te stellen voor de gelijkgeslachtelijke paarrelatie of deze relatie apart wettelijk wil regelen daarmee sleutelt aan wat in de terminologie van Justitie nu nog heet 'de Nederlandse civiele openbare orde'.

Dat 'gesleutel' zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor de andere alternatieve samenlevingsvormen en een manco aan het voorstel van de paarse politieke partijen is dat een fundamenteel doordenken van die problematiek achterwege is gebleven.