De groei van Lolly tot Lorelei

Margaret Mahy, Bijna een Fortuin. Vert. Nan Lenders, Ill. Mance Post, Uitg. Querido, 80 blz., ƒ 22,90 (deel 1, De bende van Fortuin, idem.)

De Nieuw-Zeelandse familie Fortuin uit het dorp Fairfield is een echte familie, met familiegrappen, familieliedjes en familiegewoontes. Een echte Fortuin stoort zich niet aan regels, neemt geen blad voor de mond en heeft lef. De jongste generatie Fortuin, allemaal neven en nichten van rond de tien, heeft een geheime club en houdt spannende bijeenkomsten in een boomhut. In De bende van Fortuin, dat vorig jaar verscheen, beschreef Margaret Mahy hoe Pete Fortuin, een onbekende neef, in Fairfield komt wonen. Om lid van de club te mogen worden moet hij bewijzen dat hij een echte Fortuin is (die dus de liedjes, grappen en gewoontes kent).

Zijn nichtje Lolly, dat al haar hele leven in Fairfield woont, mag ook niet zomaar bij de bende. Haar moeder heet Fortuin, maar zij heeft de achternaam van haar vader: Bancroft. En Bancrofts zijn alles wat Fortuins nou juist niet zijn: keurig, rijk en beleefd. Lolly Bancroft mompelt verlegen, in plaats van te brullen als een rechtgeaarde Fortuin. Ze zit niet op de gewone gemeenteschool, maar op een katholieke privé-school. Haar vader rijdt in een Jaguar, in plaats van in een normale auto. Lolly Bancroft is de hoofdpersoon in het tweede deel van Mahy's Fortuinverhalen, het onlangs verschenen Bijna een Fortuin.

Net als het eerste deel van de serie gaat Bijna een Fortuin niet alleen over de pogingen van een eenling om deel uit te gaan maken van de groep. Zonder dat het er dik bovenop ligt of zwaar wordt, beschrijft Mahy de gevoelens van een kind waarvan de ouders met ruzie uit elkaar gaan. Vergeleken met de vele kinderboeken over echtscheiding die vol staan met uitleg, diepe zuchten en luide snikken is Bijna een Fortuin een verademing. Mahy blijft binnen de gedachtenwereld van haar hoofdpersoon en heeft de nodige humor en relativering. De groei van Lolly, van verlegenheid tot zelfvertrouwen, blijkt uit de handeling en wordt door de schrijfster verder niet toegelicht.

Nu Lolly's moeder beweert dat ze niet langer een Bancroft is en dat dat ook voor haar dochter geldt, verheugt Lolly zich er op dat ze nu eindelijk volwaardig lid van de bende van Fortuin zal kunnen worden. Tegelijkertijd heeft ze sinds het vertrek van haar vader een 'verbrokkelend' gevoel, zoals ze het zelf noemt. Ze begint zich af te vragen of die 'luchthartige geluksnaam' Fortuin eigenlijk wel zo belangrijk is als ze altijd dacht, of dat het misschien belangrijker is dat haar vader terugkomt.

Op school zit ze verdwaasd voor zich uit te staren. Het is alsof ze zichzelf van een afstand bekijkt, knutselend aan haar uilemasker voor haar rol in het jaarlijkse schooltoneel: 'achter het masker voelde haar gezicht aan alsof het glad trok en helemaal uitdrukkingsloos werd als een ei.'

Dankzij dit soort beelden zie je het verwarde meisje levendig voor je en leef je hartgrondig met haar mee. Illustratrice Mance Post heeft de dromerige uitdrukking van Lolly's gezicht goed getroffen, maar over het algemeen hebben de potloodillustraties, die doen denken aan Posts tekeningen in de beroemde Madelief-boeken van Guus Kuijer, minder zeggingskracht dan het verhaal. Ze voegen weinig toe en zijn een beetje ouderwets. De skateboards van de kinderen zijn te groot en hun broekspijpen te wijd. Eigenlijk zijn Mahy's vergelijkingen zo sprekend dat het boek best ongeïllustreerd had kunnen blijven.

Langzaam ontdekt Lolly dat Bancroft niet minder is dan Fortuin en dat ze eigenlijk allebei is. Nu het nodig is blijkt ze in het bezit van de moed en de harde stem van een ware Fortuin, waardoor het haar lukt haar ouders weer met elkaar te laten praten. Ze wordt lid van de luidruchtige bende van haar neven en nichten, maar blijft het ook heerlijk vinden om alleen te schommelen, een typische Bancroft-activiteit. Wat verandert is uiteindelijk niet haar achternaam, maar haar voornaam. Het is afgelopen met de bedeesde Lolly, vanaf nu draagt ze haar echte naam: Lorelei.