Dammenbouwers

Mark Kranenburg verwijt de PvdA in zijn column van 7 maart “niet veel verder te komen dan het opwerpen van dammen”. Ik zou vorige maand in mijn toespraak tot het PvdA-congres in Zwolle “niet verder zijn gekomen dan het opsommen van zaken die zijn tegengehouden”. Dit is pertinent onjuist en vereist correctie. Letterlijk heb ik gezegd, dat de uitspraak “hoogte en duur moeten in een gemoderniseerd stelsel op peil blijven”, niet betekent dat alles bij het oude moet blijven. Integendeel! Alleen moet de inzet van de discussie wat de PvdA betreft niet zijn om al maar weer te bekijken wat er goedkoper kan en of de uitkeringen verlaagd kunnen worden, maar hoe het stelsel kan worden aangepast aan de eisen van de tijd. De stelseldiscussie moet in het teken van de noodzakelijke verbeteringen komen te staan. Dat was de algemene strekking van mijn betoog en ik heb dat uitgewerkt in de volgende vier ijkpunten, waar het bij de toekomst van de sociale zekerheid om draait.

1. Het stelsel moet inkomenszekerheid bieden in geval mensen buiten hun schuld zonder werk of inkomen komen te zitten. 2. Het stelsel moet beter aansluiten bij het feit dat veel meer vrouwen buitenshuis werken dan in het kostwinnerstijdperk waarin het huidige stelsel ontstond. 3. Mensen met tijdelijke contracten, uitzendkrachten en dergelijke dienen evenredig recht op een uitkering te krijgen. 4. Ten slotte dient de relatie van de sociale zekerheid tot 'arbeid' opnieuw vorm te krijgen. De uitkeringenfabriek is verleden tijd, maar de nieuwe filisofie is nog niet tot werkbare proporties gestold.

Deze maatschappelijk criteria geven mijns inziens meer richting aan het debat dan de vraag of er een ministelsel, basisstelsel dan wel cappuchinomodel moet komen. Dat zijn uitvoeringsmodaliteiten, waarin het in wezen draait om de vraag wat de rol van de overheid, de sociale partners en de particuliere verzekeringen zal zijn. Daarover heb ik in Zwolle uitdrukkelijk gezegd, dat ik niet a priori tegen geprivatiseerde, of voor collectieve regelingen ben. Ik beschouw dat als instrumenten waarvan telkens de geschiktheid moet worden bewezen om een gewenst doel te bereiken. In dat opzicht verschilt PvdA wel van de VVD. Marktwerking is wat ons betreft niet bij voorbaat een beter instrument dan overheidsregulering. In de praktijk blijken beide elkaar nog al eens nodig te hebben. Ik heb op het PvdA-congres daarom de privatisering van de ziektewet verdedigd. Door amemendering in de Tweede Kamer waren voldoende checkes and balances aan het oorspronkelijke voorstel van Linschoten toegevoegd om het tot een acceptabel geheel te maken. Ik heb het congres voorgehouden, dat je met moties 'tegen privatisering' het stelsel nog niet up to date hebt gebracht.