'Dakloosheid vaker voorkomen'; Rapport: Samenwerking met kamerverhuurders vereist

ROTTERDAM, 12 MAART. Overheid en woningcorporaties zouden veel meer moeten samenwerken met kamerverhuurders. In sommige gevallen kan zo worden voorkomen dat mensen op straat komen te staan en dakloos worden.

Dat concludeert de Rotterdamse socioloog F. Spierings, die in opdracht van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) onderzoek deed naar bewoners van zogeheten 'logementen' in Rotterdam. Directe aanleiding voor het onderzoek was een brand in het Haagse pension De Vogel, die in 1992 aan elf kamerbewoners het leven kostte. De brand maakte duidelijk dat in Den Haag en in andere steden geen goed zicht bestond op het aantal kamerbewoners en hun levensstijl.

Om de leefwereld van logementbewoners in kaart te brengen sprak Spierings met 33 bewoners, 57 verhuurders en een groep ambtenaren. De logementbewoners bleken zeker geen weerloze slachtoffers van hun omstandigheden te zijn, maar gezamenlijke initiatieven te nemen om hun situatie te verbeterden. Soms pakten ze problemen in huis gezamenlijk aan, deelden vrijwillig hun bezittingen en maakten schoon. In vrijwel ieder onderzocht logement bleek een moeder- of leiderfiguur aanwezig te zijn die informeel de verantwoordelijkheid nam voor het hele huis.

Uit het onderzoek blijkt dat het sluiten van slechte logementen en logementen zonder vergunning soms verkeerde gevolgen heeft. Sommige logementbewoners blijken nergens anders te kunnen worden ondergebracht en worden dakloos, “iets wat zijzelf met moeite proberen te voorkomen”, aldus het rapport.

Het rapport bekritiseert vooral de rol van de inspectieambtenaren. “De flexibiliteit en de wederzijdse belangen van bepaalde logementhouders en bewoners worden door inspectie-ambtenaren lang niet altijd op hun waarde geschat. De logementhouder wordt gezien als een machtige, bemiddelde en meedogenloze persoon aan wie de huurder slechts te gehoorzamen heeft. Sommige logementhouders zou men bij voorkeur 'een zak geld willen geven en ze uit de stad laten vertrekken'.” Volgens Spierings zou dit een buitengewoon slechte oplossing zijn: “Er zijn al zoveel woningzoekenden in Rotterdam. Kan men allle kamerbewoners een huis bieden? Tot dusverre niet.”

Eén van de aanbevelingen van de onderzoeker is dat de gemeente Rotterdam en de woningcorporaties goedkope, toegankelijke woonruimte creëren. Zo zou beter kunnen worden voorkomen dat mensen dakloos raken. Enkele maanden presenteerde de gemeente Rotterdam al een plan voor de bouw van een zogenaamd logementenhotel, naar Amerikaans voorbeeld. “De aanbevelingen die Spierings kennelijk in zijn rapport doet, liggen dichtbij de aanpak die Rotterdam met de opvang van dak- en thuislozen voor ogen heeft”, aldus een woordvoerder van de gemeente.