Conflict EU over overtollig landbouwgeld

BRUSSEL, 12 MAART. Verwachte meevallers op de landbouwbegroting van de Europese Unie (EU) moeten niet voor andere doeleinden worden gebruikt, maar terugvloeien naar de lidstaten. Dat hebben de ministers van financiën van zes EU-landen, waaronder Nederland, gisteren in Brussel gesteld in een gezamenlijke verklaring.

De zes (Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Zweden en Oostenrijk) nemen hiermee een voorschot op een voorstel over herverdeling van de begrotingsposten, dat de Europese Commissie naar verwachting op 20 maart lanceert. De commissie wil meevallers op de landbouwbegroting gebruiken voor andere uitgaven, zoals de wederopbouw van Bosnië, een bedrag van 1 miljard ecu (2 miljard gulden) voor nieuwe verkeersprojecten (de zogeheten transeuropese netwerken) en 700 miljoen ecu (1,4 miljard gulden) voor onderzoeksprogramma's. Het voornemen de posten te herschikken past in het 'vertrouwenspact' voor werkgelegenheid dat commissievoorzitter Jacques Santer promoot.

Vorig jaar was het overschot op de Europese landbouwbegroting 700 miljoen ecu (1,4 miljard gulden). Dat betekent zo'n 300 miljoen gulden voordeel voor Nederland. Ook voor dit jaar wordt op de Europese landbouwbegroting een meevaller van 700 miljoen ecu verwacht. Voorstander van het schuiven met posten op de EU-begroting zijn de zuidelijke lidstaten en België, dat rekent op Europees geld voor de hoge snelheidstrein.

Op Nederlands verzoek werd het schuiven met begrotingsposten gisteren tijdens de ministerraad aan de orde gesteld. De Duitse staatssecretaris van financiën, Jürgen Stark, kwam met een schriftelijke verklaring die door vijf medestanders werd onderschreven. Volgens deze verklaring zijn bijkomende gemeenschapsuitgaven contraproduktief, niet alleen omdat 1997 voor de lidstaten het beslissende jaar is waarin wordt bepaald of ze voldoen aan de criteria voor de economische en monetaire unie, maar ook omdat begrotingsdiscipline van de EU wenselijk is.

Volgens minister Zalm moet de commissie beseffen dat begroten “niet alleen een kwestie is van optellen maar ook van aftrekken”. Hij vindt dat de commissie prioriteiten moet stellen en “binnen bestaande potjes” geld moet vinden. Zalm vindt voorts dat voorzichtig moet worden omgesprongen met de voorziene voordelen op de landbouwbegroting, omdat de wereldmarkt kan veranderen, de vervolgonderhandelingen over het wereldhandelsakkoord nadelig kunnen uitwerken en omdat de uitbreiding van de EU naar Midden- en Oos-Europa extra kosten kan opleveren voor de landbouw.

De Europese ministers van financiën verklaarden gisteren dat er geen sprake is van een dreigende recessie in de EU. Ze reageerden op een vorige week gepresenteerd economische rapport van de commissie over 1996, waarin een groei van minder dan 2 procent wordt voorspeld, terwijl eerder nog werd uitgegaan van een gemiddelde groei van 2,6 procent. Volgens minister Zalm is er sprake van een groeipauze en “niet van de aankondiging van een recessie.” Ook de Italiaanse premier Lamberto Dini, die de ministerraad voorzat, sprak van een groeipauze.