Clowns

“Zeg, die Iljoemzjinov van jullie, die schaakpresident die jullie wereldkampioenschap door Saddam Hussein in Bagdad wil laten verzorgen, die moet weg!“ Ga het hem maar zeggen, antwoord ik. Gewend om in de vriendenkring begroet te worden met een krachtig: ha, hoe is het met de schaakmaffia? Blij om nu eens een opbouwend voorstel te horen.

De steeds verdergaande criminalisering van de internationale schaakwereld benauwt me. In 1992 speelden Fischer en Spassky in Servië en Montenegro voor het grootste prijzengeld dat ooit voor een schaakwedstrijd betaald is. De organisator was een Servische bankier die zijn zaken volgens het piramide-schema deed. Hij gaf twaalf procent rente per maand op harde valuta als de dollar en de mark. Hij betaalde inderdaad uit. Iedereen kon zijn geld bij hem in een half jaar verdubbelen. Dat kan een tijdje goed gaan, zolang niet te veel mensen hun geld opvragen. Er werd vermoed dat hij de inzetten gebruikte voor illegale wapenaankopen voor de oorlog in Bosnië. Vertrouwd met wapens was hij in ieder geval wel, want hij liep nooit zonder, net als zijn lijfwachten. Kort na de match sloot de bankier zijn loketten, vluchtte met de buit naar Tel Aviv en sindsdien is hij uit het nieuws.

In 1994 werden de miljoenen voor de schaakolympiade in Moskou betaald door een in de Russische pers als crimineel beschreven organisatie. Alweer liefhebbers van het piramidespel. Ook deze organisatie verdween spoorloos toen de buit van de beleggers binnen was. In die tijd woedde er een fel gevecht tussen twee Russische schaakbonden om de erfenis van de oude sovjetbond. Op het hoogtepunt van de strijd brandde de flat van een van de voorzitters geheel uit. Er zou uit een helikopter een brandbom door het raam naar binnen zijn gegooid door de concurrerende denksporters. Ik weet niet of ik dit verhaal moet geloven. Het heeft in verschillende schaaktijdschriften gestaan. De schaaktijdschriften zijn niet in staat om zulke verhalen goed na te trekken. Ze zijn veel te arm om een goede misdaadverslaggever in dienst te nemen.

De Filippijnse president van de wereldschaakbond had de kas geplunderd en werd vorig jaar vervangen door de dictator van Kalmukkië, die zo rijk is dat hij niet meer van schakers hoeft te stelen. Laten we de Duitse 'schaaksponsor' niet vergeten die vorig jaar stierf. Algemeen gerespecteerd man. Na zijn dood bleek dat hij vele miljoenen achterover had gedrukt. Of de Canadese zakenman die eerst een miljoen dollar en even later bijna twee miljoen voor het wereldkampioenschap beschikbaar stelde en daarna een beruchte oplichter bleek te zijn die aan lager wal was geraakt.

Gens una sumus is het trotse devies van de wereldschaakbond. Gangsters aller landen, verenigt u. Filippijnse dief, Servische wapenhandelaar, Russische maffia, Mongoolse dictator, Duitse en Canadese oplichters. Kunnen zo optreden in een idealistisch reclamefilmpje over de mensheid als grote familie. De schaakbond hoeft beslist niet te biecht te gaan op een congres tegen racisme in de sport. Zo multicultureel als de pest zijn we.

Het Mongoolse volk dat na eeuwenlange omzwervingen in de Russische republiek Kalmukkië terecht kwam is arm. Presidentskandidaat Iljoemzjinov babbelde over contacten met buitenaardse beschavingen en beloofde iedere schaapherder een Mercedes voor de deur en een draagbare telefoon voor in het veld. De auto's en de telefoons kwamen niet. De nieuwe president bracht vrijwel de gehele economie van het land in handen van zichzelf, zijn vrienden en zijn familieleden. Hij gooide de enige oppositionele krant het land uit. Hij liet 40 miljard roebel aan Russische leningen spoorloos verdwijnen. Hij stelde voor om dieven de handen af te laten hakken. Om de polygamie weer in te voeren. Hij organiseerde nieuwe presidentsverkiezingen waarbij, hoewel hij de enige kandidaat was, ernstige schendingen van de mensenrechten werden waargenomen. Hij beloofde in Kalmukkië een paleis in de vorm van een schaakstuk voor Bobby Fischer te laten bouwen en hij bood Saddam Hussein, misschien om hem enthousiast te maken voor het komende schaak-wereldkampioenschap, een stuk Kalmukse grond aan voor een moskee. Een ware sprookjesprins. Ziehier de leider van de internationale schaakwereld. Ik lees wel eens iets over schandaaltjes in andere sportbonden. Brave burgers zijn het daar vergeleken bij ons.

De nieuwe leider is jong, mooi, energiek en charmant. Geprezen wordt zijn oosterse hoffelijkheid en westerse openhartigheid. Een paar weken geleden was hij op de Engelse televisie. Het ging niet over schaken, maar over Kalmukkië. De BBC-verslaggever, zo maak ik op uit een beschrijving van het programma, was een soort Wammes Waggel die alles enigjes vindt. 'Fun' noemde hij het om alleenheerser te zijn. De alleenheerser kan alles zeggen wat in hem opkomt, als een kind. Jammer vond de verslaggever het dat sommige volwassenenen er de grap niet van inzagen.

De nieuwe leider van de internationale schaakwereld spreekt over zijn karma, dat hem onverschillig maakt voor geld en macht. Al zijn daden zijn voor hem slechts stappen op de weg van zijn spirituele ontwikkeling. Ook zijn Filippijnse voorganger speelde wel eens de verlichte Zenmeester die vrij als een vogel boven alle aardse problemen vliegt. Vrolijke clowns zijn het. Wat hebben we de afgelopen jaren om ze gelachen. De rol van Domme August wordt gespeeld door de fatsoenlijke en solide schaakbonden zoals de Nederlandse, die klap op klap krijgen en half gefascineerd en half verongelijkt met hun kop in een zak zich afvragen wat er eigenlijk aan de hand is.

De schaakwereld kan gezien worden als een Madurodam van de internationale politiek. In de jaren van de Koude Oorlog werden alle beslissingen van de schaakbonden van de communistische landen door de politieke leiders getoetst op hun nut voor de sovjetmacht. Er konden nuttige lessen geleerd worden door waarnemers van de internationale schaakpolitiek. In de rommelige schaakwereld van nu zien we de onmacht van het fatsoen, als dat niet energiek en vastberaden is. De solide schaakbonden zouden de macht kunnen hebben, want zij organiseren het echte schaakleven. Maar ze zijn al blij zolang de criminele randverschijnselen hun wedstrijden niet aantasten. “Als het echt zo erg is als wordt geschreven, moeten we er nodig eens iets aan doen,“ denken ze. Al vele jaren.