Cindy Sherman maakt na morbide foto's nu horrorfilm; 'Mooi is saai, eng is beter'

In museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam is zaterdag een tentoonstelling geopend met het werk van de Amerikaanse kunstenares Cindy Sherman. Ze kreeg bekendheid door haar foto's van stereotype vrouwen waarvoor ze zelf poseerde. 'Vervelend, jong werk', zegt ze nu. De laatste jaren is ze in de ban van horror. Ze bereidt nu een horrorfilm voor, zo blijkt uit een vraaggesprek in New York.

Ze is een beetje gespannen dezer dagen. Dat komt door al die mensen met wie ze ineens moet samenwerken. Dat kan ze niet, vertelt ze, ze heeft het nooit gekund. Maar nu is het onvermijdelijk. Want ze regisseert een horrorfilm. Waarom een film? “Iedereen in de beeldende kunst maakt inderdaad films tegenwoordig, dus eigenlijk zou dat een goede reden zijn om het niet te doen, maar ik heb me laten overhalen”, zucht de Amerikaanse kunstenares Cindy Sherman (Glen Ridge, New Jersey, 1954): “Ik hou verschrikkelijk van film en vooral van horrorfilms. Film is voor mij altijd een veel belangrijkere inspiratiebron geweest dan beeldende kunst. Dat zie je toch aan mijn foto's?”

Na een lange dag lokaties bekijken, zit Sherman uitgeblust in het Newyorkse produktiekantoor. Haar bleke, grijze ogen zijn bekend van de vele tientallen Film Stills waarvoor ze zelf model heeft gestaan. Ze kreeg er begin jaren tachtig internationale bekendheid mee: grote zwart-wit foto's van vaak zorgelijk ogende jaren-vijftig-vrouwen. Men kon alleen maar raden wat hen bezighield.

Het waren stills uit films die nooit gemaakt zijn, stereotypen van vrouwen die we allemaal kennen, maar niemand weet meer waarvan. Sherman doste zich steeds anders uit. Ze deed alles zelf. Ze fotografeerde, regisseerde en ensceneerde, want: “Ik voel me schuldig als ik anderen vertel wat ze moeten doen”. Het waren geen zelfportretten: “Ik wilde dat de kijker iets van zichzelf zou herkennen, niet iets van mij.”

Het Museum of Modern Art in New York kocht onlangs voor een miljoen dollar, volgens een schatting in de New York Times, alle 69 Film Stills van Sherman. Ze vindt de aandacht voor die serie overdreven: “Ik zie die foto's nu als ontzettend vervelend, heel jong werk. Zelf vind ik altijd de recentste foto's het beste.”

Halverwege de jaren tachtig heeft haar werk morbidere trekken aangenomen. Sherman verdween zelf uit beeld en ensceneerde - in kleur - nachtmerrieachtige taferelen vol verfrommelde mantelpakjes, lichaamsdelen en slijmerige drab. Vaak speelden plastic (seks)poppen de hoofdrol: “Ik had zin om iets te maken wat mensen onmogelijk mooi konden vinden”. Nu hangen de Disgust Pictures, de Sex Pictures en de Horror Pictures naast de vroegere Film Stills in museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Waarom houdt u zo van horror?

“Ik hou van alle enge dingen die nep zijn, zoals een griezelfilm of een achtbaan op de kermis. Opwinding, waarbij ik me veilig voel, omdat ik weet dat het niet echt is. In de achtbaan weet je vrijwel zeker dat je niet te pletter zult slaan, maar toch is het een zalig gevoel als je weer op de grond staat. Het is een uitlaatklep voor angsten. Horrorfilms bieden net als sprookjes de mogelijkheid om over gruwelijke dingen na te denken zonder dat er reëel gevaar bestaat. Je loopt de bioscoop uit, rilt nog even na en dan ga je weer naar huis.”

Waarom laat u steeds die gruwelijke, morbide kant zien?

“Ik zie veel humor in die morbiditeit. Sommige mensen lopen meteen weg omdat ze het walgelijk vinden, maar dat alleen al vind ik de moeite waard. Ik ben groot gebracht met het idee dat ik altijd aardig en beleefd moest zijn en ik denk dat ik met mijn werk wraak neem op het feit dat ik me zo gevangen voelde in al die keurige sociale omgangsvormen.

Daarom maak ik werk dat moeilijk is om naar te kijken en van te houden. Schoonheid interesseert me niet. Ik verdiep me al jaren in de lelijke, afschuwelijke kant van de dingen. Dat kan ook heel mooi zijn, maar niet op een voor de hand liggende manier.

“Dingen die niet de moeite waard worden gevonden om naar te kijken zijn vaak een stuk interessanter dan alles wat de maatschappij traditioneel als mooi beschouwt. Ik vind mooi heel saai, tenzij je kijkt naar de natuur. Een opgaande zon is zo verschrikkelijk mooi dat het geen enkele zin heeft om er een foto van te maken. De foto zal nooit zo mooi zijn als de werkelijkheid. Daarom is het interessanter om iets kunstmatigs te maken.”

Wat wordt het voor film?

“De film gaat over een vrouw die in een kantoor werkt, ontslagen wordt en daar heel boos over is. Ze vermoordt collega's die haar dwars gezeten hebben en richt in de kelder van haar huis een ideaal kantoor in met de lijken. Ik heb alleen het plot bedacht. Iemand anders heeft het script geschreven. Dat laatste had ik nooit gekund, omdat ik niet in termen van verhalen denk.

“Ik had trouwens nooit gedacht dat ik een film zou regisseren, hooguit dat ik een keer zou acteren, lekker keihard zou gillen en liters nepbloed over me heen zou krijgen. In deze film acteer ik helemaal niet. Misschien dat ik op de achtergrond een keer een Hitchcock-achtige verschijning zal maken.”

Wilt u een ander publiek gaan bereiken?

“Daar denk ik nooit over na. De bedoeling is wel dat de film gewoon in de bioscoop gaat draaien, niet in het museum, maar ik heb geen boodschap die ik aan de man wil brengen.”

Waarom maken zoveel beeldende kunstenaars ineens films?

“Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar het is niet zo raar als het lijkt. Veel Amerikaanse kunstenaars die speelfilms hebben gemaakt, zoals Robert Longo en David Salle, werkten altijd al met filmbeelden. Julian Schnabel weet ook veel van film, hij kent hele stukken uit zijn hoofd. En de film Kids van Larry Clark ziet er eigenlijk precies hetzelfde uit als zijn foto's. Mijn budget is trouwens laag, minder dan een miljoen dollar, daardoor heb ik de volledige controle kunnen krijgen over alle aspecten van de film.”

Bent u uitgekeken op de fotografie? U heeft uw recentste foto's met kleuren en krassen gemanipuleerd. Nu maakt u een film en straks nog een virtual-reality-project.

“Nee, na deze film ga ik echt weer terug naar mijn eigen werk. Ik heb zeker niet genoeg van de fotografie, want de mogelijkheden zijn zeker nog niet uitgeput. Die negatieven heb ik gemanipuleerd, omdat ik geen idee had hoe ik verder moest met mijn werk. Op die manier dwong ik mezelf er wat losser mee om te gaan. Normaal gesproken staat de camera opgesteld en arrangeer ik het tafereel heel nauwkeurig. Ik kijk door de camera, klik, en ik weet precies hoe het resultaat zal zijn.

Voor deze laatste serie haalde ik de camera van het statief en gebruikte ik bij het ontwikkelen chemicaliën die de kleur veranderen, zodat ik absoluut niet wist hoe de foto's eruit zouden gaan zien. Het was maar een experiment en ik weet absoluut niet waar het toe zal leiden.''