Chinese intimidatie

ZOALS HET BIJ EEN volwassen escalatie betaamt, proberen partijen in de Taiwanese crisis elkaar voor te blijven. Partijen, dat zijn de volksrepubliek China en de Verenigde Staten die namens de eiland-staat inmiddels de ring hebben betreden. Gisteren nog scoorde Washington met het samentrekken van vlooteenheden rondom Taiwan, vandaag toont Peking niet onder de indruk te zijn en is het bij zijn proeflanceringen op doelen in de omgeving van het eiland op 'scherp' overgegaan.

Wat precies het Chinese oogmerk is, blijft onduidelijk. Voorlopig nemen Westerse inlichtingendiensten aan dat de intimidatie gericht is tegen politieke krachten die een onafhankelijk Taiwan voorstaan en die bij de later deze maand te houden presidentsverkiezingen hun slag zouden willen slaan. Herverkiezing van het zittende staatshoofd, Lee Teng-hui, zou in Peking in die termen worden begrepen. Dreigen met geweld zou Lee's achterban op andere gedachten brengen en zijn verwachte zege voorkomen. NU IS DE TAIWANESE politiek een slag ingewikkelder dan deze voorstelling van zaken suggereert. Als leider van de Nationalistische Partij staat ook Lee voor één ongedeeld China. Zo ondersteunen de Nationalisten de Chinese aanspraken op Tibet en de Spratly-eilanden en wordt Taiwan zelf bestuurd door zowel een nationale Chinese als door een provinciale regering. Een deel van de Taiwanese oppositie mag dan wel van de onafhankelijkheid dromen, dat Lee en zijn partij die droom zouden willen overnemen, is hoogst onwaarschijnlijk. Taiwan zoekt erkenning in de wereld (zo bracht Lee vorig jaar een bezoek aan de VS), maar de Nationalisten streven evenals Peking naar een Chinese hereniging, zij het onder een andere vlag.

De Taiwanese crisis heeft dan ook vermoedelijk meer te maken met machtsstrijd op het vasteland dan met de politieke ontwikkelingen op het eiland zelf. China's strijdkrachten grijpen het conflict aan om hun greep op China's interne zaken te versterken. Nu de overname van Hongkong staat te gebeuren, blijft Taiwan over als enige stekel in de Chinese huid. Bovendien heeft het eilandregime zich altijd, anders dan Hongkong, gemanifesteerd als een alternatief voor de machthebbers in Peking. Voor wie de tempoverschillen in China's economische ontwikkeling met lede ogen aanschouwt, en dat doet de militaire top, is het uitschakelen van het alternatief een lief ding.

Daarmee is niet gezegd dat een invasie van het eiland ophanden is. China's strijdkrachten zijn daartoe waarschijnlijk niet in staat. Maar de verslapping van de bedrijvigheid op Taiwan laat zien dat intimidatie alleen al verregaande gevolgen heeft. Of de Amerikaanse aanwezigheid in de naburige wateren afdoende is om het tij te keren staat dan ook te bezien. Het gaat er vooralsnog om wie de sterkste zenuwen heeft. En Peking heeft nog wel een aantal kaarten in de mouw die, eenmaal uitgespeeld, de zenuwen van de Taiwanezen verder op de proef zullen stellen. BIJ DE CHINESE BLUF spelen natuurlijk ook de internationale verhoudingen een rol. De regering-Clinton heeft zich de afgelopen jaren meer en meer gericht naar de wensen van Amerika's zakenleven dat goede betrekkingen met China voorop plaatst. De lidstaten van de Europese Unie hebben zich bij hun eerste gezamenlijke ontmoeting met Oost-Azië onlangs neergelegd bij de door Peking bij gastheer Thailand afgedwongen afwezigheid van Taiwan. De landen in de regio onderhouden doorgaans winstgevende betrekkingen met de eiland-staat, maar het laatste wat zij willen is een langdurige crisis over de status van Taiwan. Dat bindt ook de Amerikaanse handen.

Zelfs als het dit keer nog slechts om Chinees voorspel gaat, Taiwan zullen de kwalijke tekenen aan de wand niet ontgaan. De verschijning van het vliegdekschip Independence zal daarin niets wezenlijks veranderen.