China probeerde al drie keer eerder Taiwan te 'bevrijden'

PEKING, 12 MAART. Zullen de vandaag begonnen Chinese vloot- en luchtmacht-'oefeningen' met scherp geschut in de zuidwestelijke zone van de Straat van Taiwan volgens plan op 20 maart eindigen en zal het oorlogsspel dan afgelopen zijn? Of zal het Chinese opperbevel nieuwe manoeuvres houden om de spanning rondom Taiwan verder op te voeren?

Eind vorige week spraken militaire waarnemers en Taiwans militaire inlichtingendienst de verwachting uit dat China een invasie beraamt van Quemoy en/of Matsu, de twee grootste kusteilanden die sinds de vlucht van de Kwomintang naar Taiwan in 1949 nog steeds vanuit Taipei worden bestuurd. Vandaag meldde de doorgaans goed ingelichte krant Ming Pao uit Hongkong dat China na de huidige oefeningen een nieuwe manoeuvre zal uitvoeren die een blokkade van alle lucht- en zeevaartroutes naar Taiwan zal simuleren. Daarmee moeten Washington en Taipei ervan overtuigd worden dat China de middelen heeft om Taiwans economie geheel te verlammen en dat het het eiland op de knieën kan dwingen zonder een invasie.

Andere bronnen, zoals Chineestalige Hongkong-maandbladen, waarvan de hoofdredacteuren pro-Peking zijn, voorspellen ook dat China onbeperkt met militaire oefeningen en andere methoden van psychologische oorlogvoering zal doorgaan tot het de Taiwanese democratie ontwricht en president Lee Teng-hui's positie zodanig verzwakt heeft dat een nieuw regime in Taiwan om onderhandelingen over hereniging op Chinese voorwaarden zal vragen.

Het is ondoenlijk om de Chinese politiek-militaire doelstellingen precies te achterhalen. Het lijkt erop dat militaire kringen een campagne zijn begonnen en afwachten hoe het uitpakt, hoe de internationale reactie is en navenant de doelstellingen voortdurend bijstellen.

China heeft drie keer eerder militaire campagnes ter 'bevrijding' van Taiwan gehouden. De eerste was in oktober 1949, maar liep wegens verraderlijke getijden en gebrek aan zwaar materieel vast op de stranden van Quemoy en Matsu. In januari 1950 beëindigde de Amerikaanse president Truman de politiek van interventie in de Chinese burgeroorlog hetgeen betekende dat hij Taiwan, toen nog algemeen Formosa genoemd, aan zijn lot zou overlaten. Daarop bereidden de communisten een tweede invasie voor, maar die werd afgelast wegens een epidemie van scheurbuik onder de troepen.

Na de Noordkoreaanse invasie in Zuid-Korea in juni 1950 besloot Truman toch om Formosa te verdedigen tegen een communistisch-Chinese invasie en legde de Zevende Vloot in de Straat van Taiwan. De status quo werd daarmee gehandhaafd tot na de Koreaanse wapenstilstand in 1953 en de Akkoorden van Genève inzake de deling van Vietnam in 1954.

Pagina 5: Mao verkeek zich op Amerikaanse reactie

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles wilde ook de 'deling' van China institutionaliseren door middel van een (nationalistisch-) Chinees-Amerikaans defensieverdrag als tegenwicht tegen het Mao/Stalin-pact van 1950.

Terwijl de onderhandelingen tussen Taipei en Washington in de eindfase waren begon het Chinese Volksbevrijdingsleger op 3 september 1954 Quemoy en een andere noordelijke archipel, de Tachens, die nog door de Kwomintang bezet werd, te bombarderen. Chiang Kai-shek bereidde zich voor om met steun van Amerikaanse haviken een nieuwe 'vernietigingsoorlog' tegen de communisten te beginnen, maar president Eisenhower wilde Chiang dwingen zich van Quemoy en Matsu terug te trekken om zo een einde te maken aan de hit-and-run aanvallen op de Chinese kust.

Op 2 december 1954 werd het 'Chinees-(Taiwan) Amerikaans' Defensieverdrag getekend, dat in zijn eerste opzet niet voor Quemoy gold. Een maand later nam het Congres de 'Formosa-Resolutie' aan, die de geldigheid van het verdrag uitbreidde tot niet met name genoemde 'bijbehorende' gebieden, waarmee juist Quemoy bedoeld werd. President Eisenhower wilde Chiang Kai-shek in tweede instantie dwingen zijn troepensterkte op Quemoy en Matsu in te krimpen, maar de daaropvolgende jaren breidde hij die onder het welwillend oog van de Zevende Vloot uit tot 90.000 man voor een eerste 'tegenaanval' op de de communisten. Achteraf bezien waren de eerste communistische beschietingen van Quemoy geen eerste stap in de verovering van Taiwan, maar een protest tegen het VS-Taiwan Defensieverdrag.

In augustus 1955 begonnen de VS en China geregelde ambassadeursgesprekken in Warschau, die echter voortdurend vastliepen op de Amerikaanse eis dat China het gebruik van geweld in een regeling van de kwestie-Taiwan zou uitsluiten. China wees die eis rigoureus af als zijnde inmenging in de binnenlandse aangelegenheden. Washington brak de gesprekken in december 1957 af en dit was een van de factoren die culmineerden in de tweede, veel ernstiger crisis rondom Quemoy. Andere factoren waren de radicalisering in China als aanloop tot de 'Grote Sprong Voorwaarts' en de vastbeslotenheid van Dulles om het communisme 'terug te rollen' door verscherping van het diplomatieke isolement van China en toenemende hulp aan Chiang Kai-shek.

Na lancering van de Spoetnik in 1957 door de Sovjet-Unie was voorzitter Mao Zedong ervan overtuigd dat de 'oostenwind sterker was dan de westenwind' en hij ging er lichtvaardig van uit dat Sovjet-leider Chroesjtsjov hem zou steunen in een confrontatie met Chiang Kai-shek en zijn Amerikaanse beschermers.

Op 23 augustus 1958 begonnen 500 Chinese kanonnen een dagenlange beschieting van Quemoy en kondigde het Volksbevrijdingsleger aan dat de 'bevrijding' van Taiwan op het punt stond te beginnen. De tweede stap was een blokkade van Quemoy en Matsu, waardoor 100.000 van de beste Kwomintang-troepen uitgehongerd moesten worden, hetgeen in Mao's scenario tot de ineenstorting van het regime in Taiwan zelf zou leiden.

Mao's grootste misrekening was dat hij zich volledig verkeek op de Amerikaanse reactie. De Amerikanen stuurden op 3 september oorlogsbodems van de Zevende Vloot om 's nachts de blokkade te breken en de Kwomintang te helpen de garnizoenen te bevoorraden. Veel schokkender was Dulles' overname van Mao's dominotheorie, die inhield dat de verplettering van de Kwomintang op Quemoy tot de ineenstorting van Chiangs regime op Taiwan en tot een nieuwe golf van communistische expansie zou leiden.

Dulles kreeg de instemming van Eisenhower om China te dreigen met de inzet van (lichte) atoomwapens. Mao eiste een nucleair tegendreigement van Chroesjtsjov maar hij misrekende zich weer. De Sovjet-leider vond zijn pas begonnen politiek van vreedzame coëxistentie met de VS veel belangrijker en stuurde Gromyko op een geheime missie naar Peking om Mao te temmen. De Russen deelden de Amerikanen mee dat zij China te hulp zouden komen in geval van Amerikaanse actie tegen de volksrepubliek zelf, maar dat zij zich niet zouden mengen in 'beperkte' militaire actie rondom Quemoy en Taiwan.

Mao had een strategische nederlaag geleden. Niettemin gingen de bombardementen van Quemoy onverminderd voort, waarop de Zevende Vloot ook overdag bevoorradingsmissies stuurde. Op 15 september 1958 hervatten China en de VS de ambassadeursgesprekken in Warschau, waarop Radio Peking omriep dat China bereid was vijf tot tien jaar met de 'bevrijding' van Taiwan te wachten. De tactische militaire situatie veranderde vanaf nu ook in China's nadeel. Op 22 september was de blokkade van Quemoy gebroken en nationalistisch-Chinese Sabre-gevechtsvliegtuigen, uitgerust met Sidewinder-raketten, schoten meer dan 20 communistische MiGs neer.

Op 30 september kwam zelfs Dulles tot inkeer en sprak de overtuiging uit dat Chiang Kai-shek geen kans meer had het vasteland te heroveren. Hij vloog zelf naar Taipei om Chiang 'aan de ketting te leggen' en ertoe te brengen geen raids tegen de Chinese kust meer uit te voeren.

Op 6 oktober 1958 kondigde de Chinese minister van Defensie maarschalk Peng Dehuai een wapenstilstand af en garandeerde nationalistische schepen vrije doorvaart als er maar geen Amerikaanse escorte bij was. Peng riep de 'Kwomintang-patriotten' op Quemoy op de burgeroorlog te beëindigen en de Amerikanen uit te sluiten van een vredesregeling. Op 25 oktober hield maarschalk Peng zijn historische speech waarin hij aankondigde dat Quemoy voor onbepaalde tijd om de andere dag beschoten zou worden, enerzijds om de nationalisten eraan te herinneren dat China, Quemoy, Matsu en Taiwan alle tot een ondeelbaar China behoren en vroeg of laat herenigd zouden worden, anderzijds om de militairen in staat te stellen zich op schietvrije dagen te bevoorraden. (De beschietingen duurden tot de Amerikaanse diplomatieke erkenning van China door president Jimmy Carter op 1 januari 1979.)

De grote paradox kwam na afloop van de crisis. Mao Zedong liet via de Amerikaanse communiste Anna Louise Strong weten dat hij Quemoy helemaal niet had willen veroveren. Hij had alleen Chiang Kai-shek een pak slaag willen geven en had niet verwacht dat dat zo'n wereldschokkende storm zou veroorzaken. Sindsdien is het Pekings strategie geweest om de banden tussen Quemoy/Matsu en Taiwan intact te laten omdat dat de fictie handhaafde dat Chiang Kai-sheks 'Republiek China' meer dan de provincie Taiwan omvat. Quemoy en Matsu horen immers bij de Chinese provincie Fujian. De verovering van Quemoy en Matsu zouden Taiwan geïsoleerd hebben van China en het onafhankelijkheidsstreven onder Amerikaanse auspiciën hebben versterkt.

Quemoy en Matsu zijn sindsdien de navelstreng genoemd, die de Taiwanese baby met de Chinese moeder blijft verbinden. Als er wederom Chinese plannen bestaan om Quemoy en Matsu te veroveren, zullen de voorstanders van onafhankelijkheid in Taiwan dat zeker toejuichen, omdat het Taiwan symbolisch verder los zal maken van China.