Azië's megatrends veranderen de wereld

Megatrends Asia. The eight Asian megatrends that are changing the world. Door John Naisbitt,269 blz. ISBN 1 85788 140 0.

Tot voor kort verplaatsten westerse bedrijven delen van hun produktie naar Azië omdat daar de lonen laag waren. Tegenwoordig komen Aziatische bedrijven ook naar Europa en de Verenigde Staten. Nederland heeft er recent kennis mee kunnen maken in de vorm van de belangstelling van de Koreaanse Samsung en de Chinese Avic voor Fokker. Wie twintig jaar geleden had durven voorspellen dat een dergelijk technologisch hoogstaand bedrijf in handen zou kunnen vallen van een onderneming uit zo'n ontwikkelingsland, zou waarschijnlijk voor gek zijn verklaard.

“Wat er gebeurt in Azië is veruit de belangrijkste ontwikkeling die nu plaatsvindt. Niets komt daar in de buurt, niet alleen voor Aziaten, maar voor de hele planeet. De verandering van Azië zal de wereld voor altijd herschapen”, zo schrijft de Amerikaanse futuroloog John Naisbitt in 'Megatrends Asia'. Azië zal volgens Naisbitt niet alleen economisch, maar ook politiek en cultureel de dominante regio van de wereld worden.

Dat Azië economisch steeds belangrijker wordt, zal iedereen die een deel van de afgelopen jaren wakend heeft doorgebracht, zijn opgevallen. Japan is al lang een economische supermacht en China is hard op weg er een te worden. Landen als Indonesië, Maleisië, Thailand en zelfs de Filippijnen volgen. Nederlandse bedrijven bouwen in snel tempo belangen op in de regio. De grote zijn al jaren bezig. Voor het midden- en kleinbedrijf lijkt China een belangrijke exportoptie. “Bedrijven die niet tenminste een derde van de omzet uit Azië halen, kunnen er niet op hopen spelers van wereldformaat te blijven”, waarschuwt Naisbitt.

Naisbitt schetst acht trends - megatrends in zijn weinig subtiele taalgebruik - die volgens hem tekenend zijn voor de ontwikkelingen in Azië. De eerste is zelfs een nieuw paradigma, een nieuw denkkader om de wereld te bezien. Landen, natiestaten, komen aan de zijlijn van het wereldtoneel te staan. De hoofdrol wordt overgenomen door netwerken, met name die van de buiten China wonende Chinezen. Zij doen zaken op basis van contacten in plaats van contracten. Zij beschikken over gigantisch veel geld en beheersen de economieën van alle landen in Zuidoost-Azië, met uitzondering van Japan en Zuid-Korea.

De tweede trend is dat Azië overschakelt van een model van exportgeleide groei naar groei gebaseerd op lokale consumptie. In snel tempo ontwikkelt zich een middenklasse wier omvang Naisbitt raamt op 500 miljoen mensen, meer dan in de Verenigde Staten en Europa bij elkaar. Aziaten zijn gek op bekende merken - Lacoste, Cartier, Nike - die overal grif over de toonbank gaan. Creditcards hebben in korte tijd overal hun intrede gedaan. Aan het einde van dit jaar zullen twee van de vijf grootste winkelcentra ter wereld in Bangkok staan. Naisbitt stipt allerlei kenmerken van de opkomende consumptiemaatschappij aan zonder er lang bij stil te staan.

Zijn gebrek aan diepgang wreekt zich wanneer hij zijn derde trend beschrijft, die van de invloed van de 'Aziatische manier' op het Westen. Hij bespreekt de wederopstanding van het confucianisme zeer oppervlakkig, citeert een paar uitspraken van de invloedrijke Singaporese leider Lee Kuan Yew over democratie en mensenrechten en zapt dan weer verder naar zijn volgende onderwerp. Aan het einde van het hoofdstuk is niet duidelijk wat de Aziatische manier behelst, laat staan waarom Azië in politiek-cultureel opzicht grote invloed zou uitoefenen op het Westen.

Als vierde trend noemt Naisbitt de overgang van door de overheid beheerste economieën naar vrije markten. Hij gaat daarbij voorbij aan de grote invloed die overheden in veel Aziatische landen blijven uitoefenen, en niet alleen in de voormalig socialistische landen. Dat geldt niet of minder in Hongkong of Singapore, maar wel degelijk in Japan en Zuid-Korea.

Zijn vijfde trend is de groei van supersteden. In 2010 zullen er volgens de Verenigde Naties in Azië dertig steden zijn met meer dan vijf miljoen inwoners tegen zes in Europa en twee in de Verenigde Staten. China heeft nu al steden als Sjanghai, Peking en Chongqing met tussen de tien en vijftien miljoen inwoners. De precieze aantallen zijn onbekend, mede omdat 150 miljoen boeren (twee keer de bevolking van Frankrijk) door het hele land zwerven op zoek naar werk. Naisbitt erkent dat die een probleem vormen voor de stabiliteit van China, maar signaleert ook goede kanten. Deze migranten zorgen voor overdracht van inkomen van stad naar platteland, omdat zij hun verdiende geld ten goede laten komen aan hun achtergebleven familie en ze zorgen voor de arbeidskracht die noodzakelijk is om de economische dynamiek in de snelst groeiende gebieden van China op gang te houden.

De zesde trend van Naisbitt is de overgang van arbeidsintensieve industrie naar werken met geavanceerde technologieën en de laatste - zwak onderbouwde - is die over de opkomst van werkende vrouwen. De achtste, overkoepelende trend is de overgang van westerse naar oosterse dominantie.

Voor wie de afgelopen jaren met enige regelmaat kranten en andere publikaties heeft gelezen, zal het boek van Naisbitt weinig nieuws bevatten. De analyses zijn weinig diepgravend, de voorbeelden zijn talrijk en soms aardig. Lezers die allergisch zijn voor de Amerikaanse schrijfstijl waarbij elke tweede zin eindigt op een uitroepteken, zullen moeilijk door het boek heen komen. Maar het aardige is dat het allemaal eens op een rijtje staat.