'Aantal wiskunde-studenten te klein'

UTRECHT, 12 MAART. Als er geen maatregelen komen om meer wiskundestudenten te werven, heeft het Nederlands bedrijfsleven op korte termijn een tekort aan wiskundig onderzoekers. Ook het niveau van het wiskundig onderzoek zal dalen. Dit schrijft de visitatiecommissie Wiskunde in haar eindrapport, dat vandaag wordt gepresenteerd.

Er zijn in Nederland volgens de commissie nu te weinig wiskundestudenten. In 1985 waren er nog 448 eerstejaars, in 1994 begonnen 272 studenten aan een studie wiskunde. De commissie stond onder leiding van prof.dr. C.L. Scheffer, emeritus-hoogleraar wiskunde uit Delft.

Het aantal eerstejaars studenten wiskunde daalt al jaren. In het studiejaar 1991/1992 schreven 410 eerstejaars studenten zich in. In 1994/1995 meldden 272 nieuwe studenten zich aan, een daling van ongeveer 33 procent. Volgens gegevens van het CBS daalde in dezelfde periode het totaal aantal eerstejaars studenten met ongeveer elf procent. Omdat universiteiten worden gefinancierd op basis van het aantal studenten, moeten zij bij minder eerstejaars-studenten personeel ontslaan. In 1989 hadden de elf wiskunde-opleidingen samen 107 hoogleraarsplaatsen. In 1994 waren dat er 14 minder.

Er zijn volgens de commissie verscheidene oorzaken voor de dalende belangstelling voor wiskunde. De studie moet steeds meer concurreren met nieuwe, populaire opleidingen, zoals informatica en bedrijfskunde. Ook het wiskunde-onderwijs op de middelbare school motiveert jongeren te weinig om wiskunde te gaan studeren. Er zijn te weinig wiskundedocenten met onderzoeksachtergrond, aldus de commissie. “Een docent met onderzoekservaring kan laten zien dat wiskunde geen vak is dat 'af' is, en dat je uit je hoofd moet leren, maar een wetenschap waar je zelf dingen aan kunt toevoegen”, aldus de Nijmeegse hoogleraar A. van Rooij, lid van de commissie.

Volgens de commissie is vooral de kwaliteit van wiskundestudie aan de drie technische universiteiten goed. Sinds 1995 duurt deze opleiding vijf in plaats van vier jaar. De kwaliteit van de vierjarige studie aan de acht algemene universiteiten is door de tijdsdruk minder. Door de tijdsdruk vallen volgens de commissie onnodig veel studenten af. In de vierjarige studies is te weinig tijd voor reflectie, en krijgen studenten niet de mogelijkheid voldoende kennis en vaardigheden te leren, aldus het rapport. Met name voor het afstudeeronderzoek hebben studenten te weinig tijd. De commissie pleit ervoor de wiskundestudie aan elke universiteit vijf jaar te laten duren.