7 meter 32

De doelen in voetbal blijven qua afmetingen wat ze al zolang zijn: 7.32 meter lang en 2.44 meter hoog. Het is een fikse rechthoek. Sta je voor zo'n leeg doel, dan is scoren gemakkelijk, maar staat er een keeper tussen de palen, die zich zowel lang als breed maakt, dan is scoren moeilijk zat. De reden voor dit stukje is de omstandigheid, dat de FIFA heeft meegedeeld dat het voorlopig niet tot een vergroting komt. Dat plan was weliswaar geopperd, maar er is zoveel commotie over ontstaan, dat het al snel van tafel is geveegd.

Dat verbaast niet, want de ideeën waren ook wel erg rigoureus. In de lengte kwam het neer op doelen die omstreeks een halve meter verwijd zouden worden. Dat leek te veel van het goede en door zo te overvragen vroeg men om protesten. Maar nu gebeurt er helemaal niets en dat is jammer. De mens is groter geworden (ja, ook de verdedigers!) en de bekwaamheden op technisch en lichamelijk vlak zijn toegenomen. Bovendien zijn doelpunten het zout in de pap. Een doelpuntloze wedstrijd is men doorgaans snel vergeten, terwijl een 4-4- of 5-3-uitslag lang blijft hangen. Zulke scores onderstrepen dat het een spectaculair duel is geweest. Maar het lijkt wel, alsof de wereldvoetbalbond van zijn eigen moed is geschrokken. In plaats van het voorstel terug te nemen en te vervangen door iets beperkter maten, is men teruggevallen op nul. Alles blijft bij het oude. Nu had het voorstel ook een prijskaartje. Alle doelen in de hele wereld zouden moeten worden aangepast. Maar dat wist men van te voren.

Wellicht om degenen die naar modernisering en aanpassing streven niet helemaal met lege handen te laten staan, komt men nu met een uitbreiding van de voordeelregel. Zodra een scheidsrechter merkt, dat doorspelen de aanvallende partij geen winst oplevert, kan hij alsnog een vrije trap geven. Hij mag dus even wachten om te zien of de voordeelregel resultaten oplevert en zo niet, alsnog fluiten voor een vrije schop. Dat is een logische, positieve verandering.

Dan wil men iets meer gewicht aan het vak van grensrechter toekennen. Allereerst door hem een andere naam te geven, namelijk die van assistent-scheidsrechter. In feite is hij dat al lang, maar het wordt pas een werkelijke verandering indien hem meer bevoegdheden worden toegekend. Die zijn op zich wel aangekondigd, maar waaruit die toegenomen bevoegdheden gaan bestaan, werd er nog niet bijgezegd. Dat moeten we dus nog even afwachten. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de arbiters zullen moeten inleveren, al was het maar omdat dit de eenheid van rechtspraak niet gemakkelijk zal kunnen bevorderen.

Verder mogen er voortaan geen vijf, maar zeven wisselspelers op de bank plaatsnemen, waarvan er overigens, net als nu, slechts drie in het veld mogen komen. De wisselkeuze wordt dus vergroot en daar zal niemand tegen zijn, maar belangrijk is het nauwelijks. En dan ten slotte is er iets om opgewonden over te raken: het experiment om de ingooi te vervangen door de intrap wordt met nog een proefjaar uitgebreid. Daar staat dan je verstand bij stil. Een intrap is zo vanzelfsprekend, zo logisch, dat anderhalve proefwedstrijd voldoende had moeten zijn, maar de FIFA heeft een paar seizoenen nodig om tot enig inzicht in deze materie te komen. Een ingooi strookt niet met normale opvattingen over een sport die voornamelijk met de voeten wordt gespeeld. Daarbij zal menige intrap een pakkende situatie in de buurt van het doel van de tegenpartij veroorzaken. Voetbal als kijksport kent al ruim voldoende automatismen, waar bij men Engeland als uniek voorbeeld kent, omdat daar weliswaar matig wordt geacteerd, maar er veelvuldig spanning in de strafschopgebieden aan de orde is. Intrappen dus!