Ziekmelding straks geen middel meer tegen ontslag

DEN HAAG, 11 MAART. Werknemers kunnen zich binnenkort niet meer aan ontslag onttrekken door zich ziek te melden. Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers in de Stichting van de Arbeid zijn dat overeengekomen in het kader van een akkoord over flexibilisering.

Op dit moment kan de arbeidsverhouding met een werknemer pas worden opgezegd als het arbeidsbureau een ontslagvergunning heeft afgegeven. Deze ontslagprocedure bij het arbeidsbureau neemt zes tot acht weken in beslag. Veel werknemers die weten dat ze ontslagen worden, melden zich ziek. Het ontslag wordt daardoor opgeschort. Sociale partners in de Stichting van de Arbeid zijn vorige week overeengekomen dat deze opschortende werking van ziekte verdwijnt. De arbeidsverhouding van werknemers die ziek worden nadat het arbeidsbureau om een ontslagvergunning is gevraagd kan dan gewoon worden opgezegd.

Het kabinet had deze intentie ook al. In de nota Flexibiliteit en Zekerheid die minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) vorig jaar december namens het kabinet naar de Tweede Kamer stuurde wordt al de mogelijkheid voor de werkgever geopperd om zowel vóór, tijdens als na de aanvraag van een ontslagvergunning de arbeidsverhouding met een werknemer op te zeggen. “Hiermee wordt ontslag mogelijk van een werknemer die ziek wordt tijdens behandeling van de ontslagaanvraag”, aldus het kabinet. Wat dat betreft voegt de afspraak van werknemers en werkgevers in de Stichting van de Arbeid niets nieuws toe aan wat het kabinet al van plan was.

De sociale partners willen, evenals het kabinet, een minimum opzegtermijn van een maand handhaven. De totale opzegtermijn wordt, als het aan de sociale partners ligt, wel met een maand verkort. Hoofdregel blijft dat de opzegtermijn pas gaat lopen als het arbeidsbureau een uitspraak heeft gedaan. De sociale partners gaan ervan uit dat het arbeidsbureau voortaan nog maar vier weken over een standpuntbepaling doet. De opzegtermijn wordt met deze vier weken verkort, maar blijft altijd minimaal één maand.

De lengte van de opzegtermijn hangt af van de duur van het dienstverband. Voor werknemers die een dienstverband hebben van vijf tot tien jaar wil het kabinet de opzegtermijn twee maanden maken. Bij werknemers met een dienstverband van tien tot vijftien jaar wordt dat drie maanden en zijn ze nog langer in dienst dan is de termijn vier maanden. De sociale partners willen dit met vier weken bekorten. Het akkoord over het ontslagrecht maakt onder deel uit van een breder akkoord over flexibilisering.