'Wat is verkeerd aan ons dat wij niet kunnen trouwen'

Nog voor de Tweede Kamer de nota 'Leefvormen in het familierecht' behandelt, woedt buiten het parlement de vraag of homoseksuele mannen en vrouwen ook niet zouden moeten kunnen trouwen. Het kabinet wijst het homohuwelijk af omdat dat nergens ter wereld mogelijk is.

Kirrend ligt Wouter (twaalf weken) op de bank. Moeder Sylvia werpt een trotse blik op haar boreling die met zaad van een donor is verwekt. Haar partner, Marieke, pakt hem op en wiegt hem in haar armen. Hun geluk lijkt compleet. Lijkt, want volgens de wet bestaat Marieke niet in relatie tot Wouter en kan zij geen enkele aanspraak maken op het kind wanneer de biologische moeder zou komen te overlijden. “Als Sylvia overlijdt is Wouter wees. Al heb ik jaren voor hem gezorgd, dan loop ik toch de kans dit kind kwijt te raken.” Zij kan Wouter niet erkennen, want zij is een vrouw. Zij is ook geen toeziend voogd want die titel is afgeschaft. “Voor de wet ben ik gebakken lucht.” Beiden snakken naar het moment waarop de positie van kinderen met twee 'moeders' juridisch zo wordt geregeld dat de sociale moeder de rechtsgevolgen kan verwerven die bij het 'vaderschap' horen. Een poging van een lesbische vrouw om dat te bereiken liep begin jaren negentig stuk op het oordeel van het gerechtshof in Leewarden. “Iedereen heeft de mond vol van het tolerante Nederland, maar de politiek heeft het lef niet om dit te willen regelen”, zegt Marieke. Een huwelijk tussen beiden zou de problemen in één klap oplossen. “Als het gewone huwelijk wordt opengesteld voor homo's, gaan we meteen trouwen. Ik weet zeker dat veel lesbische paren met kinderen dat zullen doen. Wat is er toch verkeerd aan ons dat wij dat niet kunnen?” Even hangt in de kamer een doodse stilte.

Nog voor de Tweede Kamer de nota 'Leefvormen in het familierecht' van staatssecretaris Schmitz (Justitie) zal behandelen, woedt buiten het parlement de vraag of homoseksuele mannen en vrouwen niet ook zouden moeten kunnen trouwen. Schmitz wijst het homohuwelijk af op grond van te verwachten juridische problemen in het internationale verkeer. Nergens ter wereld kunnen homoseksuele mannen en lesbische vrouwen trouwen. Zij wil niet verder gaan dan het invoeren van een zogenoemd geregistreerd partnerschap dat homoseksuele paren bijna dezelfde rechten en plichten geeft als een gewoon gehuwden. Het recht op adoptie krijgt een homopaar echter niet, noch kan de niet-biologische moeder het kind van haar lesbische partner erkennen. De Kamerleden B. Dittrich (D66), A.E. van der Stoel (VVD) en M. van der Burg (PvdA) vinden daarentegen dat homoseksuelen wel het recht moeten krijgen in de echt te treden en kinderen te adopteren. Natuurlijk, ze begrijpen best dat landen als China, India en Sri Lanka, de grootste leveranciers van kinderen, daar grote problemen mee hebben, maar die zouden we dan kunnen beloven dat hun kroost niet naar homoparen gaan, aldus deze Kamerleden.

Niet alleen partijgenoten maar ook homoseksuelen verschillen onderling van mening over het huwelijk. Veel homoseksuelen zien de mogelijkheid van gelijkgeslachtelijk trouwen niet als sluitstuk van de emancipatie. Het huwelijk is vooral verbonden met kinderen. Volgens schattingen leven ongeveer 20.000 kinderen bij homo-ouders, als pleegkind uit een voormalig huwelijk of verwekt via een donor.

“Wij hebben het huwelijk niet nodig”, is de stellige mening van opera-impresario P. Alferink. “Het wettig huwelijk heeft niemand nodig, behalve het hetero-paar dat kinderen wil krijgen. Maar zelfs dan is het geen must, het is gewoon gemakkelijker voor allerhande regelingen.” Hij woont al jaren samen met zijn vriend. “Wij accepteren dat er geen kinderen kunnen komen, dat zouden alle homoseksuele paren moeten doen. Voor een kind is er niets fijners dan een vader en moeder te hebben. De link die nu wordt gelegd tussen willen trouwen en het recht krijgen op adoptie vind ik vreemd. Alsof een heteropaar zomaar kan adopteren.” Hij kan zich behoorlijk opwinden over de hele discussie. Het homohuwelijk als sluitstuk van de homo-emancipatie? Hoe komt iemand daar op. “Deze drie parlementariërs maken zich alleen maar belachelijk. In hun zucht om op te vallen lijken ze onverzadigbaar. De homo-emancipatie heeft ertoe geleid dat we niet meer, zoals vroeger, als tegennatuurlijk worden beschouwd. Maar door deze discussie kunnen reactionare antihomogevoelens worden opgeroepen.”

Voor de acteur Johan Ooms zouden twee redenen de doorslag geven om te trouwen: als hij een gezin zou willen stichten of als hij via een kerkelijk huwelijk een verbond met God zou willen sluiten. “Beide is niet het geval. Het huwelijk hoort ook niet bij ons. Wij kunnen nooit wat onze ouders deden en dat moeten wij ook niet willen. Wij hebben geen nageslacht, ik vind dat niet erg. Integendeel, dat is de grootste bijdrage die homo's aan het milieu kunnen leveren.” Hij is blij dat hij nooit een vriend heeft gehad die graag had willen trouwen. Afgezien van de praktische onmogelijkheid zou Ooms met een mond vol tanden hebben gestaan. Hij schiet in de lach bij de herinnering aan de jaren zestig. Als toen iemand had gepleit voor het homohuwelijk zou hoon zijn deel geworden zijn. Het heterohuwelijk werd door velen al als een achterhaalde zaak beschouwd. “Je trouwde hoogstens als je in verwachting was.” Als homoseksuele paren nu willen trouwen, is dat hun zaak, maar Ooms vindt het niet nodig dat hij dat snapt. Hij heeft hoogstens een vermoeden: “De neiging tot conformeren. Alsof keurig getrouwde homo's een beetje minder homoseksueel zouden zijn. Maar als het ooit mogelijk wordt en vrienden van mij gaan trouwen, dan krijgen ze van mij een peper-en-zoutstel. Absoluut.”

De tafel van mr. J.E. Kasdorp, universitair hoofddocent privaat- en notariëel recht aan de Universiteit van Amsterdam, ligt bezaaid met stukken. “Ha, hier heb ik het.” Ze pakt het Nieuw Burgerlijk Wetboek op, slaat boek 1 open en leest artikel 33 voor: “De man kan tegelijkertijd slechts met één vrouw, de vrouw kan slechts met één man door het huwelijk verbonden zijn.” Ze ontkent dat dit artikel in strijd is met artikel 1 van de Grondwet waarin de discriminatieverboden zijn vervat. “Van discriminatie is sprake wanneer gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Maar we praten hier niet over gelijke gevallen maar over heteroseksuelen en homoseksuelen.” Zij is het met de staatssecretaris eens dat een geregistreerd partnerschap, dat al bestaat in Denemarken, Noorwegen en Zweden, heel dichtbij het huwelijk komt. Inmiddels is op publiekrechtelijk gebied al veel gelijk getrokken tussen gehuwden en mensen die samenwonen. Ook homoseksuelen hebben recht op partnerpensioen. En sinds op 1 januari van dit jaar in het erfrecht de zogenoemde legitieme portie van de ouders is afgeschaft, kan een paar vrijelijk over de nalatenschap beschikken. Vóór 1 januari konden ouders van een ongehuwd, kinderloos kind de helft van de nalatenschap opeisen. Kasdorp sluit ook niet uit dat in de nabije toekomst een homoseksueel paar met kinderen samen de voogdij krijgt. Een huwelijk is daar niet voor nodig. Volgens Kasdorp kan een homopaar zich straks laten registeren in gemeenschap van goederen, maar kan de één niet de naam van de ander voeren zoals dat in een heterohuwelijk wel het geval is.

Volgens mr. C. Waaldijk, verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden, gaat het er echter niet alleen om dat homoseksuele paren worden uitgesloten van de rechtsgevolgen van het huwelijk maar ook van “de symboliek van de huwelijkssluiting, de psychologie van de huwelijkse staat, de bijbehorende maatschappelijke status.” Het is natuurlijk de vraag, aldus Waaldijk, of het een taak van de wetgever is om deze niet-juridische behoeften te bevredigen. “Zolang echter de wetgever aan heteroparen een bepaalde mogelijkheid biedt om deze behoeften te bevredigen, zal die wetgever die mogelijkheid moeilijk aan gelijkgeslachtelijke paren kunnen onthouden”, zo schrijft hij in zijn artikel 'Naar een gelijkgeslachtelijk huwelijk' in het Tijdschrift voor Familie-en Jeugdrecht. Hij verwerpt het argument van de staatssecretaris dat openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen in het buitenland problemen zal opleveren. Waaldijk kent geen internationale of Europeesrechtelijke verplichtingen die ons land zou schenden indien het homohuwelijk er zou komen. Hij beseft wel dat erkenning van zo'n huwelijk in het buitenland niet even makkelijk zal gaan. “In veel landen zal een in Nederland gesloten gelijkgeslachtelijk huwelijk vooralsnog niet erkend worden bij de toepassing van plaatselijk recht. In enkele landen, zoals de Noorse, valt echter op zijn minst te verwachten dat een dergelijk huwelijk erkend zal worden bij de toepassing van Nederlands recht.” Maar de eventuele weerstand in het buitenland mag, zo vindt hij, geen reden zijn “betrokkenen de juridische en symbolische voordelen van het huwelijk voor binnenlands gebruik te onthouden”.

Anders dan in de Scandinavische landen kunnen in ons land ook hetero's die om wat voor reden dan ook niet willen trouwen, zich laten registreren. “Zij hebben straks twee keuzemogelijkheden, wij maar één, dat is niet eerlijk”, zegt COC-stafmedewerker J. van der Linden. Het COC wijst het geregistreerd partnerschap niet af, maar het gaat de vereniging niet ver genoeg. “Wij blijven gelijke behandeling opeisen.” Hoe groot de wens is onder homoseksuelen om te trouwen, weet Van der Linden niet. “Het gaat om een principieel recht, daar hoef je geen onderzoek naar te doen. Als het huwelijk wordt opengesteld voor homoseksuelen, zal wel blijken hoe groot de behoefte is.”

Ze leerden elkaar kennen in oktober 1973 en sindsdien zijn C. Huijsen en L. Bos onafscheidelijk. Huijsen is rector van de Gerrit van der Veen scholengemeeenschap in Amsterdam, Bos is fysiotherapeut. Als het aan hen gelegen had waren ze allang getrouwd. “Ik heb het altijd gek gevonden dat het nooit gekund heeft”, zegt Huijsen onder verwijzing naar artikel 1 van de Grondwet. Hij vindt dat er wel degelijk wordt gediscrimineerd. “Het is toch absurd dat mensen van hetzelfde geslacht niet kunnen trouwen. Je moet niet vragen of homo's het willen, wij moeten de keuzemogelijkheid krijgen. Een homoseksuele man en een lesbische vrouw kunnen wel trouwen; wij niet omdat wij twee mannen zijn.” Beiden beschouwen het huwelijk wel degelijk als dè afronding van de homo-emancipatie. Maar beiden zijn er bijna van overtuigd dat er, naar goed Nederlands gebruik, nog veel commissies van wijze mensen zullen opdraven alvorens een wetsvoorstel op tafel ligt dat het huwelijk ook voor homo's openstelt. Bos: “Ze schaffen binnen een week de Ziektewet af. Dat levert geld op. Wij leveren geen geld op en dus zal er nog wel jaren over het homohuwelijk worden gediscussieerd.” Volgens hen zal het voorstel van Schmitz leiden tot twee soorten relaties: één van roomboter en één van margarine. “De roomboter-relatie is alleen weggelegd voor heteroseksuelen.”

Na zeven mislukte verlovingen wist hoedenmaker J. Knoppers (82) dat een man-vrouw relatie er voor hem niet in zat. Zijn moeder deed er niet moeilijk over. Ergens in 1913 sprak zij tot haar zoon: “Tussen twee mannen kan het ook heel gezellig zijn.” Hij woont inmiddels drieënveertig jaar met collega D. Vos (69) samen.

Die had niet zo'n begripvolle moeder als Knoppers. Vos heeft de zedenpolitie nog achter zich aangehad en werd naar de psychiater gestuurd. Eenmaal op de Haagse kunstacademie wist hij zich geestelijk te bevrijden. In hun ruime woonkamer staat een scala aan hoeden uitgestald. Sinds enige tijd bieden ze aan huis 'Bed and Breakfast' voor maximaal vier gasten. Knoppers kijkt vergenoegd naar buiten. “We hebben het goed”, zegt hij. Ze liggen niet echt wakker van de discussie over het homohuwelijk. “We werken alletwee in hetzelfde beroep, dat schept al een enorme band. Wij zijn dag en nacht bij elkaar want wij werken aan huis. Het huwelijk is vooral uiterlijk gedoe. Ik beschouw het ook niet als sluitstuk van de homo-emancipatie, omdat we iets zouden na-apen. We willen erbij horen, wij gaan ook ringen kopen. Het is niet natuurlijk”, zegt Vos. Hij mist wel kinderen maar overgaan tot adoptie, als dat mogelijk zou zijn, is niet aan de orde. Knoppers: “Ik wil geen kind van anderen. Adopteren is niet echt. Een homohuwelijk kan ook niet. Als een man trouwt, trouwt hij met een dame.”