Van der Lugt gaat van de Big Apple door naar Groningen

Na zes jaar New York vertrekt Reyn van der Lugt, directeur culturele zaken voor Noord-Amerika, naar Groningen. “De VS is groot. In New York houden ze van andere dingen dan in Houston.”

NEW YORK, 11 MAART. Zijn riante kamer op elf hoog kijkt uit op het schaatsbaantje van Rockefeller Center. Links en rechts steken wolkenkrabbers de hoogte in. “Mensen die langskomen zeggen dat ik een beter uitzicht heb dan de minister”, zegt Reyn van der Lugt, die binnenkort de Big Apple verruilt voor Groningen.

Van der Lugt (46) is bijna zes jaar directeur Culturele Zaken voor Noord-Amerika geweest. Hij werd namens WVC geparachuteerd op het New-Yorkse consulaat en moest zich invechten in het diplomatenwereldje van BZ-ambtenaren. Traditioneel was cultuurpromotie iets dat een diplomaat voor vier jaar deed, waarna hij weer iets anders ging doen. Daardoor liet de continuïteit vaak te wensen over. Cultuurbevordering in de praktijk hield vaak in dat de Nederlandse staat een evenement grotendeels moest financieren. Van der Lugts taak was de Amerikanen zo nieuwsgierig te maken naar Nederlandse kunst dat ze bereid waren daar ook geld in te steken. De taak van WVC - inmiddels OCW geworden - is om in Noord-Amerika alleen nog te bemiddelen en op beperkte schaal te subsidieren.

Over die nieuwe visie waren WVC en Buitenlandse Zaken het wel eens maar in de praktijk keek BZ het eerst nog een beetje aan. Van der Lugt moest zich immers nog bewijzen. Hij had tien jaar bij de Rotterdamse kunststichting gezeten na bouwkunde te hebben gestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. “In het begin vond ik het moeilijk”, zegt Van der Lugt. “Ik was nooit ambtenaar op het ministerie geweest en de hiërarchische structuur was mij vreemd. Het ging wel eens stroef. Soms moest ik gaan uitleggen wat ik aan het doen was aan de ambassade in Washington of aan het ministerie van BZ in Den Haag.” Na twee jaar bleek het echter zo goed te gaan dat hij eerstverantwoordelijke werd voor cultuurpromotie in de VS. De functie kwam voort uit een integratie van WVC en de cultuurafdeling van BZ op de posten in New York en Washington.

Voor hij hier in 1990 begon was Van der Lugt nooit in New York geweest. Inmiddels beschouwt hij de stad als een tweede thuis. Vanaf het begin heeft hij het als taak gezien kunstenaars en culturele instellingen, Nederlanders en Amerikanen, bij elkaar te brengen. “Ik heb vooral veel gedaan aan 'netwerken' ”, zegt Van der Lugt. “De kunst is om 'programmeurs' te bereiken. Theater- en festivaldirecteuren, galeriehouders, museumconservators, vakjournalisten en academiedocenten zijn mijn natuurlijke gesprekspartners. Niet altijd slaat de vonk meteen over en duurt het een jaar of langer voor je resultaat ziet. Soms passen onze voorstellen niet in hun opzet maar zijn ze wel zo aardig om de suggesties aan anderen door te geven. Dat is ideaal want dan ontstaat er een echt netwerk.”

De achtergrond van Van der Lugt is vooral architectuur, design en beeldende kunst maar zijn grootste successen in Noord-Amerika zijn misschien wel bereikt in het bevorderen van belangstelling voor theater en dans. Er zijn inmiddels zo'n vijftien produkties van dans- en bewegingstheater in de VS geweest en velen mogen ook terugkomen. Andere theaters elders in het land zijn geinteresseerd geraakt. Onafhankelijk Toneel bijvoorbeeld kan nu ook met Nederlandse acteurs optreden in het Engels. De kindertheatergroep Wederzijds maakt binnenkort een toernee van vijf weken door de VS. Van der Lugt zegt er eerlijkheidshalve bij dat sommige resultaten mede mogelijk zijn gemaakt door zijn bemiddeling. Belangstelling voor muziek en dans op topniveau was er altijd al.

Van der Lugt: “Amerikanen vinden Nederlandse cultuur interessant omdat het multidisciplinair is, vaak ook experimenteel maar tegelijkertijd doorwrocht. Kritici maken daar wel eens van dat het elitair is, te esthetisch en een vage boodschap uitdraagt. Specifieker kan ik het niet zeggen, want er is niet zoiets als een gemiddelde mening. Dit is een groot land en in New York houden ze vaak van heel andere dingen dan in Houston.” Waar hij bijzonder trots op is, is het in oktober geopende cafe van het Museum of Modern Art (MoMA) dat is ingericht door Nederlandse ontwerpers onder supervisie van het Amsterdamse ontwerpbureau Opera. De lampen, tafels, stoelen, buffetten tot de vuilnisbakken aan toe zijn Nederlands. “Nederlandse kunst in het hol van de leeuw, dan heb je je doel bereikt”, zegt Van der Lugt. “De directie van het MoMA is er zeer enthousiast over en inmiddels zijn musea elders nieuwsgierig geworden naar Nederlands design. Het Museum of Modern Art in San Francisco, het Denver Art Museum en ook het MoMA zelf hebben exposities van Nederlands design op stapel staan.”

Het MoMA-cafe, dat geheel gefinancierd is door sponsors, de Nederlandse cultuurfondsen en het ministerie van OCW, is een vlaggeschip voor Nederlandse cultuurpromotie geworden. Er wordt nu meer geld uitgegeven aan die promotie dan vóór 1990 maar het aantal Nederlandse activiteiten per jaar is sinds de komst van Van der Lugt ook verviervoudigd. Hij wijst erop dat ook Amerikanen meer geld besteden aan Nederlandse kunst. Met cultuurpromotie in de VS is in de praktijk een half tot driekwart miljoen gulden per jaar gemoeid. Dit geld wordt via subsidieaanvragen bij cultuurfondsen, zoals de Mondriaanstichting, het Fonds voor de Podiumkunsten en andere, toegekend aan organisatoren, kunstenaars of gezelschappen. Daar komen dan de salariskosten van vijf medewerkers plus een reiskostenpot van 60.000 gulden bovenop.

Sommige Nederlandse kunstenaars hebben de klacht geuit dat er te weinig vervolg op initiatieven is. Anderen vinden dat te veel het gevestigde circuit wordt bediend en de Nederlandse kunstenaars die hier op eigen houtje zijn heengegaan hebben het idee dat er eerder geld beschikbaar is voor iemand die uit Nederland moet overkomen dan voor hen. “Klachten zijn inherent aan het model”, zegt Van der Lugt. “Wij hebben een intermediaire functie. Kunstenaars benaderen ons vaak met hun werk en denken dat wij een agent of impresario zijn. Maar wij bemiddelen alleen. Veel Amerikanen willen pas iets doen met een Nederlandse kunstenaar als hij zich in eigen land of elders in Europa heeft bewezen. Daarnaast kun je ook nog hebben dat een galeriehouder zeer enthousiast is maar merkt dat zijn publiek het niks vindt. Dan houdt het ook op want vooral de galeriewereld is zeer commercieel.”

Binnenkort begint Van der Lugt in het Groninger Museum als opvolger van Frans Haks. Hij gaat weg uit New York omdat hij, zoals hij zelf zegt, toe is aan iets nieuws. “Ik wist vanaf het begin dat dit een tijdelijke functie zou zijn”, zegt hij. “Na zes jaar is het wel voldoende. Ik wil graag terug naar Europa en ook heel graag weer terug naar een programmerende functie.” Op 9 april begint hij in Groningen. Van der Lugt, die oorspronkelijk uit Apeldoorn komt, heeft in Nederland altijd in Rotterdam gewoond. Hij houdt wel van Amsterdam maar zit er liever niet middenin. Van der Lugt: “Als ik dan toch buiten Rotterdam moet wonen, geef ik de voorkeur aan Groningen boven Amsterdam.”