Topambtenaren Emmen in tegenaanval

Volgens het adviesbureau BCG zouden twee directeuren van de gemeente Emmen zich schuldig hebben gemaakt aan 'exorbitant declaratiegedrag' en intimidatie. De advocaat van de twee topambtenaren heeft kritiek op de werkwijze van het bureau.

EMMEN, 11 MAART. De advocaat van de beide in opspraak geraakte topambtenaren in Emmen dient namens hen een klacht in tegen managementbureau BCG bij de beroepsorganisatie van advies- en managementsbureaus. Hij heeft ernstige kritiek op de werkwijze van onderzoekers E. van Thijn, J. Engelen en A. Staatsen van BCG.

Het rapport dat BCG twee weken geleden presenteerde over het klimaat in het Emmer ambtelijk apparaat is onzorgvuldig, vaag en slecht onderbouwd, aldus G. van Amstel. Hij vindt dat zijn cliënten op grond van “ordinaire kwaadsprekerij en vuilspuiterij” zijn “afgebrand”. Het adviesbureau BCG, dat in opdracht van het Emmer college van burgemeester en wethouders vermeende misstanden binnen het ambtenarenkorps onderzocht, heeft verzuimd de directeur middelen en de algemeen directeur commentaar te vragen op de beschuldigingen die in 160 gesprekken met 116 gemeenteambtenaren naar voren kwamen.

In het rapport staat onder meer dat het tweetal een “arrogante en agressieve” stijl van leidinggeven had, zich te buiten ging aan “exorbitant declaratiegedrag”, rommelde met rekeningen, de privacy van medewekers schond en hen bedreigde, intimideerde en krenkte. Hierdoor zou een klimaat van angst zijn ontstaan. Volgens Van Amstel is er geen enkel bewijs voor de in het rapport beschreven feiten. Hoewel Van Thijn bij de presentatie zei dat de inhoud was gebaseerd op “meerdere getuigenverklaringen” die werden ondersteund door “dossiers en bewijsstukken”, zegt Van Amstel dat hij die niet te zien heeft gekregen van het college. “Ik heb herhaaldelijk gevraagd om feiten, namen en voorvallen, tot nog toe zonder succes.”

De Amsterdamse advocaat, gespecialiseerd in arbeidsrecht, vindt het kwalijk dat het rapport op deze manier naar buiten is gebracht. “Ik mag aannemen dat mensen van dit kaliber (BCG, red.) zich realiseren dat het dodelijk voor iemands carrière is, als je dit op papier zet, zonder na te gaan of het klopt.”

Hij vindt het bovendien “belachelijk” dat zijn cliënten, die hij omschrijft als “toegewijde, energieke en daadkrachtige” ambtenaren, niet de kans hebben gekregen te reageren op de inhoud van het rapport. “Los van de juridische procedure kun je fatsoenshalve niet achter iemands rug viezigheid verzamelen, dit met veel poeha naar buiten brengen zonder de betrokkene hierover te horen en diens commentaar te vragen. Dat geeft geen pas.” Van Amstel onderstreept dat het in het strafrecht een “basaal beginsel” is dat een beschuldiging gegrond moet zijn op bewijzen. Over de in zijn ogen onzorgvuldige aanpak en de presentatie van BCG zal hij een klacht indienen bij de beroepsorganisatie van adviesbureaus. Van Amstel vindt dat een groot deel van het rapport gebaseerd is op “ordinaire kwaadsprekerij en vuilspuiterij” van “vijf of zes laffe” kwaadsprekers, “die het bloed van mijn cliënten wel kunnen drinken.” “Dat de beschuldigingen anoniem blijven bewijst de vaagheid ervan.”

Dat het college nu een nader onafhankelijk onderzoek wil instellen naar mogelijke belangenverstrengeling - BCG vroeg offertes van onder meer rijksaccountantskantoren en de Binnenlandse Veiligheidsdienst - noemt Van Amstel een goede zaak. Maar het had driekwart jaar eerder moeten plaatsvinden, nadat er geruchten gingen dat beide directeuren hoge bedragen zouden declareren, onderstreept hij. Volgens Van Amstel zijn beide topambtenaren niet voldoende gedekt door de collegeleden, die hen niet zouden hebben gesteund bij de uitvoering van de reorganisatieplannen. Door de besluiteloosheid en het “zigzagbeleid” van het college hebben ze, naar zijn mening, de macht naar zich toe getrokken, opdat het reorganisatieplan doorgang kon vinden. Dat er daarbij over en weer wel eens een onvertogen woord is gevallen, vindt hij niet vreemd. “Mijn cliënten zijn normale, doorsnee Nederlanders, die de reorganisatie als een uitdaging zagen, waar ze hun tanden in zetten. Het is dan niet gek dat ze zich vijanden maakten onder mensen die zich niet zo inzetten.”

De raadsman wil volledige rehabilitatie van beide directeuren. “Ze zijn toegewijd genoeg en moeten een faire kans krijgen. Ze hebben zich uit de naad gewerkt.” De problemen in Emmen zijn niet uit de wereld door het vertrek van beide directeuren, stelt hij. Hij karakteriseert het klimaat in het Emmer stadhuis als een “ritselcultuur”, waar “vriendjes” elkaar de hand boven het hoofd hielden. “Er is blijkbaar onvrede, maar die laat je niet voortsudderen. Daar doe je wat aan. Door twee zondebokken de kop af te hakken los je niets op. De paniek en de chaos worden alleen maar groter.”

Over het exorbitante declaratiegedrag verklaart Van Amstel, dat dit in vergelijking met declaraties van andere ambtenaren nog netjes is. “Er is veel meer loos bij anderen dan bij mijn cliënten. Daarom vraag ik steeds waar beschuldingen aan worden gerelateerd. De getallen die in de pers worden genoemd kloppen niet.” Hij doelt hierbij op de aanschaf van een perehouten bureau door de directeur middelen ter waarde van 55.000 gulden. Van Amstel zegt dat zijn cliënt wel een nieuwe kantoorinrichting heeft aangeschaft maar dat die was bestemd voor twee kamers en voor een aanzienlijk lager bedrag dan de 55.000 gulden. Bovendien was hij niet de enige, aldus de advocaat.

BCG heeft offertes gevraagd van onder meer rijksaccountantskantoren en de Binnenlandse Veiligheidsdienst die vermeende belangenverstrengeling van beide directeuren moet onderzoeken. Beide ambtenaren zitten thuis. Het college wil hen formeel schorsen. Volgens een woordvoerder van de gemeente bevat het BCG-rapport niet voldoende grond voor schorsing. Daarom is een diepgaand integriteitsonderzoek naar belangenverstrengeling nodig. Van Amstel overweegt in een kort geding de schorsing bij de ambtenarenrechter aan te vechten.