Sting zorgt voor een prettig rustig avondje

Concert: Sting (zang, bas). Gehoord: 9/3 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 24 en 25/3 Ahoy', Rotterdam.

De kaartjes waren snel uitverkocht. Voor het overige veroorzaakten de twee opwarmconcerten van Sting in Paradiso bij lange na niet de opwinding die de Rolling Stones, Prince of Lenny Kravitz losmaakten door een stapje terug te doen naar de betrekkelijke intimiteit van de Amsterdamse poptempel. Tien jaar na het uiteenvallen van zijn succesvolle new-wavegroep The Police maakt Gordon 'Sting' Sumner een beschaafd en politiek correct soort popmuziek. De melancholieke en ingetogen nummers van zijn nieuwe cd Mercury Falling zijn als huilende zigeunermeisjes: veel mensen vinden het mooi en het is best knap geschilderd, maar is het daarom kunst?

Voor de goede orde gooit Sting er wat moeilijke maatsoorten tegenaan en laat hij zich begeleiden door het bekende clubje van gerespecteerde huurlingen uit het jazzrock-circuit, die veel minder te doen krijgen dan ze op eigen initiatief zouden ontplooien. Zo'n Kenny Kirkland zit eigenlijk een optreden lang te wachten tot hij eens flink tekeer mag gaan op zijn orgel, en moet na twee uur vaststellen dat het er wéér niet van is gekomen.

Het publiek wiegde behoedzaam op een vijf-achtste ritme en prevelde devoot de woorden mee van Fragile. Afgezien van wat oubollige grapjes ('Als zij een fout maken foeter ik ze uit; als ik een fout maak spelen we gewoon door') was er nauwelijks contact met het publiek, dat tegen betaling aanwezig mocht zijn bij een generale repetitie voor de échte concerten, later deze maand in Ahoy'.

De Stones en (voorheen) Prince lieten zien dat het anders kan, want waarom zou je bij een intiem club-optreden hetzelfde voorspelbare programma afdraaien als in stadion of sportpaleis? Mede door de grote nadruk op de voortkabbelende muziek van de nieuwe cd, wilde de sfeer bij Sting maar niet van de grond komen. Een veelbelovend blazers-intro à la Sam & Dave's Soul Man werd gesmoord in de wegwerpromantiek van You Still Touch Me en ook de souldames van het achtergrondkoor konden geen vonk doen overslaan op het zachtmoedige hoemparitme van I'm So Happy I Can't Stop Crying. Pas toen de Police-hit Roxanne uit de kast werd getrokken en er een voorzichtig 'Iejoo-jo-jo' kon worden meegezongen, kwam er wat leven in de tent. Bij de garderobe werden na afloop tevreden ervaringen uitgewisseld over muziek die even mooi had geklonken als thuis, en dat het zo'n fijne rustige avond was geweest.