SERVEREN ALS EEN GRILLIGE VULKAAN

Zijn nieuwe coach schonk Goran Ivanisevic weer plezier. Hij is ontspannen, onverslaanbaar en won gisteren in Rotterdam al zijn vierde toernooi van dit jaar. “Ik probeer het rustig aan te doen.”

Met ace, ace, ace bezorgde Goran Ivanisevic zich zaterdagmiddag in Ahoy' drie machpoints in de halve finale tegen Guillaume Raoux. 'Dat lukt je niet nog een keer', riep Raoux vanaf de baseline. Wedden, stelde Ivanisevic voor. Tien dollar, kwam het duo overeen. De eerste service was uit. De Fransman sprong als een clown heen en weer om Ivanisevic's concentratie te verstoren. Maar de tweede service, dubbel zo hard geslagen als de eerste, werd een loepzuivere ace.

Ivanisevic heeft wat met aces. Op Wimbledon in 1992 sloeg hij er 206 in één toernooi. In het jaar 1995 sloeg hij er 1.032, in 1994 vestigde hij het voorlopig record met 1.169. Er moeten rare dingen gebeuren wil hij dat dit jaar niet verbeteren. Na de eerste tien weken van het seizoen heeft de Kroaat al 535 aces geslagen, waarvan 99 in de vijf wedstrijden die hij in Rotterdam speelde tegen achtereenvolgens Dewulf, Camporese, Damm, Raoux en Kafelnikov. “Ik ga een record neerzetten dat niemand ooit nog zal kunnen verbeteren”, voorspelde hij. “1.500 lijkt me een mooi aantal.”

Met hulp van die verwoestende opslag won hij dit jaar titels in opeenvolgende weken in Zagreb en Dubai en vervolgens in Milaan en Rotterdam. Tussendoor bereikte hij finales in Sydney en Antwerpen. Het is inmiddels zelfs de maestro iets te veel geworden. “Ik wil niet meer. Ik ben moe”, zei hij woensdagavond na zijn eerste partij in Rotterdam. Hij had wallen onder zijn ogen. “Ik heb moeite in beweging te komen”, klaagde hij.

Gisteren, na zijn 6-4, 3-6 en 6-3 overwinning in de finale op Kafelnikov, vatte hij de het toernooi als volgt samen: “Ik gaf Dewulf een kans me te verslaan, maar die benutte hij niet. Daarna kwam Camporese, een jongen waar ik niet van kan verliezen. Toen stond ik in de kwartfinale en kon ik net zo goed de halve finale halen. In de halve finale lonkte de finale. En ach, ja, in de finale kan je niets anders doen dan je uiterste best. Het is ongelofelijk, ik speel beter dan ooit tevoren. En vandaag serveerde ik slecht. Gelukkig maar. Dan kan niemand zeggen dat ik alleen met mijn service heb gewonnen.”

Naarmate de week vorderde werd Ivanisevic steeds spraakzamer. Hij komt uit Split, een kuststadje in Kroatië, en is volgens zijn vader het prototype van de mediterrane Dalmatiër: impulsief en wispelturig. Hij spreekt - net als de Rus Kafelnikov - beter Engels na een overwinning dan na een nederlaag. Hebben de heren verloren dan komen ze niet verder dan: yes, no, he was better, I was stupid/crazy. Winnen ze, dan zijn ze bereid een stukje van hun ego met de buitenwereld te delen.

Ivanisevic miste in Rotterdam, zo vertelde hij, de snelheidsmeter die vrijwel ieder toernooi de toeschouwers en de spelers voorziet van de wetenswaardige cijfertjes over de snelheid van de service. In Australië trok er bijvoorbeeld een golf van ontzetting door het stadion toen Brenda Schultz een wereldrecord neerzette van 196 kilometer per uur. Er klonken bedroefde zuchten toen de opslag van Gabriela Sabatini niet boven de 50 kilometer per uur uitkwam.

“Ieder keer als ik een harde bal sloeg, zocht mijn oog naar de machine”, vertelde Ivanisevic. “Maar misschien was het wel goed dat het ding er niet stond. Als ik echt hard probeer te slaan, kom ik meestal niet verder dan zo'n 180 kilometer. Als ik niets bijzonders probeer, kom ik makkelijk boven de 200.”

De 24-jarige Ivanisevic is de zoon van een elektro-ingenieur die zijn huis verkocht om de tennisopleiding van Goran te kunnen betalen. Hij was een mager kind, wilde altijd rennen, altijd voetballen en hij moest heel vaak tennissen. Hij leerde ook van tennis te houden, al werd hij als junior regelmatig van de baan gestuurd wegens woede-uitbarstingen. De driftaanvallen na verkeerde beslissingen van lijnrechters met minder scherpe ogen dan topsporters, geven hem de mogelijkheid zich te ontladen voor het volgende punt. Dan moet hij zijn agressie weer kwijt zijn.

Toen hij was uitgegroeid tot 1.94 werd zijn service een wapen. De kracht van zijn opslag berust op volkomen ontspanning van arm en schouder en van het scharnierpunt, het schouderblad. De ontspanning waarmee hij de laatste weken speelt, dankt Ivanisevic aan de vertrouwen schenkende reeks overwinningen en aan zijn nieuwe coach Vedran Martic, een stadgenoot die slechts vijf jaar ouder is en zich wijselijk nauwelijks met de technische kanten van het spel van Ivanisevic bemoeit. Martic, vroeger een talentvolle jeugdspeler, werd na de Australian Open de vervanger van de strenge Australiër Bob Brett, oud-coach van Boris Becker. “We praten voor de wedstrijd niet over tactiek, maar over van films, vrouwen, van alles. Daardoor begint het niet te malen in mij hoofd. Blijft alles lekker losjes.”

Vorig jaar won Ivanisevic slechts één titel, de grand-slamcup in december, met een eerste prijs van 2,6 miljoen gulden. Hij begon dit seizoen als tiende op de ranglijst. Vanaf maandag is hij nummer zes, achter Sampras, Muster, Agassi, Becker en Chang. Het enige dat nog aan zijn carrière ontbreekt is een grand-slamtitel, hij is de beste tennisser zonder zo'n titel. Tussen alle finales van de afgelopen weken misstaat bijvoorbeeld een onverklaarbare nederlaag in de derde ronde van de Australian Open, waar hij verloor van de Italiaan Renzo Furlan. Ivanisevic heeft zestien toernooien gewonnen; hij stond, in juli 1994, eventjes tweede op de ranglijst. Maar om bijgeschreven te worden in het rijtje grote tennissers moet hij een grote titel winnen. Zo niet dan blijft hij behoren bij een minder aansprekende lijst met onder anderen Tom Okker (31 titels), Jose-Luis Clerc (25), Brian Gottfried (25) en Brad Gilbert (20).

“Ik weet het”, vertelde hij gisteren. “Maar het is veel moeilijker om op een grand-slam twee weken achter elkaar ontspannen èn geconcentreerd te blijven. Ik hoop dit jaar op Wimbledon.” Dat is de enige van de vier grand-slamtoernooien waar hij goed presteert, en dus zelfvertrouwen heeft. Hij vergeeft zichzelf nog steeds niet het verlies tegen Andre Agassi in 1992, waarbij hij teveel achterin bleef hangen. Met zijn nederlaag tegen een superieure Pete Sampras in 1994 kan hij wel vrede hebben. Over het eerstvolgende grand-slam, eind mei in Parijs, wil hij weinig zeggen. Hoewel hij op gravel toernooien heeft gewonnen, vindt hij niet dat hij tot de favorieten behoort. “Met mij is alles mogelijk.”

Ivanisevic, die woont in Monaco, vertrok na de finale in Rotterdam naar Californië voor het toernooi van Indian Wells bij Palm Springs. Vorig jaar maakte hij daar nog veel vrienden - “Ik kan er zo burgemeester worden” - met de opmerking dat hij blij was dat er niemand was overleden tijdens zijn wedstrijd, zoveel gepensioneerde bejaarden had hij zien rondlopen in het woestijnstadje. Dit keer verheugde hij zich wederom op de buitenlucht. “Antwerpen, Milaan, Rotterdam, al die steden lijken op elkaar als je alleen het hotel en de tennisbaan ziet. In Milaan waren de modeshows en liepen er veel prachtige vrouwen door de stad, dat was wel leuk. Maar eigenlijk houd ik niet van indoor-tennis. Je zit uren per dag binnen. In Californië kan ik eindelijk lekker aan het zwembad liggen, beetje aan mijn golf werken.”