PvdA en D66 gaan door de pomp

De staat geeft en de staat neemt. Dat laatste vaak zonder enige vergoeding. U besteedt zes uur aan het invullen van uw belastingbiljet, maar er is niemand die u daar een rekening voor kunt sturen. U moet 's avonds laat stoppen voor een alcoholtest, maar de politie betaalt niet voor de verspilde tijd. U moet als ondernemer cijfers invullen voor de Kamer van Koophandel of voor het CBS, en daar is ook al geen vergoeding voor.

Maar stel nu voor dat u boer bent en de gemeente een deel van uw grond nodig heeft voor woningbouw. Dan kan, dankzij VVD en CDA, het feest niet op. Als uw boerderij in de buurt ligt van een zogenaamde Vinex-locatie, bent u volgende week miljonair en kunt u verhuizen naar een landhuis in de Achterhoek of in Salland, met paardenstallen om de band met het landelijke leven niet te verliezen. Allemaal dankzij de idiote Nederlandse onteigeningswetgeving. Ook al kostte uw weiland 6 gulden per vierkante meter, de gemeente mag het alleen van u kopen voor de prijs die ook een speculant of projectontwikkelaar zou willen betalen, en dat is al gauw het tienvoudige. Immers, artikel 40 van de onteigeningswet bepaalt dat de potentiële, toekomstige economische waarde van de grond de prijs dicteert waartegen de gemeente mag onteigenen. Zo willen VVD en CDA het.

Sterker nog: weinig zaken in de Nederlandse politiek zijn VVD en CDA dierbaarder dan een tandeloze onteigeningswet. Dertig jaar geleden wilde PvdA-minister Vondeling een speculatiewinstbelasting en PvdA-minister Samkalden een betere onteigeningswet. Dat viel zó slecht bij VVD en CDA, dat de stemming in het kabinet-Cals onherstelbaar was bedorven. Het einde kwam in de nacht van Schmelzer op 13 oktober 1966. Tijdens het kabinet-Den Uyl drong PvdA'er Wierenga er opnieuw op aan een eind te maken aan de situatie waarin een kleine groep projectontwikkelaars en boeren zich kon verrijken op kosten van de gemeenschap. Maar op 22 maart 1977 viel voor de tweede keer een kabinet met de PvdA over de grondpolitiek.

Steeds ging het daarbij in essentie om het volgende. Een stad breidt uit, en nieuwe inwoners willen graag een eigen huis. Dat is geen ondernemersverdienste van de boer die toevallig aan de rand van de stad zijn gesubsidieeerde koeien laat grazen. Onteigen daarom zonodig tegen de waarde van de grond voor landbouw met compensatie voor recente investeringen door de huidige eigenaar in zijn boerderij of schuur, aldus de PvdA (en tegenwoordig ook D66). Neen, laten boer en projectontwikkelaar samen de gigantische winst delen, zo menen CDA en VVD, vanuit, in dit geval, misplaatst respect voor het eigendomsrecht.

Vreemd, dat in het harde, kapitalistische Engeland de wetgever er anders over denkt. Daar zegt een wet uit 1947 dat extra waardestijging van agrarisch land vanwege stadsontwikkeling in principe toekomt aan de gemeenschap, die immers ook de drijvende kracht is achter diezelfde stadsontwikkeling. Ook vreemd dat in het nog hardere en meer kapitalistische Amerika de wet eveneens veel meer rekening houdt met de belangen van de gemeenschap dan bij ons. In Amerika laat men projectontwikkelaars en boeren zwaar betalen voor het voorrecht om landbouwgrond om te zetten in woningbouw- of bedrijfsterreinen. De gemeente weigert eenvoudigweg om het bestemmingsplan te veranderen totdat zij tevreden is over de prijs en bijbehorende condities.

Zo kwam New York aan mooie Plaza's onder en tussen de wolkenkrabbers, en lieten andere Amerikaanse steden door de projectontwikkelaars gratis kinderdagverblijven aanleggen. Zo niet, dan manipuleert de gemeente bewust met het bestemmingsplan om de waarde van de grond naar omlaag te krijgen. Omdat VVD en CDA dat zo willen, zijn de Nederlandse gemeenten echter vrijwel machteloos. In twee recente columns (23 oktober en 6 november) beschreef ik hoe op de Vinex-lokaties veel sociale huurwoningen nu 20.000 gulden per stuk duurder worden. Dat betekent een huur die straks honderd gulden per maand hoger is dan bij een betere onteigeningswet het geval zou zijn.

Het wordt van tweeën één: of de huizen zijn zo duur dat de vraag inzakt, met slechte gevolgen voor de werkgelegenheid in de bouw en de kwaliteit van het woningbestand. Of de belastingbetalers moeten al maar meer bijdragen aan de individuele huursubsidie omdat anders niemand in de peperdure huurwoningen van Wateringen, Smitshoek, of Amersfoort wil wonen. En dat allemaal omdat VVD en CDA, niet gehinderd door veel kennis van de situatie in het buitenland, menen dat in een vrije markteconomie boeren en projectontwikkelaars recht hebben op hun gouden regen.

Heel recent was het onderwerp uitvoerig aan de orde in de Tweede Kamer. Kamerlid Poppe (Socialistische Partij) vroeg of er nog iets te doen is aan de huidige situatie die gemeenten en toekomstige bewoners nu al vier miljard gulden heeft gekost aan overbodige winsten voor boeren en speculanten. Minister De Boer (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer): “Neen, dan gaan wij terug naar de tijd van de heer Den Uyl”. Inderdaad een schrikbeeld, want toen raakten twee keer PvdA-ministers hun pluchen zetels kwijt, omdat het kabinet viel over de grondpolitiek. Poppe was duidelijk de ster van het debat, maar hij had ook gemakkelijk praten, want zijn partij is niet mede-verantwoordelijk voor de voorgeschiedenis.

Sprekers van D66 en de PvdA gaven eerlijk toe dat zij voor de zoveelste keer door de pomp waren gegaan om maar een breuk met de VVD te voorkomen. Mevrouw Versnel (D66): “Ik heb altijd moeite met dingen waardoor mensen (boeren en speculanten) gigantische bedragen zo maar binnengeschoven krijgen, zonder dat zij er iets voor gedaan hebben”. En mevrouw Verburg (PvdA): “Ik begrijp dan ook werkelijk niet dat de VVD de winst van enkele bouwondernemers en speculanten hoger waardeert dan bijvoorbeeld de meerkosten voor huurders en kopers en de kwaliteit van wonen”. Voortreffelijke sentimenten, maar aan het eind van het recente kamerdebat stemden PvdA en D66 gedwee in met de eis van VVD en CDA dat gemeenten ook in de toekomst machteloos blijven staan wanneer het land opeens tien keer zoveel waard wordt omdat het nu is voorbestemd voor woningbouw.

De mooie woorden van PvdA en D66 hadden geen gevolg, en minister de Boer sprak zichzelf pijnlijk tegen. Enerzijds gaf zij toe dat de huidige wet niet helpt om de grondprijzen te drukken. Anderzijds beloofde zij de Kamer om excessen de kop in te drukken, zonder ooit duidelijk te maken hoe zij dat denkt te doen. Inderdaad, de tijd van Den Uyl komt met deze minister niet terug, en voor de grondprijzen is dat jammer, want Den Uyl, Vondeling en Samkalden hadden groot gelijk.

Nog één keer: “De grondrente behoort aan hem die ze realiseert, niet aan hem die er op speculeert”. Een citaat van de Socialistische Partij? Nee, van de grote liberaal Van Houten (1883), de man van het befaamde kinderwetje. Maar helaas, die liberale tijd komt, wat het grondbeleid betreft, ook niet meer terug.