Placebofiel

Terwijl in deze krant onder leiding van Piet Borst de discussie woedde tussen voor- en tegenstanders van de homeopathie, werd in New Scientist, onder de titel 'Pass the placebo' uitgebreid bericht over de onvermoede successen die geboekt werden met neptabletten bij de bestrijding van alle mogelijke kwalen. Volstrekt loze tabletten en capsules met een suikersmaak blijken bij veel patiënten even genezend te werken als antibiotica of andere door de farmaceutische industrie of de plaatselijke apotheker met zorg gedraaide pillen. Zou dit misschien een verklaring kunnen zijn voor het succes van door homeopaten verstrekte eindeloos verdunde en geschudde drankjes. Voor mij als socioloog is dit een uitgemaakte zaak. Hebben wij in ons vak niet het Thomas-theorema: “When people define situations as real, they are real in their consequences.” Nu ging het Thomas om sociale situaties en is dit theorema in zekere zin een inleiding op de selffulfilling prophesy. Maar net zo goed als men hier niet in de gaten heeft dat men door een collectieve waan de gekoesterde vrees bewaarheid, kan ook een individuele waan concrete gevolgen hebben. Zo zou men de homeopathie de wetenschap van de placebo kunnen noemen. Bij mij, moet ik hier bekennen, werkt het placebo-effect zelfs naar twee kanten. Ik ben niet alleen gevoelig voor de genezende werking ervan, maar ook de suggestie die dikwijls aan een kwaal vooraf gaat, kan mij licht in het ziekbed brengen. Sinds mijn vroege jeugd ben ik goedgelovig, gevoelig voor magie en suggestie, sterk empathisch. Bij voorbeeld wanneer in het leger op een feestavond een magnetiseur optrad, die met van die enge ogen beval dat iedereen zijn handen boven zijn hoofd moest vasthouden, dan deed ik dat niet, omdat ik wist dat ik tot de drie soldaten zou behoren die hun handen later niet meer los konden krijgen. Ach u begrijpt waar ik heen wil: ik ben vaker ziek door de suggestie van het een of ander dan dat ik werkelijk door een door de dokter te constateren kwaal ben getroffen. En als ik dan ziek ben dan weet ik iedere keer weer zeker dat het nu dodelijk zal zijn.

Dodelijk is het dus tot nu toe niet geweest, maar wel steeds onverwacht pijnlijk. Zo las ik laatst Therapy van David Lodge, waarin de hoofdfiguur blijkt te lijden aan een mysterieuze pijn aan de rechter knie. Hij wordt een beetje geopereerd en later behandeld met ultrageluid en elektrische schokjes en dat alles zonder succes. Dat was voor mij heel invoelbaar. Ik heb jaren geleden ook een dergelijk vaag lijden gekend, dat ondanks ultrageluid en elektrische schokjes vanzelf weer is overgegaan. En wat gebeurt er nu? Tijdens het lezen van de avonturen van Lodge's Tubby Passmore krijg ik weer last van mijn rechterknie. Hij werd weer even stram en pijnlijk als indertijd. Aan het eind van de week moest ik een hockeywedstrijd spelen en ik stelde de captain van mijn elftal op de hoogte van een dreigend falen van mijn knie. Ik liep wat moeilijk over het kunstgras en ja hoor tijdens de wedstrijd probeer ik een van dichtbij geschoten bal te ontwijken. Ik spring omhoog, houd mijn knie in de houding die niet pijn doet, kom daardoor wat ongelukkig neer en sindsdien beweeg ik me als een gehandicapte door het landschap met een rechterbeen dat van enkel tot knie stijf aanvoelt. Er valt voor een deskundige natuurlijk niets bijzonders aan dat been waar te nemen. Nu weet ik uit ervaring dat een dergelijke blessure na veertien dagen over pleegt te zijn. Maar ik weet ook dat ik mijn knie daartoe regelmatig moet insmeren met een dure homeopathische zalf, al heeft de consumentenbond nog onlangs bericht dat al die smeersels volstrekte flauwekul zijn. Flauwekul misschien voor normale mensen, maar voor ons placebofielen zit zo'n tube barstensvol werkzame stoffen. Genezend werkzaam tot diep in het schijnbaar ernstig beschadigde bot.