Noordhollandse Gouda

DE EUROPESE COMMISSIE heeft een lijst voorgesteld van 318 voedselprodukten met een beschermde regionaam. Het is protectionisme met een ander woord en het is een bizarre vorm van politieke Euroregulering. Generieke namen zoals Gouda en Edammer mogen overal gemaakt worden, net als brie, camembert en cheddar, maar Noordhollandse Gouda is regionaal beschermd. Ligt Gouda in Noord-Holland? Volgens de Commissie wel, ja. Als de ministers van Landbouw later deze maand de lijst goedkeuren, komen de Opperdoezer Ronde (een Nederlandse aardappel) en andere Europese lekkernijen eveneens voor bescherming in aanmerking.

Het gaat om mineraalwater, bierspecialiteiten, honderdenvier soorten kaas en vierenzestig soorten vlees. Franse produkten voeren de beschermde lijst aan. Natuurlijk, Frankrijk is een land van gastronomie, maar ook van administratieve marktbescherming. De grootste ruzie is inmiddels uitgebroken over de soortnaam feta, van oorsprong Griekse geitenkaas, maar op grote schaal geïmiteerd door Deense zuivelfabrikanten met koeienmelk. Feta, zo heeft de Commissie bepaald, is de regionale naam van kaas gemaakt van Griekse geitenmelk. De grote feta-oorlog tussen Denemarken en Griekenland staat op uitbreken. DE REGISTRATIELIJST is een voorbeeld van Brusselse regelzucht waar het niet nodig is. Volgens de officiële lezing komt de bemoeienis voort uit de voltooiing van de interne markt, het vrije verkeer van goederen in de Europese Unie, en dringen de lidstaten bij de Commissie aan op beschermende maatregelen. Maar als producenten de naam van een regionale specialiteit willen beschermen, kunnen produktschappen heel goed zelf een exclusieve afspraak maken over vermelding van de plaats van herkomst. Bij wijnen werkt dat systeem al jaren en niemand heeft problemen met Bordeaux, Rioja, Dão of Chianti.

Voor verreweg de meeste produkten van de lijst bestaat helemaal geen belangstelling voor concurrentie of imitatie. Daar is de bescherming dus overbodig. In gevallen van generieke namen, zals Edammer en feta, is al gauw sprake van lobbyisme en willekeur. MET DE MATEN van condooms heeft zich onlangs in Brussel een al even potsierlijke regelruzie afgespeeld. Na eindeloze onderhandelingen, ingegeven door gekwetste nationale mannelijke trots, heeft de Commissie een verplichte norm van minimaal zeventien centimeter voor het eurocondoom vastgesteld. Dat eisen aan kwaliteit en veiligheid gesteld worden, ligt voor de hand, maar de maat? De Commissie schrijft ook niet voor wat de minimummaat van sokken of schoenen is.

Fabrikanten zullen zelf wel met de maten komen waarvoor een markt bestaat. Daarvoor hebben ze geen verplichte Brusselse richtlijnen nodig. De Brusselse regelzucht is economisch gezien nergens voor nodig en wekt vooral de lachlust op. Het doet de Europese samenwerking meer kwaad dan goed.