Leg het drugsbeleid eindelijk uit

In Frankrijk stuit het Nederlandse drugsbeleid op toenemende kritiek. De Franse regering ventileert haar eigen visie op het drugsprobleem ook luid en duidelijk. Dat moet Nederland nu eindelijk óók eens doen, vindt Marc Chavannes.

Nederland bedreigt Europa met drugs. Frankrijk steeds bezorgder over Nederlandse laksheid. Het zijn standaardkoppen in de Franse pers, gebruikelijke teksten in de mond van Franse politici, diplomaten en deskundigen op radio en televisie. Een omslagartikel in het veel gelezen kleuren magazine van Le Figaro, een van de grootste landelijke kranten in Frankrijk, was zaterdag de laatste uiting van verbijstering.

Een week voordat de Tweede Kamer de Drugsnota bespreekt blijkt opnieuw dat in Frankrijk een volmaakt onbegrip bestaat over inhoud, beweegredenen en praktijk van het Nederlandse drugsbeleid. In de Bondsrepubliek wordt merkbaar verschillend gedacht over dat beleid, en ook in België wordt er vrij veel kritiek op geuit, al kwam premier Dehaene Nederland donderdag te hulp door de aanpak van president Chirac 'te agressief' te noemen. Ook de Nederlandse Euro-commissaris Van den Broek vindt dat Nederland te veel uit de pas loopt en harder moet gaan optreden.

De meest voorkomende reactie in politieke en bestuurlijke kring in Nederland op het gebrek aan internationale waardering varieert van verongelijktheid tot agressie. 'Chirac bedrijft binnenlandse politiek, Nederland is een dankbaar doelwit', is de meest typerende reactie.

De regering in Den Haag vindt dat Nederland door de buurlanden als zondebok wordt aangewezen voor een wereldwijd probleem. Men kijkt niet naar de feiten. Ongefundeerde kritiek. Wij pakken hard drugs zeker even stevig aan als de anderen. Bovendien zijn de aantallen verslaafden en aids-patiënten hier procentueel aanzienlijk lager. Ons beleid is humaner en per saldo effectiever.

Dat andere landen er negatieve gevolgen van ondervinden is naar, maar niet onze eerste zorg. “We zijn met onze eigen problemen bezig - daar worden we voor betaald”, zei de Rotterdamse drugs-commissaris Bakker in de reportage over de gebrekkige Franse-Nederlandse politie-samenwerking, in het laatste Zaterdags Bijvoegsel van de krant. “Wij hebben die Franse jongeren niet verslaafd gemaakt. Het zijn jonge mensen uit kansarme wijken die in de steek zijn gelaten. De Franse overheid laat aan ons ook niet zien dat zij zich inspant om die jongeren te helpen.”

De Franse politiemensen in dit verslag uit de grensstreek konden er ook wat van als het ging om onbegrip en beperkte belangstelling voor de overzijde. De reportage illustreerde treffend dat de in oktober door Chirac en Kok ingestelde werkgroepen minder heilzaam hebben gewerkt dan het zoetsappige communiqué wilde doen geloven waarmee de voor afgelopen donderdag voorziene drugs-top door Parijs en Den Haag werd afgelast. We zijn op drugsgebied nooit verder af geweest van begrip, harmonie, en samenwerking in Europa.

Het lijkt alsof Nederland niet meer weet wat daar aan te doen is. Minister Sorgdrager zei afgelopen week in het NOS-journaal dat zij niet onder de indruk raakte van de eindeloze stroom kritiek. “Ik word er eerder een beetje moe van. Ik wou zo graag dat men eens een keer naar de feiten keek.”

Afgaand op de reportage in Le Figaro zijn sommige feiten redelijk bekend in Frankrijk, althans over de cannabis-handel in Amsterdam. Het onderscheid tussen soft- en harddrugs, de scharnier van het Nederlandse beleid, wordt in een bijzin afgedaan. Men verwijst naar Franse experts die hasj schadelijk vinden, verwondert zich over de Nederlandse 'laksheid' en suggereert dat de staat misschien te veel verdient aan deze miljarden-handel om nog te willen ingrijpen.

De Franse ambassadeur in Den Haag noemde op deze pagina (26 februari) nog meer feiten: de zuigkracht van het lage prijsniveau van drugs in Nederland, de exportsuccessen van Nederlandse chemische drugs in Frankrijk, de 24 jonge Fransen die in 1994 in Nederland zijn overleden aan een overdosis. Hij was zo beleefd de twijfel aan het Nederlandse politiebeleid, die door de IRT-affaire ook in Frankrijk is gewekt, niet weer op te rakelen.

Ambassadeur Montferrand was achteraf niet gelukkig met de kop ('Nederland moet zich aanpassen') die boven zijn stuk werd geplaatst. Heel begrijpelijk. Zoiets kan een ambasssadeur niet schrijven. Maar het is wel wat Frankrijk wil. Na een paar maanden prettig werkgroepen met de Fransen voelde het Nederlandse kabinet zich kort vòòr de drugs-top ronduit overvallen door president Chirac die in feite vroeg om verfransing van het drugsbeleid: hardere regels, einde gedoogbeleid. Daar kon Kok niet op ingaan, waarop de twee telefonisch besloten dat zij 'samen' de top zouden uitstellen.

Daar zitten we nu. Nederland Distributieland. Of, zoals Le Figaro met een variatie op de Nederlandse kaasreclame in Frankrijk grapte, 'L'autre pays du cannabis'. Hoe nu verder? Toegeven aan J. Chirac en H. van den Broek? De motie van het jongste PvdA-congres uitvoeren en verder liberaliseren? Het is goed dat er een Kamerdebat komt. Met als meest waarschijnlijke uitkomst dat het beleid ongeveer blijft zoals het is.

Mocht dat zo zijn, dan wordt het hoog tijd die tot beleid gestolde praktijk eindelijk eens aan de grote klok te gaan hangen, om te beginnen in Frankrijk. Want terwijl de Franse ambassadeur in zijn nog betrekkelijk korte loopbaan in Den Haag al twee keer op deze pagina heeft uitgelegd waar Frankrijk staat en op welke punten de twee landen elkaar kunnen vinden, kan ik mij uit de laatste twee jaar niet herinneren dat zijn Nederlandse ambtgenoot in Parijs zo op de zeepkist is geklommen om Nederlandse standpunten uit te dragen. Natuurlijk is Nederland in Parijs kleiner dan Frankrijk in Den Haag, maar een ferm pleidooi over een in Frankrijk zo heftig beleefd onderwerp haalt de Franse krant wel.

Minister Sorgdrager heeft in oktober een pittig vraaggesprek aan die zelfde Figaro gegeven. Daarin was zij uitdagend positief over de resultaten van het Nederlandse drugsbeleid. Dat leverde haar fronsende vragen uit de Kamer op, al verdedigde zij gewoon het bestaande beleid. Had zij zich voor de Franse markt wat nederiger moeten uitdrukken? Zij deed bij die gelegenheid gewoon haar werk, maar één zwaluw maakt nog geen zomer.

Nederland zal met alle bestaande middelen zijn visie en zijn feiten bekend moeten maken. En niet, zoals vorig jaar is gebeurd, de uitnodiging van de hand wijzen om in een populair praatprogramma op de nationale tv-zender France 2, het Nederlandse softdrugs-beleid te komen uitleggen. Tussen landen is stille diplomatie vaak verstandig. Als de andere partij hoog van de toren blaast is actieve en zelfbewuste voorlichting geboden. Niemand hoeft de illusie te koesteren dat de Franse politiek van zijn stoel zal vallen en subiet staats-coffeeshops gaat openen. Maar op zijn minst kan een dialoog op gang komen mede op basis van de Nederlandse feiten. Daar zijn ook in het Frankrijk met zijn record aantal rokers, drinkers en medicijnenslikkers wel belangstellenden voor.