Langs de Maas

De nieuwe Rotterdamse Erasmusbrug nadert zijn voltooiing. Nog een meter of tien en de lange zuidelijke overspanning maakt contact met het bruggenhoofd aan de noordkant of rechtermaasoever zoals men in Rotterdam zegt. De geknikte pyloon is zo hoog dat hij alles in de buurt van de rivier domineert. De Zwaan, zoals de brug wel wordt genoemd, is onmiskenbaar een aanwinst voor Rotterdam.

De nieuwe Willemsbrug, ook nog geen vijftien jaar oud, steekt er een beetje gewoontjes bij af. De dubbele pijlers hebben de afgelopen jaren het beeld van een vernieuwend Rotterdam bepaald, maar deze rol is binnenkort uitgespeeld. Iets ten zuiden ervan is nog het silhouet van de Hef te zien, de beroemde beweegbare spoorbrug die door Joris Ivens in de gelijknamige film vereeuwigd is. De Hef staat tegenwoordig altijd open, want er rijden geen treinen meer overheen sinds de nieuwe spoortunnel in gebruik is genomen. De Hef staat nu in zijn eentje. Alles wat aan de vroegere spoorweg deed denken wordt gesloopt. Zelfs een afgehakte kop van een treinstel ligt op het Noordereiland rechtop te verroesten.

De Van der Takstraat op het Noordereiland, waar vijftien jaar geleden half Rotterdam-Zuid zich doorheen perste op weg naar de oude Willemsbrug, is een stil pleintje geworden. De schipperswinkels zijn verdwenen en een wijkcentrum, wat Turkse winkels en een verloren designbureau zijn in de plaats gekomen.

Wie van het Noordereiland naar de stad kijkt, ziet een dynamische skyline ontstaan. De hoogbouw, met vele torens al boven de honderd meter, is nu onmiskenbaar de city gaan bepalen. Wie een half jaar niet heeft opgelet, kan de torens al niet meer benoemen.

Toch mist de Rotterdammer sinds een maand iets in het Rotterdamse silhouet. Vanaf het Noordereiland is de overkant ineens zo kaal geworden. Wat kan er nu weg zijn, terwijl de hemel juist zo vol geworden is? Alleen wie het weet ziet het - de drijvende bokken zijn weg.

De drijvende bokken, de reusachtige hefkranen die hele schepen kunnen optillen, kunnen niet meer blijven liggen aan de Boompjes. De nieuwe Erasmusbrug zal ze van hun werkterrein afsluiten. Als de brug klaar is, kunnen ze niet meer weg. Ze liggen nu ver weg, ergens bij Heijplaat, aan de zuidoever.

De drijvende bokken, die je duizelig maakten als je eronder door liep, zodat je bang was dat je in de Maas zou vallen. De hoogte was iets ongrijpbaars, want het hoogste punt stak ver uit voor de pontons waarop ze dreven. De bokken waren hoger dan het hoogste gebouw in de omgeving - in het vooroorlogse Rotterdam was dat het Witte Huis.

Ook de havensleepbootjes die je vroeger aan de Boomjes zag, zijn verdwenen - ook naar het westen verdwenen. Nu is er de terminal van de Spido gevestigd, de rondvaartboten die vroeger vanaf het Willemsplein vertrokken. Het Willemsplein zelf is bijna verdwenen onder de oprit van de Erasmusbrug, geen leuke plek voor een toerist.

De Boompjes, de nieuwe vertrekplaats van de Spido, is geen slechte locatie. De toerist die de Coolsingel afloopt, komt vanzelf bij het Maritiem Museum dat langs de Leuvehaven ligt. Nog een paar honderd meter verder en hij kan de haven zelf per boot bekijken.

Maar wat is het guur geworden bij de Boompjes! Staan er nog boompjes aan de Boompjes? Jawel, in alle vernieuwing is er aan gedacht. Maar wat zijn ze klein. De zwartstenen pergola die het wandelgebied markeert, is ongenaakbaar en somber. De toeristen waaien de kade af. Rotterdam heeft nog steeds de gezelligheid van een bouwterrein.