IFOR weigert ingreep in Servische wijk Sarajevo

SARAJEVO, 11 MAART. De NAVO-vredesmacht IFOR weigert harder op te treden in de Servische wijken van Sarajevo om een eind te maken aan de daar heersende wetteloosheid. Wel beschermde IFOR het afgelopen weekeinde brandweerploegen bij het blussen van talrijke branden die door Servische benden waren aangestoken.

Morgen wordt opnieuw een van de Servische voorsteden van Sarajevo, Ilidza, overgedragen aan de moslim-Kroatische federatie. Het is de vierde van de vijf Servische wijken die de Bosnische Serviërs op grond van het vredesakkoord moeten ontruimen. Ook in Ilidza hebben de Servische inwoners, vooral onder druk van hun eigen leiders, massaal de wijk genomen. Speciale benden - volgens IFOR gevormd op last van de leiding van de Bosnische Serviërs - staken er de afgelopen dagen talrijke gebouwen in brand, in een beleid van verschroeide aarde. De internationale politiemacht maakte gisteren melding van een lijst met tweehonderd gebouwen in Ilidza die in brand zouden moeten worden gestoken voordat morgenochtend de macht wordt overgedragen.

Onder de gebouwen in Ilidza die gisteren daadwerkelijk in vlammen opgingen waren de plaatselijke muziekschool, een tapijtfabriek en een flatgebouw. Daarnaast was in Ilidzda sprake van intimidatie en fysiek geweld van Servische benden tegen inwoners die liever in de voorstad blijven dan weg te gaan.

De wetteloosheid in de Servische voorsteden was aanleiding voor oproepen aan IFOR voor een krachtiger optreden. De internationale vredesmacht zou een nachtelijk uitgaansverbod moeten afkondigen in Ilidza en de wijk Grbavica - die volgende week aan het centrale gezag moet worden overgedragen - en moeten toezien op de naleving ervan. Maar IFOR wil daarvan niets weten. “We zijn geen politiemacht en we willen dat ook niet worden. Om een uitgaansverbod te controleren moeten we bereid zijn geweld te gebruiken. Maar onze soldaten zijn niet opgeleid om zulke beslissingen te nemen in een niet-oorlogssituatie”, aldus een woordvoerder van IFOR.

Uiteindelijk bleek IFOR echter wel bereid brandweerploegen uit de Bosnische federatie - het moslim-Kroatische deel van Sarajevo - te beschermen toen die Ilidzda binnentrokken om branden te blussen. Ook is de vredesmacht bereid opvanghuizen te beschermen die door de Verenigde Naties worden ingericht voor Servische inwoners die 's nachts niet in hun huis durven te slapen uit angst voor de intimidatie van Servische benden.

Het Britse blad The Guardian heeft vandaag een Bosnische Serviër geïdentificeerd als de drijvende kracht achter wreedheden die in de zomer van 1992 door de Bosnische Srviërs zijn gepleegd tegen moslim-inwoners van Visegrad. De man, Milan Lukic, die nu in de Servische stad Obrenovac verblijft, zou de leider zijn geweest van een groep Serviërs die op grote schaal moslims vermoordde. De slachtoffers werden op de beroemde brug over de Drina systematisch met messen verminkt en vervolgens al dan niet dood in de rivier gegooid, waarna vanaf de brug het vuur op hen werd geopend. Lukic komt niet voor op de lijst van verdachten van oorlogsmisdaden van het VN-tribunaal in Den Haag.

The Guardian onthult tevens het bestaan van een Servisch detentiekamp, Uzamnica, waar gevangen moslim-inwoners van Visegrad systematisch zouden zijn gemarteld en vermoord. Voor de oorlog woonden er in Visegrad veertienduizend niet-Serviërs. (Reuter, AP, AFP)