EU wendt zich beleefd tot Iran

PALERMO, 11 MAART. De regering in Teheran mag binnenkort bezoek verwachten van de EU-trojka, zo hebben de vijftien Europese ministers van buitenlandse zaken het afgelopen weekeinde aangekondigd op hun informele bijeenkomst op Sicilië, die vooral ging over het vredesproces in het Midden-Oosten. De afvaardiging van de Europese Unie zal de Iraanse machthebbers beleefd maar dringend vragen “alle vormen van terroristische activiteiten” openlijk te veroordelen en zich niet langer destructief op te stellen in het vredesproces in het Midden-Oosten. Van de Libische leider Gaddafi zal hetzelfde worden geëist.

Met dit initiatief maakt de EU duidelijk dat ze haar in 1992 ingezette 'kritische dialoog' met Iran op een nog kritischer manier wil voortzetten. Ondanks de beschuldigingen aan het adres van Iran van betrokkenheid bij de recente bomaanslagen van Hamas, was er afgelopen weekeinde geen minister die pleitte voor het afbreken van de dialoog, zo vertelde de Nederlandse minister Van Mierlo. Maar hij, noch één van de andere bewindslieden gaven vervolgens antwoord op de cruciale vraag: wat gebeurt er indien Teheran niet ingaat op eisen van de EU? “Wat is het alternatief?”, aldus Van Mierlo.

Met dat 'open einde' wordt het EU-beleid plotseling alweer een stuk minder duidelijk, zeker in vergelijking met dat van de Amerikanen die gewoon pleiten voor een politieke en economische boycot van Iran. De Britse minister Rifkind erkende dat het nogal naïef is om te verwachten dat de Iraanse regering door de komst van de EU-trojka plotseling een heel andere houding zal innemen. “Maar ze moeten beseffen dat we woedend zijn door de Iraanse reacties op de aanslagen door Hamas. Ze moeten begrijpen dat hun relatie met Europa een enorme terugval zal doormaken indien ze hun houding niet wijzigen”, zei hij. De Europese missie naar Iran, Libië en mogelijk nog andere landen (aanvankelijk werd ook gesproken over Syrië), zal ongetwijfeld opnieuw ter sprake komen op de grote internationale 'anti-terrorisme top' die overmorgen wordt gehouden in Sharm El-Sheikh. Die bijeenkomst komt er op initiatief van de Amerikaanse president Clinton en zijn Egyptische ambtgenoot Mubarak. Dat zij het voortouw hebben genomen is niet verwonderlijk, gezien hun historische betrokkenheid bij het vredesproces. Maar het illustreert ook de achterstand van Europa. Voor de EU-ministers viel er in Palermo eigenlijk weinig anders te doen dan “een volledige en actieve rol” toe te zeggen.

Aan de hoeveelheid Europese vertegenwoordigers in Sharm El-Sheikh zal het niet liggen. Namens de EU gaat de 'trojka': de regeringsleiders van Italië (thans voorzitter van de EU), Spanje en Ierland. Omdat ze belangrijke landen vertegenwoordigen, gaan de Britse premier Major, de Franse president Chirac en de Duitse bondskanselier Kohl.

Europa is er wel, maar verkiest vooralsnog verscheidenheid boven eenheid in haar aanwezigheid. De afgelopen week werd dat nog eens geïllusteerd door de bezoeken die werden afgelegd aan de Israelische premier Peres en aan de Palestijnse leider Arafat om de Europese “solidariteit” te betuigen. Namens de EU ging eerst de Italiaanse minister van buitenlandse zaken, Susanne Agnelli. Vervolgens stelde ze tot toenemende ergernis vast, dat ook haar Duitse en Franse collega's, Klaus Kinkel en Hervé de Charette, onafhankelijk van elkaar, naar Jeruzalem en Gaza afreisden.

Afgelopen weekeinde in Parlermo probeerde minister Kinkel de plooien glad te strijken door uit te leggen dat hij geen enkele kritiek heeft op het Italiaanse voorzitterschap, en dat zijn bliksembezoek louter moest worden gezien in het licht van de “speciale” en “gevoelige” relatie tussen Duitsland en Israel. De Charette stelde eenvoudigweg dat hij met zijn bezoek gehoor had gegeven aan “de diepe wens” van het Franse parlement om de gevoelens van medeleven van het Franse volk over te brengen.

Als Agnelli, Kinkel en De Charette zich hadden gehouden aan een eerder binnen de EU afgesproken beleidslijn, dan hadden ze vorige week ook een bezoek moeten brengen aan het Orient House, het Palestijnse hoofdkwartier in Oost-Jeruzalem. Bij een bezoek aan Jeruzalem, hoort immers ook een bezoek aan het Orient House, zoals Van Mierlo afgelopen januari nog demonstreerde. Onder druk van de omstandigheden, blijken de EU-ministers dat uitgangspunt voorlopig evenwel in de ijskast te hebben gestopt. Daarmee lopen ze overigens niet te koop. “Niemand brengt nu een bezoek aan Orient House. Iedereen bedenkt zich wel twee keer om onder de huidige omstandigheden tot daden te komen, die als extra provocatief kunnen worden uitgelegd”, aldus Van Mierlo.

Minder terughoudend betoonden de EU-ministers zich in het uitspreken van hun vrees dat het hermetisch afsluiten van de Palestijnse gebieden door Israel tot sociale ellende zal leiden. De EU-ministers hebben begrip voor de veiligheidsverlangens van de Israelische regering, ze willen ook geen directe kritiek uitoefenen op de Israelische blokkade-maatregelen als zodanig, maar ze vragen wel nadrukkelijk aandacht bij de regering voor het lot van de Palestijnse bevolking.

Door de grensbarricades blijven de Palestijnen verstoken van voedsel en andere humanitaire hulp en van bouwmaterialen. Het vervelende voor de EU is dat bijna de helft van die hulpstroom voor sociale economische wederopbouw uit Europa afkomstig is. Met andere woorden: als het afsluiten van de Palestijnse gebieden langer voortduurt, heeft dat niet alleen negatieve sociale gevolgen voor de bevolking (wat op zich weer een bedreiging vormt voor het vredesproces), maar kalft ook de betekenis van de specifieke Europese bijdrage aan het vredesproces af. Ook daarom vraagt de EU premier Peres met klem de internationale hulpstroom zo snel mogelijk weer door te laten.