De verlegenheid van heren-politici...

Een zaaltje in Den Haag, voor negentig procent bezet door vrouwen. De meesten van hen hebben een bestuursfunctie, bij de overheid of een maatschappelijke organisatie. Tegenover hen zitten zeven mannen (vijfmaal blauw, tweemaal grijs), leden van 'De twaalf heren van 8 maart'. Het zijn ministers (Hans Dijkstal, Ad Melkert en Hans Wijers), werkgeversvoorzitters (Hans Blankert en Jan Kamminga), de voorzitter van de grootste vakcentrale (Johan Stekelenburg) en een fractieleider (Jacques Wallage). Vijf heren zijn verhinderd, hun excuus daarvoor klinkt plausibel. Enneüs Heerma van het CDA bijvoorbeeld heeft zich wegens griep afgemeld.

Een jaar geleden zetten de twaalf heren op Internationale Vrouwendag hun handtekening onder de volgende verklaring. “Vanzelfsprekend besturen wij graag samen met vrouwen. Daarom streven wij naar een grotere deelname van vrouwen in de maatschappelijke besluitvorming.”

De ministers Dijkstal en Melkert gingen die achtste maart van 1995 nog een stap verder. Nu zij toch op het punt stonden allerlei adviesraden te benoemen, was dat een mooie kans (“een unieke gelegenheid”, vond Dijkstal) te streven naar evenredigheid: evenveel vrouwen als mannen.

Ditmaal moeten de 'heren van 8 maart' afrekenen. Soms gebeurt dat lichtjes blozend. Neem Jacques Wallage, die in het vorige kabinet een tijdje als staatssecretaris het emancipatiebeleid in portefeuille heeft gehad. “Mijnheer Wallage”, vraagt dagvoorzitster Marga Miltenburg hem, “u was eerder met vrouwen bezig. Heeft u een leuk jaar achter de rug?” Het zal de fractieleider van de PvdA niet verhinderen later de vraag of 'De twaalf heren van 8 maart' jaarlijks bijeen moeten blijven komen, te beantwoorden met: “Ik ben een man for all seasons.”

...en hun uitvluchten

De constatering in deze rubriek vorige week dat van de elf binnenkort te benoemen Kroonleden in de Sociaal-Economische Raad (SER) er maar drie vrouw zijn, is de dames niet ontgaan. Dijkstal, daarmee geconfronteerd, vindt nu dat je vrouwen “natuurlijk niet ter wille van het effect” mag benoemen. “De SER is in veilige handen van de heer Melkert”, zegt hij bovendien, naar zijn buurman kijkend. De vice-premier komt wel met een nieuwe vorm van evenredigheid voor de dag: “Bij benoemingen mag je evenveel miskleunen maken bij mannen als bij vrouwen.”

Melkert tovert hogere rekenkunde en bijzondere logica uit de hoed om de komende SER-benoemingen te verklaren. “Bij die elf Kroonleden zitten er twee qualitate qua in de SER”, begint hij. Dit zijn de president van De Nederlandsche Bank, Wim Duisenberg, en de directeur van het Centraal Planbureau, Henk Don. “Dan heb je er nog negen”, gaat Melkert verder. “We moesten een voorzitter benoemen. Dan kon twee kanten opgaan. Toevallig is het nu een man geworden.” Te weten Klaas de Vries, de hoofddirecteur van de VNG. “Dan heb je er nog acht. Ik heb me ingespannen om daarvoor een fifty-fifty verhouding te bereiken. Dat zal net niet lukken. Maar drie vrouwen op acht Kroonleden is in de geschiedenis van de SER een heel mooi resultaat.”

Hij zegt het onweersproken. Nu had het kabinet waarin Melkert zit natuurlijk destijds niet Don tot directeur van het Centraal Planbureau hoeven te benoemen en daarmee tot automatisch lid van de SER. Waarom geen dona? Minister Gerrit Zalm van Financiën, die Dons voorganger als directeur van het Centraal Planbureau was, zei onlangs dat hij het liefst door een vrouw wordt opgevolgd. Dat is zijn collega Wijers niet ontgaan. “Mevrouw Zalm, dat zou prima zijn”, probeert hij.

Het kabinet scoort op het gebied van emancipatie in elk geval heel wat beter dan de werkgevers. De voorzitter van VNO-NCW, Blankert, heeft zich op het ergste voorbereid. Hij had vorig jaar de vrouwen al zo weinig mogelijk beloofd. Toch zegt Blankert: “Ik wist dat ik nu op mijn sodemieter zou krijgen.” Hij probeert het met ironie. “Wij hebben onze delegatie in de SER teruggebracht van vijftien mannen naar elf mannen”. Met andere woorden: van nul vrouwen naar nul vrouwen. De SER is verkleind.

Resteert de vraag of 'De twaalf heren van 8 maart' in 1997 opnieuw moeten worden opgetrommeld in een zaal vol vrouwen. Zij vinden van niet. Genoeg gepraat, daar komt hun antwoord op neer. Blankert: “Ik heb volgend jaar op 8 maart al heel drukke werkzaamheden, geloof ik.”