De brugwachter wil ook naar de Spelen

IJSSELSTEIN, 11 MAART. Wie wil er nou niet naar Atlanta? Dus hopen de worstelaars voor het eerst sinds 1972 op een olympische deelnemer. Alleen is het worstelen zo'n kleine sport in Nederland, dat de faciliteiten ontbreken om een internationale topper voort te brengen. Hennie Bossenbroek doet zijn werk als bondscoch pro deo en is in het dagelijkse leven brugwachter in Nieuwegein. “Alleen omdat mijn vrouw ook werkt, kan ik dit blijven doen.”

De kleine man, zelf in een ver verleden veertien keer nationaal kampioen, zegt chronisch ziek te zijn. “Ik ben ziek van het worstelen.” Zijn ogen staan vol vuur. “Het is de moeilijkste sport die er bestaat. Onderzoeken hebben dat uitgewezen. Het is niet te vergelijken met judo. Judoka's hebben houvast aan de kleding van de tegenstander en lopen steeds achteruit. Dat mag in het worstelen niet. Je moet aanvallen. Doe je dat niet, dan krijg je een waarschuwing. En drie waarschuwingen betekent weg, aankleden.”

Het Nederlands kampioenschap Grieks-Romeins in IJsselstein stemt Bossenbroek somber. Er doen in totaal slechts 31 worstelaars mee. “Hier hoort toch minimaal honderd man te lopen”, vindt Bossenbroek. “Maar de meesten beseffen dat ze geen kans op de titel hebben en blijven gewoon thuis. Het is een lachertje.”

Henk van der Stoep (-82 kg), lid van de nationale selectie, haalt moeiteloos zijn zevende titel binnen. “De jongen, waarvan ik veel tegenstand had verwacht, was er vandaag niet. Hij is zijn huis aan het opknappen.”

Tassos Georgiadis (-57 kg), Nederlander van Griekse afkomst, doet in een zwaardere gewichtsklasse mee en wordt derde. “Anders zou ik met twee vingers in mijn neus kampioen zijn geworden. Met de jongens, die hier in de finale stonden, ben ik in twee minuten klaar. Wat heb ik daar nou aan? Dan maar geen titel. Ik moet me voorbereiden op het Europees kampioenschap.”

Georgiadis en Van der Stoep zouden deze week graag in Parijs zijn geweest om deel te nemen aan een trainingsstage met vele internationale toppers. Maar het zat er niet in. Georgiadis: “Wij zijn gewone mensen, met werk, met een hypotheek en noem maar op.” Hij is verkoper binnendienst, Van der Stoep fysiotherapeut.

De net afgestudeerde Mark Roelofs (-68 kg), volgens iedereen de grote troef van het Nederlandse worstelen, is wel in Parijs. Hij laat met permissie het NK schieten. “Hij heeft er veel meer aan om bij die stage te zijn”, zegt Bossenbroek. Geld om Roelofs weg te sturen was er nauwelijks, maar een collecte in het café van zijn schoonvader bracht uitkomst. “We leven van fooitjes”, zegt een trieste bondscoach. Hij is vol lof over Roelofs. “Die heeft het hart op de goede plaats. Het is een pientere jongen.”

Roelofs en vijf andere Nederlanders moeten deze maand bij het Europees kampioenschap in Boedapest bij de eerste tien eindigen om een olympisch ticket te bemachtigen. Dat is bijna onmogelijk, vooral nu na de opsplitsing van de Sovjet-Unie alle republieken hun eigen deelnemers mogen sturen. “Vroeger maakten ze elkaar eerst af bij hun nationaal kampioenschap in Moskou”, aldus Georgiadis.

Bondscoach Bossenbroek blijft hoop houden op deelname aan de Olympische Spelen. Hij was in 1960 kandidaat voor Rome, maar de bond besloot om een worstelaar uit een zwaardere klasse zeven kilo te laten aftrainen en hem te sturen. “Het werd dus niks”, aldus Bossenbroek. Nu wil hij als coach zijn olympische droom in vervulling zien gaan. “We hebben geluk nodig. We zijn bij het EK afhankelijk van de loting.”

“We kunnen niet jaren blijven roepen dat we een beetje geluk nodig hebben”, zegt Fred Huisinga, namens het worstelen bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Krachtsport Bond, streng. “Laten we wel redelijk blijven! Er móeten nu eens resultaten komen.” Hij is net met Bossenbroek en zes worstelaars in Cuba geweest om te trainen en deel te nemen aan een wedstrijd. “Zo slecht hebben we dus ook niet.”

Hennie Bossenbroek, al twaalf jaar bondscoach, schudt mistroostig het hoofd. “Ze kunnen onder deze omstandigheden van mij niet verwachten dat ik geweldige resultaten boek. Geef mij echt de kans en ik haal binnen vier jaar een olympische medaille. Honderd procent zeker! Het talent hebben we in Nederland. Maar die jongens moeten naar het buitenland om te trainen. In België loopt een worstelaar rond die wel alle mogelijkheden krijgt. Die is alleen op feestdagen en verjaardagen thuis. En zo'n topper is hij nou ook weer niet. Onze Mark is beter. Als ik miljonair was, wist ik het wel.” De meeluisterende Huisinga: “Wat dan? Dan koop je zeker drukkerij Enschede op en ga je die medailles zelf maken. Zo werkt dat toch niet!”

Een topper uit het buitenland die Nederlander wordt, zou volgens Bossenbroek ook een uitkomst zijn. “Wat maakt het nou uit dat zo'n jongen Ali heet? Hij heeft wel Nederland op zijn rug staan en haalt voor ons een medaille. Dat zou goed zijn voor de uitstraling van het worstelen. Daar komt de tv op af. En dus sponsors. Zo doen ze het in alle westerse landen. Er zijn genoeg jongens die naar Nederland willen komen. Maar wij hebben geen geld en doen moeilijk over een verblijfsvergunning. In de Duitse ploeg zitten vier Russen en een Turk.”

“In Duitsland”, zegt bestuurder Huisinga, “zoekt zo'n worstelaar ergens op de hei een grafsteen op. Kijk, hier ligt mijn voorvader. En hij krijgt zijn paspoort. In Nederland doen we daar pietluttig over.” Ook Huisinga zou een goede buitenlander met open armen ontvangen. “Maar dan moet hij wel een echte topper zijn en niet na een paar maanden weer vertrekken. Want dan heb je er nog niets aan.”

Hij verwijst naar het verhaal van het Haagse Simson KDO. De club had vorig jaar in de competitie de beschikking over een stel Iraanse asielzoekers uit centra in Vlissingen en Zeewolde. De nationale titel lonkte, maar een paar weken voor het einde van het seizoen ontstonden problemen over contributie en reiskosten. De worstelaars vertrokken met de noorderzon en Simson KDO moest zich uit de competitie terugtrekken.