Crisis rond Taiwan is vooral afleidingsmanoeuvre

PEKING, 11 MAART. Enkele weken geleden zei de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, Shen Guofang, dat hij niet wist wat er militair aan de hand was aan de zijde van het vasteland bij de Straat van Taiwan. “Als ik dat wist zou ik beschuldigd kunnen worden van het stelen van militaire geheimen”, zei hij tijdens een routine-persconferentie. Het was geen anekdote maar eerder een illustratie hoe onbehaaglijk het establishment op Buitenlandse Zaken en op andere civiele regeringsinstanties (zoals het Bureau voor Taiwan-zaken van de Staatsraad) zich voelt over het grove optreden van het Chinese generaals tegenover Taiwan en de wereld.

Verschillende Chinese bronnen hebben dat de afgelopen dagen bevestigd. Zij zijn ervan overtuigd dat er een chaos in de beleidsvorming heerst en dat de militairen voorlopig aan het langste eind trekken. Taiwan is een zaak die de Chinezen gemakkelijk verenigt, vooral in het huidige neo-nationalistische, post-communistische tijdperk waarin de terugkeer van Hongkong onder Chinese soevereiniteit bijna is voltooid. Maar het is een samenspel van verschillende complexe krachten die de kwestie-Taiwan tot inzet van zo'n roekeloze, extreme krachtmeting heeft gemaakt.

De kwestie gaat terug tot het voorjaar van 1994 toen een ramp de steeds effectievere dialoog die China en Taiwan sinds 1991 met elkaar voerden, trof. Op een plezierboot in de buurt van de pittoreske stad Hangzhou werden 24 Taiwanese toeristen beroofd en vermoord onder omstandigheden die nooit op bevredigende wijze opgehelderd zijn. Taiwan beweert dat militaire gangsters de toeristen beroofden en vervolgens met vlammenwerpers om het leven brachten. De betrekkingen zonken maandenlang naar een dieptepunt.

Tijdens de Chinese Nieuwjaarsviering eind januari 1995 liet president Jiang Zemin onverwacht een verzoenend geluid horen. Hij hield een toespraak van acht punten, waarvan de belangrijkste waren dat Chinezen geen Chinezen aanvallen en dat China's weigering om het gebruik van geweld tegenover Taiwan uit te sluiten niet gericht was tegen de bevolking van Taiwan maar tegenover buitenlandse krachten die China koste wat kost verdeeld willen houden. Hij doelde daarmee op extreem-rechts in Japan en op een deel van het Amerikaanse Congres.

Drie maanden later gaf president Clinton onder druk van het Congres de president van Taiwan, Lee Teng-hui, het groene licht om een triomfaal bezoek aan zijn oude universiteit in Ithaca in de staat New York te brengen. President Jiang stond in zijn hemd tegenover de generaals die hij nodig heeft om zijn machtspositie te consolideren als Deng Xiaoping komt te overlijden.

Maar er kwam een andere factor bij. Jiang was een rigoureuze anti-corruptiecampagne op topniveau begonnen om zijn populariteit bij het volk te versterken. Een vice-burgemeester van Peking pleegde vlak voor zijn op handen zijnde arrestatie zelfmoord en de partijchef van Peking, een van de machtigste mannen van China, werd geroyeerd wegens 'grootschalige verduistering en een liederlijke levensstijl'.

Het was slechts het begin. Het signaal kwam dat er ook in het leger, dat een zeer corrupt zakenimperium is geworden, een grote schoonmaak zou worden gehouden. President Jiang en de minister van Buitenlandse Zaken, Qian Qichen, wilden het bij diplomatieke protesten tegenover de VS en waarschuwingen in de richting van Taiwan houden maar het leger sprak zich sterk uit voor een reeks raketproeven in juli en nog een tweede reeks in augustus om zo onder het wapengekletter en anti-Amerikaans geschreeuw de campagne tegen corruptie te overstemmen. “De Taiwan-crisis is een afleidingsmanoevre. Er mag geen tijd en energie vrij komen om corruptie te bestrijden”, zei een Chinese intellectueel.

Als de Chinezen eenmaal met een campagne beginnen kennen zij geen matiging meer. Alles culmineert en degenereert in een monotoon, hypnotisch geschetter waarin de zogeheten historische patriottische plicht met betrekking tot de ondeelbaarheid van het heilige moederland en de onontkoombare bevrijding van Taiwan alles domineert. Een nieuwe variant van de generaals is dat zij Taiwan moeten 'beschermen tegen een landverrader als Lee Teng-hui die het heilige grondgebied wil splijten en Taiwan onafhankelijk wil maken'. Er lijkt geen einde aan te komen tot er een dramatische, wellicht destructieve climax is bereikt.

Een andere Chinese bron zei: “We moeten nu sympathie voor Jiang Zemin (69) hebben. (Premier) Li Peng (68) staat aan de zijde van de militairen want hij moet een nieuwe baan hebben als zijn tweede ambtstermijn in maart 1998 afloopt. Hij wil het presidentschap van Jiang Zemin overnemen, die dan op zijn best nog een uitgeklede partijleider blijft. Li Peng is de Chun Doo Hwan van China (de voormalige Zuidkoreaanse president die terecht staat voor de bloedige onderdrukking van een pro-democratiseringsopstand in 1980 in de stad Kwangju red.). Zijn enige kans om het incident rond het Plein van de Hemelse Vrede van 1989 in de doofpot te houden en te voorkomen dat hij vroeg of laat, net als Chun Doo Hwan, terecht zal staan is dat hij een onverbrekelijke alliantie met de generaals vormt.”