'Zij profiteren niet van mij, ik profiteer van hen'

Maandag 30 januari is de laatste lichting dienstplichtigen opgekomen. Nog 604 jongens moeten tot 31 augustus verplicht onder de wapenen. Hoe komen zij hun week door? De laatste van een korte serie weekrapporten.

Op een slaapzaal in de Cort Heiligerskazerne in Bergen op Zoom staan tien bedden. Op vijf daarvan ligt een kale matras, de andere bedden zijn opgemaakt: een legergroene deken strak om het bed heen en een donkergroene handdoek op het voeteneinde. Op de deur hangt een papier met instructies: 'Elke ochtend wordt de slaapzaal gecontroleerd. Uw bed dient te zijn opgemaakt. Ook uw tenue wordt gecontroleerd.'

Boven de vijf beslapen bedden hangen foto's van halfblote dames aan de 'pornolat'. Een van de bedden is van dienstplichtige Bart van Lagen. Ook boven zijn bed hangen foto's. “Toen we hier de eerste week waren, zijn we met z'n allen zo'n boekje gaan kopen. Lachen was dat.”

Van Lagen heeft geen hekel aan het leger, maar leuk vindt hij het ook niet. Vooral de eerste vier weken basistraining vielen hem zwaar tegen. “Daar moesten we veel onzinnige dingen leren, bijvoorbeeld kameradenhulp en EHBO. Dat ging zo traag, het was echt vreselijk saai. Ik had het gevoel of ik weer op school zat.” Ook de gymlessen waren vervelend, vond Van Lagen. “Eindeloos vaak over een muurtje springen of drie kilometer rennen, daar zie ik het nut niet zo van in.” Een echte soldaat voelt Van Lagen zich dan ook niet. “Voor een tijdje is het wel leuk in zo'n uniform, maar ik zal wel blij zijn als ik er weer uit ga. Het is niet leuk de hele dag bevelen te moeten opvolgen.”

Toch voelt Van Lagen zich niet gedupeerd doordat hij bij de laatste lichting zit. Het leger profiteert niet van hem, hij profiteert van het leger. Van Lagen probeert zijn vrachtwagenrijbewijs te halen, én zijn chauffeursdiploma. Toen hem na zijn medische keuring werd gevraagd of hij wel of niet in dienst wilde, zei hij: 'schrijf maar op dat ik alleen in dienst ga als ik mijn vrachtwagenrijbewijs kan halen. Anders niet'.

Nog net op het nippertje gaf Defensie hem zijn zin. “Als ik niet meer in dienst had gekund, had ik 's avonds na mijn werk mijn rijbewijs moeten halen. Dat had me minstens achtduizend gulden gekost.” Voordeel van zijn diensttijd is bovendien dat Van Lagen nu al veel rijervaring kan opdoen, bijvoorbeeld met 'colonne rijden'. Als hij in augustus afzwaait, maakt hij een betere kans op een baan als vrachtwagenchauffeur, hoopt hij. “Misschien heb ik wel geluk gehad dat ik nog net in dienst kon”, zegt Van Lagen. “Maar aan de andere kant verdien ik per maand zeshonderd gulden minder dan hiervoor.”

Toen Van Lagen jong was, was hij van plan de boerderij van zijn ouders over te nemen. Maar op zijn zestiende kwam hij erachter dat hij liever chauffeur wilde zijn. Hij ging bij een poelier werken, met het idee dat hij zo snel mogelijk zijn groot rijbewijs zou gaan halen. “Mijn vrienden zeiden: 'je bent gek als je daarvoor in dienst gaat', maar dat kan me niet schelen. Mijn moeder zegt dat ik een vent wordt, omdat ik eindelijk eens streng wordt aangepakt. Maar dat valt wel mee.”

Het peloton van Van Lagen bestaat uit ongeveer vijftig jongens en oefent sinds twee weken de hele dag voor het vrachtwagenrijbewijs. Eén jongen is al voor het rij-examen geslaagd, Van Lagen verwacht binnen een week te slagen. Daarna begint hij met de cursus voor het chauffeursdiploma, dat hij ook nodig heeft. Als de dienstplichtigen goed genoeg kunnen rijden, worden ze overgeplaatst naar een andere kazerne. Waar Van Lagen naar toe gaat, weet hij nog niet, maar hij hoopt dichter bij zijn ouderlijk huis in Putten.

Er bestaat een kans dat in de nieuwe kazerne de verveling toe slaat, denkt Van Lagen. Maar daar maakt Van Lagen zich geen zorgen over. “Als ik weinig te doen heb, ga ik gewoon naar huis. Dan neem ik een baantje voor een paar uur per dag. Of ik probeer eerder af te zwaaien.”