Column

Zentijd (2)

Vorige week maakte ik me vrolijk over de nieuwe kleren van de keizer in het bedrijfsleven, ofwel: alle zogenaamde peptalkers en andere praatjesmakers, die de meest dure seminars komen opluisteren met hun motivatiebabbels en ander gelul. Het zieligst zijn natuurlijk de slachtoffers, die al dat gekakel moeten consumeren. Zelf heb ik de oplichterij een keer van heel dichtbij mogen meemaken. Ik zat ergens diep in de provincie in een hotel, om precies te zijn in Ommen, omdat ik daar in de buurt een nieuwe voorstelling uitprobeerde.

Door mijn favoriete hotel De Zon sneakte een groepje brave borsten, van die bovenstebeste niets-aan-de-handtypes. Keurige middenklassers met allemaal dezelfde kledingwinkel, dezelfde ouders en zeker dezelfde kapper. Later bleek het om een assertiviteitscursus van middenkader-ambtenaren uit middelgrote gemeentes te gaan. Ze moesten assertief worden. Volgens de Van Dale betekent dat gewoon 'zelfverzekerd'. Daarvoor moet je als ambtenaar een dag of wat in een goed hotel op cursus. Dus dat je je niet langer door de roos van je baas laat ondersneeuwen en gewoon doet wat jijzelf wilt.

Samen met een vriend van mij zat ik in het café-gedeelte van het hotel het een ander door te praten toen de tafel naast ons bezet werd door de cursisten. Ze zwegen zich door de lunch, lachten af en toe om een beschaafd grapje en aten heel gedisciplineerd hun boterhammetjes. Toen de borden leeg waren luisterden ze keurig naar de instructies van de cursusleidster, stonden toen op en gingen Ommen in.

Vanaf mijn tafel kon ik ze aan de overkant van de Vecht zien lopen. Ze liepen in groepjes van twee en de achterste hield zijn hand op de schouder van de voorste. Daarbij hield de achterste zijn hoofd naar beneden. Normaal bemoei ik me nooit met andere gasten in het hotel, maar nu moest en zou ik weten wie ze waren en wat ze aan het doen waren. De aan tafel achtergebleven mevrouw las lekker in haar Volkskrantje en toen hield ik het niet meer. Ik vroeg haar wie dit waren. Het was een schat van een mens en zij deed vrij nauwkeurig uit de doeken om wat voor cursus het ging. “Maar wat doen ze daar aan de overkant?”

En toen vertelde zij dat het om een vertrouwensoefening ging. De achterste was de 'blinde' en moest zich laten leiden door de voorste. En nou ging het erom: vertrouw je de voorste zo goed dat je inderdaad je ogen dichthoudt? Weet je zeker dat je nergens tegenop botst? Durf je je lot tijdelijk in handen van een ander te leggen?

Mijn bek viel open en ik dacht eerst dat het om een grap ging. Maar de aardige cursusmevrouw bleek bloedserieus. Volwassen mannen en vrouwen speelden blindemannetje door Ommen om assertiever te worden op de afdeling Ruimtelijke Ordening van de gemeente Delfzijl. Ze heeft het mij drie keer uitgelegd en ik heb het verhaal daarna al zeker duizend keren naverteld en diverse malen opgeschreven. En elke keer als ik het navertel dan zit er onder mijn gehoor een jojo die het ook wel eens gedaan heeft en daarna krijg je nog veel ergere oefeningen te horen. Ik heb vrienden die bomen hebben nagedaan, de zee zijn geweest, de wind, de storm, een angstig klein vogeltje.......

Ik zie de afdeling Sociale Zaken van de gemeente Terneuzen voor me. Van Deudekom drinkt met veel meer lef zijn koffie, vraagt veel duidelijker om een extra klontje suiker, hij kopieert anders en staat de Zeeuws-Vlaamse uitkeringsgerechtigden veel meer to the point te woord. Niemand weet hoe het komt. Wat is er met Van Deudekom gebeurd. Niemand weet het. Alleen ik. Ik weet dat hij voor lul door Ommen heeft gelopen. Met zijn hand op de schouder van het hoofd bibliotheekzaken van de gemeente Velsen. En in Velsen bloeit de bieb als nooit te voren.