Weinig kans claim Van den Nieuwenhuyzen

DEN HAAG, 9 MAART. Deskundigen geven Joep van den Nieuwenhuyzen weinig kans met zijn schadeclaim tegen de staat van tenminste enige honderden miljoenen guldens. Ze wijzen er op dat Van den Nieuwenhuyzen zal moeten kunnen aantonen dat de overheid onrechtmatig heeft gehandeld. Van den Nieuwenhuyzen, directeur van de Rotterdamse scheepsbouwer RDM en voormalig topman van het Begemann-concern, maakte gisteren bekend aan een schadeclaim te werken tegen de Amsterdamse Effectenbeurs en tegen het Openbaar Ministerie. Van den Nieuwenhuyzen kwam met deze claim nadat de president van het Gerechtshof in Den Haag gisteren had bepaald dat Van den Nieuwenhuyzen geen misbruik van voorkennis heeft gemaakt in de zaak van het failliete HCS.

Van den Nieuwenhuyzen werd ervan verdacht misbruik te hebben gemaakt van voorkennis die hij genoot als een van de beleggers die het noodlijdende technologiefonds HCS van de ondergang probeerden te redden. Hij heeft altijd ontkend. Met de jongste uitspraak komt een voorlopig einde aan de grootste voorkenniszaak, die vijf jaar duurde.

De bekende Haagse strafpleiter mr. Spong geeft Van den Nieuwenhuyzen “heel, heel weinig kans”. “Grootste probleem voor hem is dat hij zal moeten kunnen aantonen, op basis van uitspraken van de Hoge Raad, dat de Officier van Justitie onrechtmatig heeft opgetreden in de HCS zaak. En dat zal heel moeilijk zijn. Bovendien moet sprake zijn van gebleken onschuld. Ik schat de kans erg laag in dat hij die miljoenen krijgt.”

Spong heeft in de loop der jaren zelf voor een aantal cliënten schadeclaims tegen de staat ingediend, waarvan enkele werden gehonoreerd. De uitgekeerde bedragen waren nooit meer dan enkele tonnen of hooguit een à anderhalf miljoen. Een van zijn cliënten in deze is de Amsterdamse advocaat O. Hammerstein, die ook een schadeclaim heeft lopen tegen de staat. Ook Hammerstein is weinig optimistisch over de kansen voor Van den Nieuwenhuyzen. Hij legt uit dat er drie procedures zijn om schadevergoeding bij de staat te claimen.

“Allereerst is een strafrechtelijke procedure om een vergoeding te vragen voor de tijd dat je onterecht in voorlopige hechtenis hebt gezeten, iets wat niet van toepassing is bij Van den Nieuwenhuyzen. De tweede strafrechtelijke procedure betreft de vergoeding voor de gemaakte proceskosten. De derde en laatste mogelijkheid om schade te verhalen op de staat is een civiele porocedure, waarbij, om success te hebben, dient te worden aangetoond dat de staat onrechtmatig heeft gehandeld - bijvoorbeeld heeft gesjoemeld met proces verbalen.”

Volgens Hammerstein zijn er enkele gevallen bekend waarbij met succes deze laatste procedure is bewandeld. Als voorbeeld noemt hij een arts die onterecht was vervolgd wegens dood door schuld en daarna een schade van 1,6 miljoen gulden op de staat wist te verhalen. Maar in het algemeen is het volgens Hammerstein “buitengewoon moeilijk” om een claim op de staat gehonoreerd te krijgen.

Ook de jurist J. Dommerholt van het Amsterdamse kantoor Eurolawyers dat zich mede bezighoudt met schadeclaims tegen onder meer lagere overheden, geeft Van den Nieuwenhuyzen op het eerste gezicht weinig kans. “Een claim maakt kans als de rechter overtuigd is van de onschuld van de verdachte. Maar dat je bent vrijgesproken betekent niet dat de rechter je onschuld erkent”, aldus Dommerholt. Dommerholt zou er zelf in ieder geval nooit aan zijn begonnen. “Ik zou het alleen hebben overwogen als Van den Nieuwenhuyzen ontslag van rechtsvervolging had gekregen.”

Volgens rechtsgeleerde prof.mr. T.Schalken van de Vrije Universiteit van Amsterdam wordt het “een hele zware kluif” voor Van den Nieuwenhuyzen. “Het Openbaar Ministerie zou pas dan onzorgvuldigheid verweten kunnen worden als kan worden aangetoond dat de wetgeving inzake voorkennis zo slecht in elkaar zat dat de overheid in redelijkheid nooit had mogen procederen. Nou, ga daar maar eens aanstaan.”