Voorbeeldige historie

Om twee uur 's middags kwamen we Oviedo binnen. 'De heroïsche stad hield siësta', zoals de eerste regel van de roman La Regenta luidt.

De Spaanse schrijver Clarín (1852 -1901), pseudoniem van Leopoldo Alas, wijdde in 1884 een kleine 700 bladzijden aan de Asturische provinciehoofdstad, die in het boek Vetusta heet. Op onze tocht door de doodstille straten passeerden wij een dierenwinkel die in zijn etalage een rusteloos dravende tijgerwelp gevangen hield. Het arme beest riep de tijgerhuid voor de geest die in de roman voor het bed van Ana Ozores de Quintanar lag. In Oviedo is nog veel dat aan de ongelukkige Ana, de Regente uit de titel, doet denken.

Het is merkwaardig dat de roman in de Nederlandse vertaling (Bert Bakker, 1992) zo weinig succes had dat hij binnen de kortste keren in de ramsj lag. Hij behoort tot een genre van romantisch realisme dat in Nederland veel aftrek vond. Madame Bovary, Anna Karenina en Eline Vere hebben zich altijd in de gunst van het Nederlandse publiek mogen verheugen. La Regenta is behalve een scherp portret van een Spaans stadje ook een meeslepende liefdesgeschiedenis.

Ana, de jonge vrouw van een rechter in ruste, de 'Regent', is in elke zin onbevredigd in haar huwelijk. Zij zoekt afwisselend troost in religieuze vervoering en in dagdromen over de verleider van Vetusta, de vrijdenker Alvaro Mesía, voor wie zij een obsessie vormt. Bij de geloofsverdieping is haar biechtvader, de kapittelheer Fermín de Pas haar behulpzaam, aanvankelijk met het oogmerk nog meer greep op de hogere kringen te krijgen dan hij al heeft, allengs echter net als Mesía ten prooi aan zijn hartstocht voor de mooie Ana. Beiden dingen naar haar gunsten, de een onder het mom van pastorale arbeid, de ander verontschuldigd door de losse omgangsvormen van de aristocratie. De zielestrijd die in de Regente ontbrandt zoekt herhaaldelijk een uitweg in gevaarlijke nerveuze ziekten, waaruit zij dankzij de zorgen van een arts én de jaarlijkse terugkeer van de lente elke keer weer opstaat. Als Ana zich eindelijk gewonnen geeft aan Mesía, verraadt de priester zijn biechteling aan haar echtgenoot. De laatste sterft in het duel met Mesía waar hij zich toe gedwongen ziet. De zelfmoord waartoe velen van Ana's evenbeelden besluiten blijft ons bespaard, maar de lezer moet het ergste vrezen als de Regente ten slotte in de kathedraal bezwijmt.

De kathedraal van Oviedo, 'met z'n stevige toren, niet zo'n ingesnoerd juffertje', beheerst nog steeds de oude wijk waar toen als nu armoe en adel buren zijn. Verzakte paleisjes en verkommerde bedrijfjes zoeken steun bij elkaar, en hoe kunnen zij anders als het archeologisch museum al gesloten is wegens bouwvalligheid? De kapittelheer die de Regente vanaf de torentransen bespiedde als zij in de tuin in haar mystieken verzonk, zou haar nu moeten zoeken tussen de bramen die de achterkant van haar woonstee belagen, en de snuisterijenwinkeltjes die haar voorkamers vullen. De kaarsenhandel van de ambitieuze Fermín de Pas is big business geworden. Ana kon een eeuw geleden de aanzoek van een rijke repatriant uit Zuid-Amerika versmaden, en haar voorliefde verdelen tussen de eerste en de tweede stand. Maar de 'Amerikanen' hebben nu definitief de bovenhand gekregen in de binnenstad. Voor geldwisseloperaties kan de vreemdeling op elke straathoek terecht bij een 'telebanco', en de stoffenzaken waar de dames hun katoentjes kochten bij Catalaanse praatjesmakers hebben plaatsgemaakt voor 'El Corte Inglés', 'Virgin' en tientallen andere zaken vol modern comfort. De autovrije winkelstraten verschillen in niets van het centrum van Woerden of Deventer.

In Oviedo, dat in alle commentaren op La Regenta plichtmatig 'slaperig' wordt genoemd, springt de gedaantewisseling die de laatste jaren over zoveel Spaanse plaatsjes is gekomen wel erg in het oog.

Toch, wie onder de eucalyptussen in het park naar de dagelijkse pantoffelparade zit te kijken kan nog altijd aangeschoten worden door een meneertje met een strooien hoed en tweekleurige schoenen die hem warm verzekert dat in deze stad alleen maar brave mensen wonen, en dat hier nooit geen narigheid is. Zo weggelopen uit het Casino waar de 'señoritos' onder het kaarten de kansen van Ana's pretendenten schatten. En de bezoeker aan de kathedraal hoort en ziet de kanunniken nog elke dag hun getijden zingen in de kapel die er in de roman zo van langs krijgt wegens zijn overdadige barok.

Nog een sociale constante die een lezer van La Regenta en de oplettende toerist in Oviedo opvalt is de marginalisatie van de arbeidersklasse. De stad was al in de vorige eeuw het middelpunt van Spanjes belangrijkste mijnbouwgebied en van een arbeidersbeweging die zich voor, tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog met geweld tegen de heersende klassen keerde. Maar het straatbeeld van nu oogt nog burgerlijker dan het in de roman doet. Vertier in park en café, het is allemaal even 'upper class'. De kameniers van Ana waren dan wel geil en sluw, maar de enkele wandeling die de Regente door een volkswijk ondernam beschreef Clarín met sympathie. De stad leeft nog steeds met de rug naar het 'gespuis', zoals het elders in het boek heet.

Oviedo is een plek waar de elite zich behalve van grof geweld ook van verkleedpartijen heeft bediend om in het zadel te blijven. Boerenjongens brachten het tot bisschop, jonkheren verlustigden zich in actrices, maar huwden de dochters van de nieuwe rijken. Achter de postmoderne façades in de binnenstad schuilen de oude achter- en handjeklap. “Veranderen om gelijk te blijven.” Je kunt dat met eigen ogen in Oviedo gaan vaststellen. Maar je kunt er ook deze liefdesgeschiedenis voor opslaan. De operette-oorlog tussen clerus en liberalen, en gezetenen en arrivés, verwoestte niet alleen het hart van de oude stad maar ook dat van Ana.