Vogeltrek

JONATHAN ELPHICK (samensteller): Wereldatlas van de Vogeltrek

180 blz., geïll., vert. Jan van Gelderen (Atlas of Bird Migration), Schuyt & Co. 1996, ƒ 59,50

Nu de natuurfilms op de televisie steeds thematischer worden en de kijkers er niet langer van opkijken om met de camera bij een Zuidamerikaans blaasjeskruid onder water te gaan en bij een Tasmaanse zonnedauw weer naar boven te komen, besluiten natuurboekenmakers dat zij niet achter kunnen blijven. Ook zij gaan global, zodat de gespecialiseerde natuurliefhebber zich voortaan kan behelpen met een enkel gidsje. Vorig jaar kwam Bats of the World uit (waarin 4000 soorten werden besproken) en daarvoor al Seabirds of the World en Swallows and Martins of the World en zo zijn er nog wel talloze wereldgidsen. Wie op natuursafari gaat hoeft zich voortaan niet meer af te vragen in welk werelddeel de bestemming ligt, maar kan zijn veldgids gewoon in de handbagage laten.

Wat voor veldgidsen geldt, geldt natuurlijk nog sterker voor atlassen. Vandaar dat de nieuwe Wereldatlas van de Vogeltrek, aanbevolen door de Vogelbescherming, alle continenten omspant. Het onderwerp vroeg daar vanzelfsprekend al om. De Wereldatlas is een vertaling van de Britse Atlas of Bird Migration en komt daarmee vrijwel gelijktijdig uit.

De atlas behandelt de Noordamerikaanse en de Eurazische trekvogels - die elk evenveel pagina's krijgen -, de zeevogeltrek, de trekvogels van het zuidelijk halfrond en de wintergasten uit het hoge noorden. Enkele thematische hoofdstukken gaan in op het oriëntatievermogen, het vliegvermogen, op 'tankstations' en op barrières. Paginagrote kaarten en prachtige foto's completeren het geheel. Een succesformule, zo op het oog. Hoe komt het dan toch dat deze atlas zo'n dom en liefdeloos boek geworden is? Dat komt doordat dit boek niet is geschreven door een auteur met verstand van zaken, maar werd bedacht door een professionele book manager. Hoog in de hiërarchie van de uitgeverij is het bevel gegeven dat ieder paar openslaande bladzijden een afgerond verhaaltje moet bevatten gedrapeerd rond een centrale illustratie met wat tekeningetjes erbij. Op geld voor illustraties hoeft niet gekeken te worden. De tekst er omheen is om het wit op te vullen, die leest toch maar een enkeling - de lezer van tegenwoordig is toch geen lezer meer maar een zapper.

Het resultaat is een boek waarin een stortvloed van nietszeggende algemeenheden staat afgedrukt, iedere pagina begint weer vanaf niveau nul. Ernaast staan prachtige foto's, maar vaak ontbreekt het bijschrift, zodat de lezer geen idee heeft welke vogelsoort hij ziet. Soms is het bijschrift ook gewoon verkeerd. Maar erger is dat ook de vormgever wraak heeft genomen op de oekaze van de book manager. Omdat op twee tegenoverliggende bladzijden slechts één dragende illustratie mocht staan, werd dat de wereldkaart met daarop de broed- en overwinteringsgebieden en daartussen vette pijlen. Links werd de rode trekvogel afgebeeld en rechts de blauwe. Op de kaart mochten beide vogels om de ruimte vechten.

Het resultaat is een onoverzichtelijk geheel van pijlen, cirkels en zeskanten, steevast uitgevoerd in schroeiende kleuren die de afgebeelde vogelsoorten ernaast tot grijze muizen reduceren. Het geheel oogt dynamisch - de book manager zal tevreden zijn - maar geen lezer kan er wijs uit. Waarom niet gewoon één kaartje per soort?

Maar het ergst komt de botte think global gedachte tot uiting in de keuze van de soorten. Vogeltrek is alleen vogeltrek als het continentoverschijdend is. ('Gaan jullie met de Pasen weer naar Australië? Nee, naar Zuid-Amerika.) Vogels die wel naar het zuiden gaan maar gewoon in Europa blijven - dat is beneden de waardigheid van deze wereldatlas. Zo weet het leergierige neefje dat dit boek cadeau krijgt, straks alles over Noordamerikaanse vireo's en tanagers, van de Zuidamerikaanse maskergrondtiran, maar heeft er geen idee van dat onze spreeuwen naar Zuid-Engeland trekken.